Olieprijs stabiliseert, slag om oliemarkt gaat door

De gestage daling van de olieprijs lijkt gestopt. De aandelen van oliebedrijven zitten zelfs in de lift. Niemand weet precies waarom.

Midden december is er een keerpunt geweest, maar niemand weet precies waarom. Of hoelang de nieuwe beweging aan zal houden. Zeker is alleen dat de aandelenkoersen van de grote oliemaatschappijen, na twee weken vrije val, vanaf 15 december plotseling weer omhoog zijn gesprongen. Met de beurzen in hun kielzog.

Een concrete aanleiding lijkt er niet te zijn geweest. Geen besluiten, rapporten, of andere nieuwsfeiten. „Het is meer een samenloop van omstandigheden geweest”, zegt Hans van Cleef, energie-econoom bij ABN Amro.

Op 15 december kwam een voorlopig einde aan de overhaaste uitverkoop van roebels en ook– waarschijnlijk als gevolg daarvan – begon de olieprijs zich te stabiliseren. In een halfjaar tijd had de prijs van een vat ruwe Noordzeeolie (Brent) 50 procent van zijn waarde verloren. Midden december bleef hij rond de 60 dollar per vat hangen.

Voor de meeste oliemaatschappijen is dat nog veel te laag om winst te kunnen maken, maar voor de beleggers was dat kennelijk genoeg om het vertrouwen terug te brengen. Vooral berichten uit de olie-industrie dat er nog beter op de kosten zou worden gelet, maakten indruk.

Maar daarmee is de crisis op de oliemarkt allerminst voorbij. Er is nog steeds veel te veel olie op de markt. De OPEC produceert stelselmatig meer dan de 30 miljoen vaten per dag die de organisatie van olieproducerende landen zelf als plafond hanteert.

De Verenigde Staten leven in toenemende mate op hun eigen (schalie)olie en importeren minder. In Europa en de opkomende economieën van Azië en Latijns-Amerika blijft de vraag achter door tegenvallende economische groei. Met als gevolg een massaal overaanbod. En dat allemaal nog los van de Russische crisis die de internationale geopolitieke verhoudingen op scherp zet.

De Saoedi-Arabische olieminister Ali al-Naimi liet er deze week geen enkele twijfel over bestaan dat de slag om de oliemarkt nog lang niet voorbij is. „De OPEC zal zijn productie niet beperken, zelfs niet als de prijs naar de 20 dollar zakt”, zei hij tegenover Financial Times. Dreigend voegde hij daaraan toe dat de olieprijs misschien wel nooit meer de 100 dollar zal halen.

Het gaat al-Naimi niet langer om de prijs, maar om het marktaandeel van de OPEC. Daarmee is het kartel een nieuwe weg ingeslagen. Tot nog toe werd de productie verminderd zodra de prijs begon te zakken.

„Als wij onze productie nu verminderen dan stijgt de prijs en zullen de Russen, de Brazilianen en de Amerikaanse schalie-olieproducenten ons deel inpikken”, aldus de Saoedische olieminister die geldt als de machtigste man binnen de OPEC.

Een lage olieprijs zou nu juist in het voordeel zijn van de OPEC. Met een kostprijs van nog geen 5 dollar per vat, kunnen Saoedi-Arabië en de Golfstaten het voorlopig nog even uitzingen. Al-Naimi rekent erop dat de concurrentie bij lage prijzen „financieel gedwongen zal worden om de productie te beperken”.

Maar diezelfde lage olieprijzen brengen andere OPEC-landen wel in de knel. Nigeria en Venezuela hebben hun begrotingen bijvoorbeeld gebaseerd op een olieprijs die minstens 120 dollar bedraagt. Volgens het persbureau Bloomberg is een van de grote vragen van 2015 dan ook of het kartel bij elkaar zal blijven.

De herschikking van de oliemarkt is nog in volle gang. De grote oliemaatschappijen hebben even de wind in de rug. Maar die wind kan elk moment weer van richting veranderen.