Voorbeeldige bèta-student laat zien hoe het moet

Er gaan miljoenen om in de universiteitsteams. De spelers zijn de grote jongens op de campus, maar verdienen niets.

Quarterback Marcus Mariota beleeft in volle concentratie de wedstrijd tegen de Oregon State Beavers, terwijl zijn supporters hem toejuichen. Foto’s AFP

Ze bestaan nog: Amerikaanse footballspelers als de ideale schoonzoon. De Hawaiiaan Marcus Mariota, winnaar van de Heisman Trophy voor de beste universiteitsspeler van het jaar 2014, is de vleesgeworden deugdzaamheid.

Volgens een voormalige trainer van Mariota is hij een teamspeler in én buiten het veld. Hij houdt van zijn moeder, verricht één goede daad per dag en weet dagelijks bij twee mensen een glimlach op hun gezicht te toveren. Hij verzinkt spontaan in gebed als hij een ambulance, brandweerwagen of politieauto ziet. En dan is hij ook nog eens leergierig. Na de enige nederlaag dit seizoen van de Oregon Ducks, het footballteam van de University of Oregon dat hij leidt als spelbepaler (quarterback), beleefde hij een doorwaakte nacht. Niet in de kroeg, maar achter de computer, zijn eigen fouten analyserend.

Mariota komt als geroepen, in een land dat leeft van contrasten en eeuwig zoekt naar catharsis. De vorige winnaars van de Heisman Trophy, Johnny Manziel (2012) en Jameis Winston (2013), zijn brokkenpiloten die talent koppelen aan een buitensporig ego. Manziel (alias Johnny Football), inmiddels prof bij de Cleveland Browns, onderscheidde zich als spelbepaler bij Texas A&M door zijn grillige, intuïtieve spel en zijn provocerende gedrag, wars van autoriteiten. Winston, quarterback van de Seminoles, het footballteam van Florida State, raakte in opspraak vanwege vermeende verkrachting, onwellevend (seksistisch) taalgebruik in de universiteitskantine en winkeldiefstal (van krabbenpootjes).

Voor liefhebbers van pure sport kan het nieuwe jaar niet snel genoeg beginnen. Op 1 januari 2015 spelen Mariota en zijn Oregon Ducks tegen de Seminoles van Winston, in de eerste officiële halve finale van college football. De andere halve finale, tussen de Crimson Tide van de University of Alabama en de Buckeyes van Ohio State, belooft niet minder spannend te worden. Beide zijn grootmachten in universiteitsfootball – maar Alabama en Ohio ontberen de persoonlijkheden die de andere halve finale bij voorbaat tot een zinderend duel maken.

Bowls

De ‘ranking’ van universiteitsteams vond tot dit seizoen plaats op basis van een computersysteem dat door vrijwel niemand werd begrepen. Plaatsing voor de prestigieuze Bowls – kampioenswedstrijden – was gebaseerd op een uiterst complexe berekening van gewonnen wedstrijden, afgezet tegen de vermeende sterkte van de (verslagen) tegenstanders en de kracht (of zwakte) van de competitie. Dit ondoorzichtige systeem is nu tot ieders tevredenheid aan de kant geschoven. Voor het eerst heeft een commissie de beste vier teams samengesteld. De verwachte protesten van clubs die net buiten de boot vielen zijn uitgebleven.

Mariota en vier avontuurlijke teams in de eerste playoffs in de geschiedenis van college football hebben een positieve draai gegeven aan het seizoen. De populaire sport is een commercieel gedrocht. Trainers van de beste universiteitsteams verdienen miljoenen per jaar. Stadions en sportcomplexen kunnen wat betreft pracht, glitter en capaciteit wedijveren met die van profteams. Sportzender ESPN betaalt 7,3 miljard dollar voor de uitzendrechten van de eindstrijd gedurende de komende 12 jaar.

De spelers delen als enigen niet in de financiële weelde. De NCAA, de overkoepelende sportorganisatie van universiteiten, houdt verbeten vast aan de amateurstatus van (student)sporters, gekoppeld aan het argument dat topsport en studie elkaar versterken. Anders gezegd: de NCAA meent dat topsporters na gedane arbeid zich ook in academisch opzicht (dienen te) onderscheiden. Ze hebben recht op een sportbeurs, maar betaling voor hun sportieve prestaties zit er niet in. De NCAA verzet zich niet alleen tegen salariëring van de spelers, maar ook tegen de verandering van hun status van student in werknemer, met het recht op aansluiting bij een vakbond.

Iedereen die de universiteitssporten volgt weet dat de realiteit hier haaks op staat. De footballspeler die academisch zijn mannetje staat is een uitzondering. Universiteiten met prestigieuze footballprogramma’s paaien talentvolle middelbare scholieren met immateriële beloftes. Ze worden in de watten gelegd, zijn de big men on campus en betalen geen collegegeld. Veel universiteiten passen het academisch curriculum van de topsporters aan, of knijpen een oogje toe bij de beoordeling van hun prestaties.

Zo nu en dan is er de oprisping van een schandaal – zoals dit seizoen bij Notre Dame. De universiteit in South Bend, Indiana, met het bekendste en meest prestigieuze footballteam van Amerika (Fighting Irish) plaatste vier spelers op non-actief wegens sjoemelen met hun huiswerk en opdrachten. Zij lieten hun essays schrijven door een vriendin van een van hun medespelers. Notre Dame gold juist als een van de weinige instituten die strikt de hand hielden aan academische discipline.

Politiek

Met een onwrikbare NCAA was de politiek even aan zet. Deze zomer boog een senaatscommissie in Washington zich over de kwestie van de status van atleten op universiteiten. Daarbij vielen woorden als ongelijkheid en exploitatie – maar tot daden kwam het niet. Geen politicus wil er zijn vingers aan branden.

De maatregelen waartoe steeds meer universiteiten uit eigen beweging overgaan zijn niettemin veelzeggend. Beurzen worden bij aanvang verleend tot het behalen van een diploma in plaats van voor een jaar – zodat het einde van een sportcarrière wegens een blessure of gebrek aan talent niet automatisch leidt tot verwijdering van de universiteit. En medische kosten wegens opgelopen blessures worden volledig vergoed.

Ook in dit opzicht is Marcus Mariota overigens een uitzondering. Hij is een voorbeeldige bèta-student – een atleet zoals de NCAA ze graag ziet. Een topsporter die zich ook in academisch opzicht onderscheidt.