Schippers wil geen vrije markt en haar plan is goed

Sweder van Wijnbergen had ongelijk met zijn stelling dat in de zorg marktwerking heerst, betogen drie gezondheidseconomen.

Het plan van minister Schippers om de vrije artsenkeuze te beperken gaat in tegen het gezond verstand, aldus Sweder van Wijnbergen afgelopen zaterdag in deze krant. Ook hoort volgens hem een vrije artsenkeuze juist bij de door Schippers beoogde marktwerking. Hiermee slaat hij de plank mis.

Wanneer de zorg een vrije markt zou zijn, zou hij gelijk hebben. Maar de zorg is geen vrije markt en dat wordt door niemand beoogd, ook niet door minister Schippers. Afgezien van het eigen risico, betalen patiënten namelijk geen prijs als zij gebruikmaken van gezondheidszorg. En terecht, want noodzakelijke zorg moet voor iedere burger toegankelijk zijn. Maar ook al speelt de prijs voor de patiënt geen rol, deze moet wel worden betaald.

In ons zorgstelsel wordt die prijs uiteindelijk door ons allemaal betaald in de vorm van een verplichte zorgpremie. Om de premies betaalbaar te houden, moeten zorgverzekeraars afspraken kunnen maken over de prijs en kwaliteit van zorg. Zij kunnen dergelijke afspraken alleen maken als zij niet worden gedwongen om alle kosten van ondoelmatig werkende zorgaanbieders te vergoeden. Een vrije artsenkeuze klinkt sympathiek, maar betekent in praktijk dat verzekeraars ook zorgaanbieders moeten vergoeden die hoge prijzen vragen, onnodig hoge kosten maken of matige kwaliteit zorg leveren. Dit leidt tot hogere premies voor iedereen, waardoor juist mensen met een laag inkomen het hardst worden geraakt. Vrije artsenkeuze is niet gratis.

Een voordeel van de door Schippers voorgestelde wetswijziging is dat het juridische duidelijkheid schept over het recht op vergoeding van niet-gecontracteerde ziekenhuiszorg en klinieken voor geestelijke gezondheidzorg. In de praktijk zal de wetswijziging niet veel veranderen. Indien toegestaan, zal 70-80 procent vergoeding in de regel effectief genoeg zijn om verzekerden te laten kiezen voor de gecontracteerde zorgaanbieders.

Leidt de wetswijziging tot een tweedeling tussen polissen voor arme en rijke burgers, zoals wordt gesuggereerd? Wanneer zorgverzekeraars succesvol zijn in het maken van goede afspraken met ziekenhuizen en ggz-klinieken, kan doelmatige en kwalitatief goede zorg voor iedereen toegankelijk en betaalbaar blijven. Aan het gebruik van ondoelmatige of kwalitatief inferieure zorg komt een prijskaartje te hangen. De hoogte hiervan moet echter niet worden overschat.

Op dit moment bedraagt het maximale premieverschil tussen een restitutiepolis met vrije keuze en de zogeheten meest restrictieve budgetpolis namelijk nog geen twee tientjes per maand. Zoals voor alles wat duurder is, geldt inderdaad dat extra keuzevrijheid voor mensen met een hoger inkomen dus iets gemakkelijker is te betalen. Maar is dat erg? Is het niet erger om iedereen, en dus ook de lagere inkomens, verplicht te laten meebetalen aan ondoelmatige zorg?