Een huis in verval

Het huis van de Nederlandse wetenschap is in verval geraakt. Vroeger was het overzichtelijk: in de speelkamer konden universitaire onderzoekers zich uitleven. In de hobbykamer joegen charitatieve instellingen hun missies na. In de garage konden industriële onderzoekers sleutelen aan toepassingen. En dan was er de regentenkamer, waar je alleen mocht komen met originele, vernieuwende onderzoeksvoorstellen. Daar zetelde NWO en met rouwranden onder je nagels mocht je daar niet binnen.

Dat is verleden tijd. Vadertje Staat heeft andere prioriteiten dan onderzoek en het huis van de wetenschap is drastisch aangepast. De speelkamer is bij de garage getrokken, want de kinderen moeten geen tijd verdoen met filosofie of Poolse taal. De regentenkamer heeft haar deftigheid verloren. Als je maar valoriseert, zijn vieze handen geen probleem. „Ons hele huis is eigenlijk één grote garage geworden”, constateert vadertje Staat tevreden. Alleen de hobbykamer is buiten schot gebleven. Wie kanker of hartziekten als hobby heeft, hoeft niet in de garage te werken.

Vadertje Staat kijkt trots naar zijn gezin, want al die lastige kindertjes zijn nu nuttig bezig met het repareren van oude auto’s. Dat is waar de maatschappij om vraagt en dat doen ze nu. Dat er eens een tijd komt dat het oplappen van autowrakken niet meer zo urgent is, daar ligt vadertje Staat niet wakker van. Dat moet de volgende bewoner van het huis maar opknappen.

In andere Europese huizen is men niet enthousiast over de Nederlandse buren. Kinderen horen kennis te vergaren en niet de hele dag aan auto’s te sleutelen. Hoe kunnen ze zo bijdragen aan een betere wereld? De buren vinden dat vadertje Staat wel wat meer geld mag uittrekken voor zijn slimme kindertjes en dat de regentenkamer weer nette kamer moet worden. Vadertje Staat heeft immers geld zat. Aardgasgeld. Ook de Europese Commissie jammert, maar die kritiek overtuigt niet. Besteedt de EC niet zelf haar subsidiegeld aan tuinmannen, in plaats van aan slimme kinderen in huis?

Bij de verbouwing van het huis van de wetenschap heeft vadertje Staat weinig fiducie in zijn eigen kinderen. Consultants die nooit in de bouw hebben gewerkt, moeten uitkomst bieden. Als vader wetenschappers raadpleegt, dan zijn het uitgebluste types, die uit arre moede decaan of beleidsfunctionaris zijn geworden. Die hebben tijd zat om met vader over procedures en structuren te babbelen. Science in transition!

Hoe is het huis van de wetenschap zo in verval geraakt? De simpele oorzaak is chronisch geldgebrek. Het huis is wel driftig heringedeeld, maar niet onderhouden. Regering en parlement hebben de mond vol van Nederland kennisland, maar het besef dat kennis geld kost is ver te zoeken in Den Haag. De Lissabon-doelstellingen, vroom onderschreven door onze regering, beoogden om 3 procent van het BNP aan kennis te besteden. Wij halen de 2 procent nog niet. De investering van onze regering in onderzoek daalt in de komende jaren naar 0,68 procent van het BNP, ontwikkelingslandniveau. Zelfs de altijd milde NRC-redactie constateerde op 26 november verbaasd dat de kakelverse wetenschapsvisie van dit kabinet zwijgt over geldgebrek. De fundamenten van ons wetenschapshuis zijn aangetast, de muren scheuren, maar het kabinet is bezig met het herschikken van de meubeltjes.

Ons huis is niet alleen slecht onderhouden, maar ook door houtrot aangetast. Die rot komt uit het bedrijfsleven dat drastisch bezuinigd heeft op serieus onderzoek. Voor innovatie kunnen bedrijven echter niet zonder onderzoek. Nu dat te duur wordt in eigen bedrijf, moeten de universiteiten met hun goedkope promovendi maar leveren. Met hulp van dit kabinet wordt steeds meer academisch onderzoek gestuurd door het bedrijfsleven. Die sturing gaat moeizaam, omdat er weinig mensen van niveau over zijn in de onderzoeksafdelingen van grote bedrijven om samenwerkingsprojecten mee op te zetten. Frustratie alom.

Wie geen zicht heeft op onderzoek, vergeet al snel hoe belangrijk fundamenteel onderzoek is als motor voor grensverleggende innovatie. In het verleden plachten onze captains of industry te pleiten voor een solide academisch wetenschapshuis. Daar moesten kundige mensen worden opgeleid en nieuwe ideeën worden gegenereerd. Die knappe jonge koppen zouden dan in het bedrijfsleven voor frisse innovatie zorgen. Die captains of industry zijn vervangen door captains of marketing. Zij kunnen als barman leuk cocktails schudden, maar niet als kapiteins een visionaire route uitzetten, een enkele uitzondering (ASML, DSM) daargelaten.

Zo is ons huis verzakt en de enige remedie die het kabinet weet te verzinnen is meer hulp van de burger. Kom het huis stutten! Wij hebben geen geld voor onderhoud. Help duwen om het huis voor omvallen te behoeden. Maatschappelijke input! Terug naar de jaren 70 met zijn wetenschapswinkels, waar arbeiders hun problemen kwijt konden! De Nederlandse onderzoekers kijken vertwijfeld naar minister Kamp en zijn waterdragers, Bussemaker en Dekker, en gaan elders kamperen.