Spirituele Alzheimer

Verzoening, tederheid, vrijheid, verantwoordelijkheid, gemeenschapszin, begrip voor de ander – ik zeg ja! Mooie woorden horen bij de Kerst, net als het fossiele Home Alone, de sleetse André Rieu en de overdaad aan interviews waarin wordt teruggekeken op groot verdriet („Ik liep de helft van de week te janken”). Gerieflijk omdat het zo voorspelbaar is, een koesterende oproep aan je betere ik, dat diep in jezelf begraven ligt, maar in de laatste dagen van het jaar plotseling ruim baan krijgt. Driehonderd dagen per jaar gaat het over jezelf, de laatste dagen van het jaar zijn voor de Ander.

Juist daarom was de jaarlijkse ‘kerstgroet’ van de paus aan de Romeinse Curie een vlammende verrassing: een verzengende aanklacht tegen de al te wereldse, al te menselijke aanvechtingen van de kardinalen die in het Vaticaan de dienst uitmaken. Zonder pardon somde Franciscus de zonden van zijn gehoor op, in vijftien schrijnende punten – men voelde zich onsterfelijk, immuun of onvervangbaar, men werkte excessief hard, raakte geestelijk „versteend”, plande te veel, werkte slecht samen, zag de ander vooral als rivaal, er werd te veel gekletst en geroddeld, men keek te slaafs op naar meerderen, te weinig om naar anderen, men liep rond met een begrafenisgezicht, bewoog zich het liefst in een klein, besloten kringetje, wilde van alles steeds maar meer, en er heerste een grote hang naar winst en exhibitionisme.

En dan was er nog de spirituele Alzheimer – ik neem aan dat de paus het niet bedoelde als belediging van Alzheimer-patiënten, maar als een diep tragische toestand: je belijdt nog altijd met de mond je geloof, maar je weet allang niet meer waarom.

Op de toespraak, las ik, volgde slechts een bescheiden applaus. Het hoeft niet te betekenen dat men zich niet aangesproken voelde – het staat wat raar om te juichen voor iemand die je net je tekortkomingen onder je neus heeft gewreven. Maar wellicht speelt Franciscus met vuur. De laatste paus die in het Vaticaan de dingen bij de naam wilde noemen, Johannes Paulus I, werd na amper één maand in functie dood in zijn bed aangetroffen. Onderzoek wees uit dat de man waarschijnlijk niet vermoord was, maar wel het doelwit vormde van een ongegeneerde haatcampagne.

Een historische toespraak, vond ik, niet omdat het verdorven Vaticaan door de eigen geestelijk leider op z’n nummer werd gezet, maar omdat het om een echt morele oproep ging – niet de zoveelste humanistisch-christelijke riedel over de ander diep in de ogen kijken, de pijn van de wereld willen verzachten en verder natuurlijk vrede, liefde en de verbroedering der mensheid, maar een even pijnlijke als herkenbare schets van de verre van ideale werkelijkheid. Herkenbaar, want er zijn niet veel bedrijven, politieke partijen, organisaties en instituties waar het anders toegaat. Wat voor de curie geldt, gaat ook op voor de gemiddelde kantoortuin. Slangenkuil, zonnekoning, eilandjescultuur, haantjesgedrag, een klimaat van wantrouwen – ieder rapport over een verziekte organisatie komt op hetzelfde neer.

Volgens de Amerikaans-Duitse filosofe Susan Neiman in Waarom zou je volwassen worden? beweegt iedere vorm van idealisme zich altijd tussen de wereld zoals hij is en de wereld zoals hij zou moeten zijn. Het goed voorhebben met de mensheid is geen excuus om jezelf goed te voelen, alsof je een soort wandelende Kersttoespraak bent in een wereld vol ellende. Integendeel, het betekent voortdurend laveren tussen twee afgronden. De idealist moet met teleurstelling leren omgaan, iedere verbetering zal mondjesmaat zijn en gepaard gaan met desillusies. Dat is veel moeilijker dan het lijkt - geen grotere nihilist dan de teleurgestelde idealist. Idealisme zonder werkelijkheidszin is óf zelfgenoegzaam óf ronduit gevaarlijk.

Aan de andere kant wordt werkelijkheidszin zonder idealisme snel cynisme – je schouders ophalen over de wereld, dat is waar Neiman zich het meest druk over maakt en wat voor mijzelf een gevaarlijke verleiding is. Dat de mens altijd de mens zal blijven – zie de vijftien dodelijke punten van de paus – betekent niet dat hij niet kan leren zich een beetje te gedragen.

Volgens Neiman, zelf Joods, is de paus een held. Vind ik ook, maar geen gezapig christelijke, gerieflijk humanistische held voor de feestdagen. „Een curie die niet kritisch naar zichzelf kijkt en niet wil verbeteren, is ziek”, aldus Franciscus. Woorden zijn pas echt mooi als ze ook pijn doen.