Belastingherziening moét, maar hoe?

Het belastingstelsel is ‘dichtgeslibt’. Maar de ideeën voor een nieuw stelsel liggen in de regeringscoalitie mijlenver uit elkaar.

Illustratie Rik van SCHAGEN

Het waren twee sociaal-democraten die in een liberaal blaadje de noodzaak beschreven voor een grondige belastingherziening. De PvdA-Kamerleden Ed Groot en Henk Nijboer schetsten al in oktober vorig jaar in het huisorgaan van de VVD Liberaal Réveil de complexiteit van het huidige belastingstelsel.

Sinds de vorige grote herziening, die van hun partijgenoot Willem Vermeend in 2001, is het fiscale systeem opnieuw dichtgeslibd. Met, zo turfden de twee PvdA’ers: 13 heffingskortingen, 98 belastinguitgaven, 4 toeslagen en 3 grote aftrekposten. Al deze belastingfaciliteiten samen kosten volgens hen 89 miljard.

Er is geen partij in Den Haag die hier niet gevoelig voor is en dus tégen een rigoureuze hervorming van het belastingstelsel is. Behalve te complex is het huidige systeem ook te fraudegevoelig (denk aan het misbruik van toeslagen) en zijn de lasten op arbeid te hoog.

Tot zover de overeenstemming.

Intussen is de grote belastingherziening vooral een van de splijtzwammen in het tweede kabinet-Rutte. Beide coalitiepartijen, VVD en PvdA, roepen wel dat dit het volgende grote project moet zijn. Alle andere grote hervormingen van Rutte II staan immers inmiddels in de steigers (zorg, onderwijs, arbeidsmarkt, woningmarkt). Maar tegelijkertijd is het herschrijven van de belastingwet een natuurlijke bron van tweespalt tussen links en rechts.

Over de noodzaak om de lasten op arbeid te verlagen zijn ze het eens. Dat stimuleert werkgelegenheid – een van de speerpunten van het anti-crisisbeleid van de huidige regering. Maar over hoe dat gefinancierd moet worden, denkt men totaal verschillend. Er is, zo rekende het kabinet al ambitieus voor, ruwweg 15 miljard euro nodig om op termijn 100.000 nieuwe banen te scheppen; 10 miljard daarvan zou moeten komen uit verschuiving van bestaande belastingen, 5 miljard uit financiële meevallers die nog niet zijn voorzien.

De PvdA wil dat lastenverschuiving vooral moet komen uit een progressievere vermogensbelasting: de rijken moeten méér betalen. De VVD is daar tegen en vindt dat het ‘smeergeld’ vooral moet komen uit besparingen op centrale overheidsuitgaven. Of het komt, in het optimistische scenario, vanzelf uit de aantrekkende economie.

Geen taboes

Het kabinet spreekt dit fundamentele verschil van inzicht niet hardop uit. In verschillende debatten in de Tweede Kamer hield verantwoordelijk staatssecretaris Eric Wiebes (VVD) consequent vol dat er „geen taboes” op het nieuwe belastingstelsel rusten – een verwijt dat oppositiepartijen steeds maken. Alles is bespreekbaar, zegt Wiebes, met alle partijen. Hij zegt een zo breed mogelijk draagvlak op het Binnenhof te willen creëren, alvorens met concrete hervormingvoorstellen te komen. De (langverwachte) brief die hij op Prinsjesdag verstuurde, heette ‘Keuzes voor een beter belastingstelsel’. En daarin gaat het om een „richting” die het kabinet voor ogen heeft waarin het belastingstelsel „zou moeten evolueren”. „Die richting biedt nog ruime politieke vrijheidsgraden voor verder invulling”. Wiebes komt niet verder dan acht keuzes als „mogelijkheden”. Nogal vaag dus, in de ogen van de oppositie, en vrijblijvend. En het verhult de inherente tegenstelling binnen de coalitie.

In de Eerste Kamer – waar het debat tussen regeringspartijen wel vaker scherper wordt gevoerd, zo bleek kort voor het Kerstreces – worden die tegenstellingen duidelijker uitgesproken. Bij de Algemene Financiële Beschouwingen in november bleek hoe verschillend VVD en PvdA over de aanstaande belastingherziening denken. Senator Frank de Grave van de VVD vroeg: „Gaan we de armen rijker maken door de rijken armer te maken, of de armen rijker maken door het versterken van onze economie?” Hij gaf ook een helder antwoord: „De VVD kiest voor het laatste.” Zijn opponent Postema (PvdA) zei: „Aanpassing van het belastingstelsel biedt, als tweesnijdend zwaard, de mogelijkheid om werk aantrekkelijker te maken door vermogens zwaarder te belasten.”

Ziehier de onverenigbare standpunten. Ze tonen aan dat dit kabinet het ondanks zijn ambitieuze plan moeilijk zal krijgen om deze regeerperiode tot een ingrijpende hervorming van het stelsel te komen.

Intussen praat de Tweede Kamer de komende tijd er zeker wel over door. Dat begint kort na de Kerstvakantie met een overleg over „de Nederlandse vermogensverdeling” en eind maart met een rondetafelgesprek met fiscaal experts uit wetenschap en bedrijfsleven. Ongetwijfeld interessant, maar misschien ook een paar stappen achteruit in het proces. In opdracht van de politiek verschenen er immers al meerdere lijvige deskundigenrapporten. Het is geen gevaarlijke voorspelling te beweren dat de Grote Belastingherziening niet alleen een belangrijk thema van 2015 zal zijn, maar ook nog vele jaren erna.