Tijd om met onszelf af te rekenen, als wereld

Hoe staat het met de acht grote ontwikkelingsbeloftes die de wereld zichzelf aan het begin van het nieuwe millennium deed? Komend jaar moeten ze gehaald zijn. Maar dat gaat niet gebeuren.

Afghaanse schoolkinderen krijgen les in de open lucht, in het Mohmand Dara-district in de provincie Nangargar. foto AFP

‘Mijn vader is chauffeur van een brommertaxi. Soms brengt hij na een werkdag geld mee naar huis, soms niet. Mijn moeder werkt in een fabriek waar ze cashewnoten verwerken, maar ze krijgt al een tijd geen salaris. Dat gaat meteen naar mijn school. Want nog steeds is niet al het schoolgeld betaald.”

De Vietnamese Thu Hong was 12 toen haar verhaal enkele jaren geleden werd opgetekend door een verslaggever van de BBC Worldservice. Ze behoort tot de ongeveer 12.000 kinderen die sinds 2001 door de Britse organisatie Young Lives worden gevolgd voor een onderzoek naar armoede onder kinderen in ontwikkelingslanden. Waarom ontsnapt het ene kind aan de armoede en het andere niet?

De situatie van Thu Hong lijkt uitzichtloos: „We voelen ons armer dan anderen, alsof we in een andere wereld leven. Ik heb niet de dingen die zij hebben. Volgens mij heb ik nog heel veel spullen nodig voor school. Als ontbijt eet ik soms een beetje rijstepap, soms helemaal niks. Later wil ik lerares worden.”

Het beste idee ooit

Het onderzoek van Young Lives valt samen met de periode waarin de zogeheten Millennium Ontwikkelingsdoelen moeten worden gerealiseerd, de acht grote ontwikkelingsbeloftes die de wereld zichzelf aan het begin van het nieuwe millennium heeft gedaan. De doelen werden nauwkeurig vastgelegd en gekwantificeerd. Het aantal mensen dat leeft in extreme armoede (van minder dan 1,25 dollar per dag) moet niet gewoon dalen. Nee, het moet eind 2015 zijn gehalveerd ten opzichte van 1990. Het aantal kinderen dat sterft voor het vijfde levensjaar moet niet verminderen, maar met tweederde afnemen, de moedersterfte met driekwart.

Dankzij die precisie wordt ontwikkelingssamenwerking minder vrijblijvend, is de gedachte. De wereld kan zichzelf ergens op afrekenen. En dat is winst. Voortaan spreekt iedereen dezelfde taal, is er een gemeenschappelijke visie en een gezamenlijke aanpak. Oud-Microsoftbaas en filantroop Bill Gates noemde de millenniumdoelen in 2008 daarom „het beste idee dat ik ooit heb gezien om te zorgen dat de wereld zich focust op de strijd tegen wereldwijde armoede”.

Armoedebestrijding en ontwikkeling werden nu eens niet in termen van economische groei beschreven. Daarmee zou er een einde komen aan de dominantie van het IMF en de Wereldbank, die altijd ‘westerse’ voorwaarden stelden aan financiële hulp: alleen geld als tegelijkertijd ‘structurele hervormingen’ werden doorgevoerd. Hervormen betekende minder geld voor sociale projecten en de economie toegankelijk maken voor rijke landen.

„Groei, investeringen, asfalt en megawatts zijn prima, maar niet meer dan een middel”, schreef Olav Kjørven, een topdiplomaat bij het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties, in 2011. „[De millenniumdoelen] hebben ertoe bijgedragen dat de meeste ontwikkelingslanden in toenemende mate voorrang zijn gaan geven aan beleid dat mensen op de eerste plaats stelt: bestrijd honger, geef iedereen onderwijs, zorg voor basis gezondheidszorg, schoon drinkwater.”

Die afkeer van de recepten van IMF en Wereldbank paste in de tijd. Azië had net voor de millenniumwisseling een zware financiële crisis achter de rug. Latijns-Amerika kampte met de naweeën van zijn eigen economische depressie. In de landen ten zuiden van de Sahara was, mede door de aids-epidemie, sprake van ‘twee verloren decennia’. De sociale ravage die was aangericht door de concentratie op ‘structurele hervormingen’ drukte zwaar.

0,7 procent vinden landen te veel

Het jaar 2000 was een mooi, symbolisch moment voor een nieuwe start. Op de Millenniumtop in september van dat jaar in New York, de grootste die de VN ooit had georganiseerd, waren de toespraken beschouwelijker en tegelijkertijd optimistischer van toon dan anders.

President Bill Clinton van gastland VS concludeerde dat „meer mensen dan ooit van welvaart, vrijheid en democratie” genoten, maar dat de wereld intussen de grootste uitdagingen liet liggen: „de mensheid bevrijden van armoede, ziekte en oorlog”. De Finse president Tarja Halonen, die als vicevoorzitter een groot deel van de vergaderingen leidde, hield het simpel: „Het enige wat we nog nodig hebben, is de wil om het te doen.”

Die wil was steeds de achilleshiel van de millenniumdoelen. Want van wie zijn de doelen nou eigenlijk? Wie rekent er met wie af als ze niet worden gehaald? Als de hele wereld verantwoordelijk is, is uiteindelijk niemand echt verantwoordelijk.

Toch zijn er zeker successen. Dankzij de ‘wolk van mooie woorden, goede bedoelingen en morele troost’ is volgens professor David Hulme, hoogleraar aan de universiteit van Manchester, de voortdurende daling van het budget ontwikkelingssamenwerking gestopt. In 1960 gaven rijke landen nog 0,5 procent van hun bruto binnenlands product aan hulp, in 1996 was dat ongeveer 0,26 procent. Een paar jaar later zette een langzame stijging in. Maar er zijn bijna geen rijke landen die de 0,7 procent van hun welvaart besteden die volgens de berekeningen nodig zijn om de millenniumdoelen te halen.

Sommige doelen zijn al bereikt, andere zullen voor eind volgend jaar de finish wel halen. Maar zeker niet allemaal. Zo zijn er nog steeds ongeveer 2,5 miljard mensen zonder toegang tot veilige sanitaire voorzieningen. Van een halvering voor 2010, zoals de bedoeling was, is niets terecht gekomen. Ook het terugdringen van kinder- en moedersterfte verloopt niet volgens schema. En de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen is amper verbeterd.

Wel minder armoede (in China dan)

Het grootste succes, de halvering van het aantal mensen in extreme armoede, komt grotendeels op het conto van China. Dat heeft weinig te maken met millenniumbeleid, maar meer met de snelle economische groei van China. De Vietnamese Thu Hong heeft daar weinig aan. In Afrika en de meeste Zuid-Aziatische landen gaat de armoedebestrijding een stuk langzamer.

Volgens critici hebben de doelen meer onderzoek gegenereerd dan concrete actie. Het Amerikaanse Center for Global Development concludeert bovendien dat veel van de data volstrekt onbetrouwbaar zijn. Onderwerpen die al voor de millenniumwisseling op het netvlies van hulporganisaties stonden, blijken door de doelen niet sneller dichterbij te zijn gekomen.

In een interview in 2005 met deze krant noemde de beroemde econoom Jeffrey Sachs, destijds speciaal adviseur van VN-chef Kofi Annan voor de doelen, het bizar „dat er jaarlijks miljoenen mensen sterven omdat ze te arm zijn om in leven te blijven. Terwijl andere mensen baden in weelde. Het is verbijsterend voor mij om het ene moment rond te lopen in een dorp dat overloopt van ellende en zes uur later rond te rijden in Manhattan of Londen.” Voor Sachs was dat het bewijs dat „die twee werelden onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn”.

De 12-jarige Vietnamese Thu Hong heeft daar geen boodschap aan. Voor haar is het „alsof je leeft in een andere wereld”.