Stiekem best belangrijk

Wat zat er dit jaar in jouw kerstpakket? Laat ons raden: een smoothiemaker of een houten serveerplank? Dat zijn namelijk de grote trends van dit jaar.

Foto Thinkstock

De postbode stond voor de deur vorige week. Een grote doos in zijn handen. „Zeker 75 centimeter bij 40 centimeter.” Maar het pakket woog wel erg weinig. Wat bleek: de doos was leeg. „Onderin lag een kaartje waarop stond dat het geld dat normaal aan de inhoud zou worden besteed, dit jaar naar de Voedselbank ging.”

Zelfstandig ondernemer Marleen Anne Bekker was blij verrast met het kerstpakket, dat ze van een van haar opdrachtgevers kreeg. „Ze doen iets goeds met het geld”, vond ze. Eigenlijk was ze eerder nooit écht tevreden met haar kerstpakketten. „Ik kreeg eens een broodbakmachine, wat moet je daar nou mee? Die heb ik weggegeven.”

Geen hapjes meer in de doos

Zo’n apparaat in plaats van een doos vol hapjes, dat zie je vaker. We krijgen namelijk steeds meer pakketten met ‘non-food’, zoals dat in jargon heet. Dat merkt in ieder geval de kerstpakkettenafdeling van groothandel Makro. Het bedrijf is marktleider in de kerstpakkettenbranche en heeft ruim 30 procent van de kerstpakkettenhandel in handen. „We hebben meer verkocht dan de afgelopen jaren, de teller staat op 1,5 miljoen pakketten”, zegt Sandra van den Hark van de Makro. Ook vorig jaar steeg de verkoop al.

En de pakketten worden luxer. „Voor ons een teken dat de economie weer een beetje aantrekt”, zegt Van den Hark. De trends van dit jaar? Houten planken waar je hapjes op kunt serveren doen het erg goed. En de vraag naar gezonde producten uit zich in de populariteit van de smoothiemaker (dit jaar zijn er ruim 32.000 besteld bij het bedrijf).

Ook de lege doos voor de Voedselbank die zelfstandig ondernemer Bekker kreeg, past in de kerstpakkettentraditie. Het kerstpakket begon namelijk als een steuntje in de rug voor de armen – meestal in de vorm van voedsel.

Je moest er wel zelf voor op pad. In de negentiende eeuw en aan het begin van de twintigste eeuw gingen armen en bedienden in de kersttijd langs de deuren om te bedelen. ‘Met kromme arm gaan’, heette dat. Ze wensten een gelukkig nieuwjaar en kregen wat mee. „Dingen die lang goed bleven, eten dat goed vult, iets lekkers en vaak een kaars en een lucifer”, vertelt Ineke Strouken van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed. „Om van de koude, donkere en hongerige tijd in de winter een warme, lichte en gezellige tijd te maken.”

Aan het begin van de twintigste eeuw kon eten beter worden bewaard, dus de noodzaak om mensen te helpen in de winter verdween; het was niet meer wachten op vers voedsel, niet meer wachten tot de planten weer gingen bloeien in de lente.

De traditie van iets geven rond de kerstperiode verdween niet. „Mijn grootvader had vanaf 1910 een groot aannemersbedrijf met 120 werknemers. Die kregen allemaal een bedankje mee naar huis, met nootjes, en een klein beetje geld”, zegt Strouken.

Veel mensen stuurden kerstpakketten naar soldaten in dienst of zeelieden, zodat ze zich toch een beetje thuis waanden. En arme mensen kregen pakketten die werden gemaakt door onder andere het Rode Kruis of het Leger des Heils.

Een kalkoen of een kerstkrans

In de loop van de jaren kwam het algemene kerstpakket, zoals we dat nu kennen, in beeld. Maar het ‘hiërarchische’, dat bleef er toch nog een beetje in. Bij de Nieuwe Rotterdamse Courant in de jaren vijftig bijvoorbeeld, schrijft het Meertensinstituut in een uitgave over kerstgeschenken. Het ‘lage’ personeel kreeg daar een kalkoen mee naar huis. Was je hoger in rang, kreeg je een kerstkrans. Het idee daarachter: zij konden toch zelf hun kerstmaal betalen en kiezen.

In de jaren zeventig werden de arbeidsverhoudingen solidairder en gelijkwaardiger. Daar paste een persoonlijk kerstgeschenk bij. Twintig jaar later is het kerstpakket niet weg te denken. Mensen kijken ernaar uit, snakken bijna naar de grote doos die ze mee naar huis krijgen op de laatste dag voor de vakantie.

Het verbaast Strouken een beetje, dat zulke kerstpakketten nog worden gegeven: „Besteed het budget aan het goede doel, of geef geld aan je personeel, daar hebben ze meer aan. Maar mensen willen echt iets open kunnen maken, het verrassingseffect is belangrijk.”

Scheurkalender en sleutelhanger

Het belang van het kerstpakket is ook te merken aan de discussies die het ieder jaar weer oproept. Het pakket wordt te duur gevonden, te goedkoop, het cadeau is ongepast of het geschenk voldoet niet aan de verwachtingen.

Bij de gemeente Amsterdam, bijvoorbeeld, zorgde het kerstgeschenk dit jaar voor ophef. Voor het eerst kregen alle ambtenaren hetzelfde: een sleutelhanger en een scheurkalender met wetenswaardigheden over de stad. De gemeente vond het niet gepast om een ‘weelderig’ cadeau te geven, nu er wordt bezuinigd, meldt een woordvoerder.

Sommige ambtenaren waren not amused. „Medewerkers zaten hier met smart op te wachten, een scheurkalender als kerstgeschenk #plankmisslaan #fail”, werd er getwitterd. Op Facebook werden de kalenders gratis aangeboden, medewerkers wilden „hun overschot delen”.

Bij de gemeente Midden-Delfland verwachtten de ambtenaren juist niets, kerstpakketten hadden ze daar eerder al afgeschaft. Maar dit jaar was er tóch een cadeau. Het boek Komt een vrouw bij de hacker, over identiteitsfraude. Niet zomaar: de gemeente vindt dat een belangrijk thema. Het kerstgeschenk was een eenmalige actie, die volgens een woordvoerder een succes was. „De stapel boeken was aan het eind van de bijeenkomst flink geslonken.”