Overal ben ik local

Net als veel andere ‘eurokinderen’ ging de Deens-Griekse Max Sörensen in Brussel op zoek naar zijn roots, vertelt hij aan Caroline de Gruyter. „Maar sinds ik Belgische vrienden heb, ben ik opgehouden met zoeken naar één identiteit.”

Max Sörensen in zijn kamer in Wenen, met Professor Zonnebloem-sleutelbos: „Er hangen sleutels aan voor deuren in meerdere landen.” foto Hans Hochstöger

‘Hoewel anderen misschien denken dat ik ontheemd ben, voel ik me niet ontheemd. Misschien moet ik eerst even uitleggen hoe het zit. Ik heb een Deens en een Grieks paspoort. Eigenlijk kun je als Deen geen dubbele nationaliteit hebben, maar volgens de Griekse wet ben je automatisch Griek als een van je ouders Grieks is. Dat heeft ons een hoop papierwerk bezorgd, maar we kwamen er niet uit en nu laten we het maar zo.

Sommigen zeggen: handig, twee paspoorten! Maar toen ik een keer in Istanbul in de Blauwe Moskee was, vond de imam het niet leuk dat ik Grieks was. Het is nog altijd gespannen tussen Turkije en Griekenland. Dat ik vertelde dat ik ook half Deens ben, maakte het nog erger: het herinnerde hem aan dat schandaal met de cartoons van de profeet, die waren getekend door een Deen. Misschien moet ik de volgende keer gewoon weer eens zeggen dat ik Europeaan ben. Dat doe ik eigenlijk nooit, want dan kijken de meesten je helemáál raar aan.

Ik voel me niet Belgisch maar beschouw België wel als ‘thuis’. Ik woon op kamers in Wenen, maar ik hoop dat mijn ouders ons huis in Brussel nooit verkopen: dat is toch mijn nest. Dat is niet altijd zo geweest, hoor. Als kind ging ik eerst naar de Europese school en later naar de Internationale school. Ik kende nauwelijks Belgen. Mijn klasgenoten kwamen overal vandaan. Als tiener ben ik op zoek gegaan naar mijn roots. Veel ‘eurokinderen’ van gemengde afkomst doen dat.

Ik wilde Griek zijn. Grieken vond ik cooler dan Denen. Ze zijn goedlachs, flexibel en charmant en ze komen altijd te laat. Maar in Griekenland was ik toch een beetje een buitenstaander, al waren we er elke zomer op vakantie en spreek ik de taal. Als Grieken het over een tv-programma hadden, wist ik soms niet waar ze het over hadden. Vooral van die kleine dagelijkse referenties, die begreep ik niet.

In Griekenland besefte ik trouwens ook wat ik fijn vind aan Denen: ze zijn vaak betrouwbaar en oprecht. Er zijn Deense en half-Deense stagiairs bij de OVSE. We kunnen het goed vinden. Het helpt als je dezelfde taal spreekt. Op ambassades houden ze soms borrels voor landgenoten. Ik ben al op Deense, Belgische en Griekse borrels geweest.

Eén ding heb ik altijd bij me: een sleutelhanger van Professor Zonnebloem, uit Kuifje. Geen idee wat dat betekent. Het heeft misschien meer betekenis dat er sleutels aan hangen van voordeuren in meerdere landen. Ik reis veel. Met Pasen ben ik met vrienden de Balkan doorgetrokken, per bus en trein. Laatst zijn we met stagiairs een weekend in Boedapest geweest. En Praag. Hier in Wenen ben ik een oud-klasgenoot uit Brussel tegengekomen, een Oostenrijkse die hier studeert. Via haar en de jongen van wie ik mijn studio huur, ken ik al veel Oostenrijkers.

Ik voel me overal thuis. Dat heb ik sinds mijn studententijd. Ik heb eerst aan de Vlaamstalige VUB in Brussel gestudeerd, nu zit ik aan de Franstalige kant. Behalve internationale vrienden heb ik eindelijk ook Belgische vrienden gekregen. Misschien dat ik daardoor ben opgehouden met zoeken naar één identiteit. In Athene, waar ik stage heb gelopen bij een rederij, heb ik Griekse vrienden. In Denemarken heb ik tijdens een stage op een ministerie Deense vrienden gemaakt.

Overal ben ik een beetje local. Nu vind ik het super om meerdere identiteiten te hebben. Bij die Griekse rederij lieten ze mij bijvoorbeeld onderhandelen met een Deens bedrijf over een contract. De hele afdeling moest stil zijn om mij niet te storen. Het is nog gelukt ook.

Ik droom van een baan bij een internationaal bedrijf waarvoor ik moet reizen. Ook zou ik wel bij internationale organisaties als de EU, NAVO of VN willen werken. Ik gedij in een multiculturele omgeving. Of ergens waar ik de ‘brug’ kan zijn tussen, zeg, een echte Italiaan en een typische Brit.

Het helpt, als het in je genen zit om je meteen af te vragen: waarom doet die man zo, wat zit daarachter? Monoculturele mensen oordelen soms snel over anderen. Ze luisteren minder, houden er minder rekening mee dat iemands gedrag niet tegen hen is gericht maar cultuurbepaald is. Types zoals ik vragen zich eerst af: waaróm doet iemand zo?

Mijn baas is bijvoorbeeld een Deen. Die gaf me in het begin weinig te doen. Ik dacht: die is vast bang om me te overladen met werk. Tijdens mijn stage in Denemarken ontdekte ik dat Denen heel bang zijn om fouten te maken. Dus ging ik op mijn baas af, en vroeg zelf om meer werk. Nu begrijpt hij: het is okay om Max meer te laten doen. Probleem verholpen.

Er zijn spanningen binnen de OVSE. Rusland, Amerika en Oekraïne zijn ook lid. Het is interessant: er gebeurt veel in de wereld en je zit er middenin. Maar soms denk je: als wij stagiairs op de stoelen van de ambassadeurs gaan zitten, zijn de problemen in een paar uur opgelost. Je hoort weleens dat jongeren niets in de EU zien. Maar al mijn vrienden zijn pro-Europees. Niemand wil de grenzen terug. Niemand houdt van dat nationale tromgeroffel. Misschien dat jongeren daarom soms niet stemmen. Ze zijn al een stap verder. Wat zeg ik, meerdere stappen.

Jeetje, waar ik begraven wil worden. Daar denk ik echt nooit over na. Mijn moeder zou meteen zeggen: in Griekenland! Voor mij is het minder duidelijk. Het kan me ook niet zoveel schelen. Ik weet alleen zeker dat ik mijn organen aan de wetenschap wil geven. Daarna mogen ze me cremeren en de as over zee uitstrooien. Welke zee? O ja, België, Denemarken en Griekenland grenzen allemaal aan zee. Nou, laat ze maar doen wat het handigst uitkomt.”