De VN drijven Noord-Korea in het nauw

Het Noord-Koreaanse regime probeert zijn hachje te redden door cyberaanvallen. Effectiever dan raketten en dreiging met kernwapens, vindt Remco Breuker.

Foto AP

Noord-Korea wordt verdacht van het (laten) hacken van Sony, de productiemaatschappij van de Hollywood- komedie The Interview. Daarin wordt de executie van de Noord-Koreaanse dictator Kim Jong-un grafisch in beeld gebracht. Dreigementen van pro-Noord-Koreaanse hackers noopten Sony tot het terugtrekken van de film. De affaire is zo geëscaleerd dat dreigementen heen en weer vliegen, maar voornamelijk uit Pyongyang naar de VS, Japan en Zuid-Korea.

Is dit weer een non-issue dat alleen de echokamer van de internationale media haalt omdat Noord-Korea erbij betrokken is? Gezien het onderwerp (het exploderende hoofd van Kim Jong-un al dan niet in de bioscoop) zou je dat bijna denken. Maar het gaat hier om iets heel anders.

Gezien de ernstige misdaden tegen de menselijkheid in de Noord-Koreaanse concentratiekampen lijkt het ongepast om het over een platte lachfilm met foute typetjes te hebben. Maar de ophef over The Interview is goed getimed en niet toevallig. Noord-Korea is het aan zijn genadeloos afgedwongen leiderschapscultus verplicht om luid te protesteren tegen elke inbreuk op de waardigheid van de leider, ook in het buitenland. In de praktijk echter is Pyongyang selectief. Er zijn altijd wel inbreuken op de Noord-Koreaanse waardigheid te vinden. Met enige regelmaat wordt Noord-Korea in boeken, strips, games, films en tv-series te kijk gezet, maar in Pyongyang blijft het dan meestal stil. Deze keer niet. Dat heeft niets met waardigheid te maken, maar alles met overleven door de aandacht af te leiden van een zaak die het regime daadwerkelijk de kop kan kosten. Het regime is doodsbang dat zijn mensenrechtenschendingen aanleiding zullen geven tot serieuze internationale tegenmaatregelen. Afgelopen dinsdag heeft de VN Veiligheidsraad hierover vergaderd, een unicum in de geschiedenis van de VN. In de aanloop werd er veel over Noord-Korea geschreven, maar niet over mensenrechten. Wel over een Hollywood-komedie, de Guardians of Peace-hackers en Noord-Koreaanse verontwaardiging.

Noord-Korea is waarschijnlijk één van de weinige landen die informatie-oorlogvoering al heel lang serieus nemen. We zouden ons zand in de ogen laten strooien om de armoede van het volk als maatgevend te nemen voor de technologische verfijning van het land. Het is niet voor niets dat Noord-Koreaanse ingenieurs en programmeurs door Westerse bedrijven worden ingehuurd om goed en goedkoop te voorzien in hun softwarebehoeftes. Ballingen uit Noord-Korea bevestigen dat cyberoorlogvoering een centrale plaats inneemt in strategische oorlogsplannen. Het leger bezit grote, functionele hackersbrigades. Schoolkinderen zeggen later hacker in dienst van het leger te willen worden.

Vorig jaar nog werd Zuid-Korea het slachtoffer van een grootschalige hackingcampagne, opgezet door Pyongyang. De bedreigingen toen doen sterk denken aan de bedreigingen nu. Zuid-Koreaanse banken en media werden platgelegd. En dat nota bene in Zuid-Korea, één van de pioniers op het gebied van het internet. Afgelopen dinsdag werd bekend dat een hacker Zuid-Koreaanse kernreactoren is binnengedrongen en nu dreigt met het bekendmaken van de daar buitgemaakte informatie. Noord-Korea is nog niet officieel beschuldigd, maar staat bovenaan de lijst van usual suspects. Maar liefst dertig procent van de elektriciteitsvoorziening in Zuid-Korea komt van kernreactoren, wat betekent dat in Seoul alle alarmschellen gingen rinkelen.

Deze gebeurtenissen krijgen een verontrustende betekenis als ze naast Noord-Korea’s favoriete wijze van dreigen én onderhandelen worden gelegd: raketten en kerntesten. In 2013 hield de wereld nog zijn adem in toen Noord-Korea de wereld leek te laten afstevenen op een gewapend conflict, ingeleid door het afvuren van tientallen raketten. Dit jaar stond de teller in juli al op honderd. Toch kwam er geen crisis en Pyongyang heeft de dreiging om meer raketten te lanceren of om een vierde kerntest uit te voeren niet weten te verzilveren. De druk op Pyongyang is enorm opgelopen, daar het recente VN-rapport over de mensenrechtenschendingen in Noord-Korea de internationale gemeenschap lijkt aan te zetten tot gerichte actie.

En daar is Pyongyang bang voor. Doodsbang. Het bevindt zich in een benarde situatie. Noord-Korea’s meest beproefde methode om door middel van raketlanceringen en kerntesten concessies af te dwingen werkt niet meer. De economische situatie is hard aan het verslechteren. De relatie met China is bekoeld. China ligt nog dwars in de Veiligheidsraad, maar er zijn genoeg aanwijzingen dat dat wel eens kan veranderen. De elite verkeert in doodsangst, omdat zij wel toegang heeft tot internet, veelvuldig naar het buitenland reist en dus kan inschatten hoe serieus vervolging door het Internationale Strafhof moet worden genomen. Binnenlandse hervorming is eigenlijk uitgesloten. Echte hervormingen zoals het afschaffen van de terreur van de concentratiekampen zouden de macht van de elite breken en een bijltjesdag ten gevolge hebben die de herinneringen aan Roemenië in 1989 zou doen verbleken. Het regime staat met de rug tegen de muur, maar anders dan in 2013 lukt het niet meer om daar internationaal munt uit te slaan. Dreigementen uit Pyongyang hebben hun effect verloren. Bovendien is de staatskas leeg en raketten en kerntesten duur.

Cyberaanvallen kosten een fractie van een raketlancering of een kerntest. Ze raken de internationale wereld waar het echt pijn doet. De verwoesting door een gecoördineerde cyberaanval is vele malen groter dan die door een raket. Hacks zijn ook pr-technisch te prefereren. Hacking komt niet gewelddadig over; raketten wel. De afgelopen twee weken hebben laten zien dat je kunt profiteren van een hack zonder dat het bewezen is dat je er ook echt achter zit. Noord-Korea loopt zo bijzonder weinig risico, geeft weinig geld uit, maar krijgt maximale concessies. The Interview is teruggetrokken, andere projecten die Pyongyang op de korrel namen zijn stopgezet, catastrofale fall-out van de misdaden tegen de menselijkheid blijft uit. Raketten hadden dit niet voor elkaar gekregen.

Het Noord-Koreaanse regime heeft voorlopig een strategisch slimme uitweg gevonden uit een onmogelijke situatie. Hacking is pr-vriendelijk, kostenbesparend, moeilijk tegen te verdedigen, lastig om represailles tegen te nemen en uiteindelijk vele malen gevaarlijker dan de Noord-Koreaanse raketten. Het is ironisch dit te moeten constateren gezien de strikt bewaakte toegang tot internet in het land zelf, maar ik vermoed dat Pyongyang in het vervolg voornamelijk via het internet zal communiceren met de buitenwereld. Met dreigementen en aanvallen als vast nummer. Daar kunnen we maar beter op voorbereid zijn, want het verontwaardigd tóch uitbrengen van The Interview biedt echt geen soelaas.