Twee van vier jihadverdachten gestopt met hongerstaking

Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

Twee van de vier jihadverdachten die sinds afgelopen zondag in hongerstaking waren op de terroristenafdeling van de penitentiaire inrichting in Vught zijn daarmee gestopt. Eén verdachte, Azzedine C., zet de hongerstaking door. Van de vierde is niet bekend of hij nog in hongerstaking is.

Dat laat de advocaat van onder meer Azzedine C., alias Abou Moussa, uit Den Haag weten. De overige verdachten zijn de Arnhemmers Hardi N. en Adil C. en de Amsterdammer Mohammed B. Ze protesteren tegen het in hun ogen te strenge regime op de afdeling.

Nog zwaarder regime

Volgens advocaat André Seebregts, die drie van hen bijstaat, is Azzedine C. inmiddels op een “nog zwaarder regime” dan de reguliere terroristenafdeling (TA) geplaatst, omdat hij een “beheersrisico” zou opleveren. Seebregts:

“Hij is afgezonderd van de andere gedetineerden op de TA. Hij beschikt op dit moment niet over een Koran. Zijn contact met de buitenwereld wordt nog verder beperkt.”

De TA kent een strenger regime dan een gewone gevangenis. Verdachten worden er vaker gevisiteerd en ze mogen minder vaak contact hebben met bezoekers. De verdachten eisen dat deze regels worden versoepeld. Daarnaast eisen de gevangenen meer onderling contact.

Tegemoetkomingen directie

De directie deed volgens Seebregts enkele tegemoetkomingen aan de gedetineerden; ze mogen voortaan samen recreëren en samen het vrijdaggebed doen. Voor twee van de verdachten was dit voldoende om verder in gesprek te gaan met de directie en de hongerstaking stop te zetten.

C. vindt de tegemoetkomingen onvoldoende. Seebregts laat weten dat hij volhoudt aan zijn eisen:

  • dat per individu wordt gekeken of het TA regime noodzakelijk is;
  • dat het onnodig visiteren ophoudt (spreiden van de billen);
  • dat zij minder dan 22 uur per dag op cel hoeven te zitten;
  • dat ze, zolang ze op de TA zitten, vaker dan 1 keer per maand een psycholoog kunnen spreken.