De allerlaatste kans voor de accountants

Accountants

Het was een rampjaar vol schandalen voor de accountants. Lukt het ze volgend jaar om het vertrouwen iets te herwinnen?

Op de jaarlijkse Accountantsdag eind november kregen alle accountants, beroepsgroep in crisis, bij binnenkomst een toneelkijker in handen gedrukt. Mét opschrift. De tekst: „Zeg wat je ziet.”

Een toneelkijker omdat de accountants tijdens de beroepsdag in de Amsterdamse Rai dit jaar met meer kwamen opdagen dan ooit tevoren. Ook achterin de zaal zat het dus vol. Het opschrift om de accountants aan hun probleem te herinneren. Omdat ze te vaak níét zeggen wat ze zien. Of gewoon niet goed kijken.

De accountants hebben nog een allerlaatste kans om het op te lossen. Komend jaar moeten ze die waarmaken.

Die kans kregen ze van minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA). Onder druk van de Tweede Kamer besloot hij afgelopen voorjaar dat de accountants met plannen moesten komen om zichzelf te verbeteren. Vergaande plannen. Anders zou hij zelf maatregelen bedenken.

Directe aanleiding: een reeks schandalen bij accountantskantoor KPMG. Een schikking met justitie van 7 miljoen euro wegens het verhullen van omkoping. Verdenking van belastingfraude bij de bouw van het eigen hoofdkantoor in Amstelveen. Een – inmiddels teruggetreden – topman met een omstreden vastgoedbelegging.

En in het najaar kwam daar nog eens een vernietigend rapport van de toezichthouder op de accountants bovenop. Alle vier de grote kantoren kregen onvoldoendes uitgedeeld. Bijna de helft van de onderzochte accountantscontroles was niet in orde. De accountant zette zijn handtekening, terwijl hij niet kon weten of de informatie in de jaarrekening wel klopte.

Een schande, riep iedereen die er maar iets mee te maken had. De accountants bogen het hoofd en zijn nu druk in de weer met het invoeren van de maatregelen die in opdracht van de minister zijn bedacht.

Dat zijn er 53 in totaal. Bijvoorbeeld: commissarissen van buiten, minder bonussen voor bestuurders, financiële straf voor blunderende partners en meer ervaren accountants op minder opdrachten.

Het zijn allemaal maatregelen die uitgaan van de status quo. Radicalere ideeën – opheffing van het partnermodel of accountants in overheidsdienst – zitten er niet in. Maar de accountants zelf vinden veranderingen best radicaal. „Vergaand”, zei voorzitter Marie-Pauline Lauret van het clubje dat de maatregelen bedacht eerder in deze krant.

Voor minister Dijsselbloem en de Tweede Kamer zijn ze in ieder geval vergaand genoeg. Alleen moeten de kantoren ze nu wel invoeren. Dat is „cruciaal”, waarschuwde Dijsselbloem. Sommige maatregelen worden volgend jaar opgenomen in de wet, zoals de aanstelling van externe commissarissen. Andere veranderingen moeten de kantoren uit zichzelf invoeren. Sommige volgend jaar al, voor andere krijgen ze tot eind 2016 de tijd.

Tijdens die drukbezochte Accountantsdag eind november was ook minister Dijsselbloem aanwezig. Vanaf het podium maakte hij de volle zaal nog eens duidelijk hoe serieus hij het allemaal meent. Want hoewel Dijsselbloem naar eigen zeggen niet was gekomen om „een donderspeech” te geven, deed hij dat vervolgens toch een beetje. Het „vertrouwen” in accountants is „beschaamd”, zei hij. Ze hebben de mensen „het zicht benomen” op betrouwbare informatie.

Nog één kans hebben de accountants nu. „De kans”, in de woorden van minister Dijsselbloem, „om uzelf, uw vak en uw aanzien te verbeteren”.