Denk ook eens aan de polyamoreuzen

Het is tijd voor een column over polyamorie. Heleen uit Gent was op bezoek. Afgelopen juni ontmoette ik haar in Parijs, tijdens een schrijversproject. Samen bezochten we een bijeenkomst voor polyamoristen. We waren immers in la ville de l’amour waar de geest van Simone de Beauvoir en Jean Paul Sartre nog rondwaart.

We gingen een café binnen aan Rue Moret en werden direct verwelkomd. Aan de muur hingen schilderijen met bliksemflitsen in bloedkleur. Beneden in de kelder zaten zo’n vijftig mensen, sommigen hand in hand.

Er werd heel veel en lang gepraat. Een enkeling droeg een coltrui. Alleen de sigarettenrook ontbrak – Europees cafébeleid. In plaats daarvan gingen er zakken chips en nootjes rond. De kelder was warm. Donkere oksels bij diegenen die hun handen omhoog staken in de hoop op een beurt, om te praten.

Langzaam maar zeker begon ik hun jargon te begrijpen. Een ‘mono-poly’ is een relatie tussen iemand die monogaam wil leven en iemand die polygaam is. „Liefde is er om je veilig te voelen. Een polyamoreuze relatie is veiliger dan een monogame”, stelde één van de mannen. Hij had een kaal hoofd en samengeknepen ogen, vol gunfactor. Ondanks zijn gestreken blouse leek hij op een monnik. Poly’s spreiden hun risico, ze investeren slimmer. Hij legde een hand op de dijbenen (v/m) aan weerszijden van hem.

Tijdgebrek leek het grootste probleem. Hoe verdeel je de week? Eén trio had sinds kort een baby en werkte daarom met een schema. Gedrieën vormden ze het kerngezin, maar daar omheen zwermden nog een paar geliefden. Voor elk werd een eigen dag gereserveerd.

Er werd veel gesproken over ‘de roltrap’. Het duurde even voor ik doorhad wat daarmee werd bedoeld: een relatie verloopt als een soort roltrap; zachtjes zoem je door verschillende fasen heen. Maar er wordt altijd verwacht dat je omhoog gaat. Poly’s hebben, net als mono’s, met allerlei verwachtingspatronen van doen. „Bij mono’s is die roltrap hartstikke saai, maar bij poly’s kan-ie ook heel dwingend zijn.”

Eigenlijk ging de bijeenkomst met name over praktische zaken. Nu, een paar maanden later, kon Heleen daarover meepraten. Zij en haar vriend zijn niet polyamoreus, want ze houden vooral van elkaar, maar proberen wel de vruchten van de polygamie te ontdekken. Dat gaat goed. Behalve: „Laatst ging hij met zijn minnares naar een tentoonstelling van míjn favoriete kunstenaar. Toen was ik wel jaloers.” En: „Onlangs was ik de stad uit en sliep ze bij ons. Ik werd achteraf heel kwaad: hij had haar tussen onze lakens laten liggen! Die waren weken niet verschoond!”

Bijna Kerst. Met de eenzamen wordt volop rekening gehouden. Maar heeft u ook aan de polyamoreuzen gedacht? Er zijn slechts twee Kerstdagen.