Is er nu eindelijk rust in Noord-Ierland?

Het vredesakkoord is al zestien jaar oud. Maar nu pas zijn de Noord-Ieren het eens over vlaggen en oranjemarsen.

Foto AP

Na het Goede Vrijdagakkoord uit 1998 heeft Noord-Ierland nu een Kerstakkoord. De drie meest netelige, nog openstaande kwesties – oranjemarsen, vlaggen en omgang met het verleden – worden na zestien jaar min of meer opgelost.

Dat er een oplossing moest komen, was duidelijk. Niet alleen omdat deze drie kwesties regelmatig de oorzaak waren van oplaaiende ongeregeldheden. De vraag wanneer en waar Britse en Ierse vlaggen mogen wapperen, welke route protestantse oranjemarsen mogen nemen, en hoe er met misdrijven die tijdens de burgeroorlog werden gepleegd moet worden omgegaan, bleef controversieel.

Maar de Noord-Ierse regering raakte ook verlamd. De patstelling tussen de unionisten (zij die loyaal zijn aan het Verenigd Koninkrijk) en nationalisten (zij die één Ierland willen) werd bovendien verergerd door onenigheid over hoe – en of – de door Londen opgelegde bijstandsbezuinigingen moesten worden doorgevoerd. Het dreigde de toch al fragiele coalitie tussen de Democratic Unionist Party en Sinn Féin te ondermijnen.

Van verschillende kanten werd gewaarschuwd dat als de partijen het niet eens konden worden, de Britse regering het bestuur over Noord-Ierland weer kon overnemen. Dat zou het vredesproces terug bij af hebben gebracht. Nu heeft Noord-Ierland, net als Schotland en Wales, een eigen regering.

Ter stimulans bood David Cameron „royale” financiële bevoegdheden aan: Noord-Ierland kan ter waarde van 2 miljard pond (2,52 miljard euro) geld lenen, en de Assembly, het parlement, mag onder meer zelf vennootschapbelasting vaststellen. Dat moet het makkelijker maken te concurreren met de Ierse Republiek, die een vennootschapsbelasting van 12,5 procent heeft. Minister van Financiën Osborne had dit al beloofd, maar alleen als de partijen overeenstemming bereikten.

Veel moorden zijn nooit opgelost

Een achteloze beschouwer zal in het akkoord van gisteren niet veel heldere afspraken zien. Er worden vooral commissies opgericht, wetsvoorstellen opgesteld. Maar de onafhankelijke Commission on Information Retrieval gaat bijvoorbeeld slachtoffers helpen te achterhalen wat er tijdens de burgeroorlog met hun geliefden is gebeurd. De Historical Investigations Unit zal oude moordzaken onderzoeken. Een groot deel van de 3.600 moorden die tijdens de zogenoemde Troubles plaatsvond, is nooit opgelost. Daders of getuigen kunnen, als nabestaanden toestemming geven, deze commissies informatie geven in ruil voor een vorm van immuniteit.

De Noord-Ieren krijgen bovendien de verantwoordelijkheid zélf oplossingen te zoeken, in plaats van dat Londen intervenieert en besluit. Een commissie bestaande uit alle partijen gaat de vlaggenkwestie bekijken. En tot nu toe besliste de Britse regering over routes van protestante en katholieke marsen, Belfast gaat dat nu zelf doen. Veel hangt dus af van verdere onderhandelingen. De echte test komt zoals altijd wanneer het marsseizoen in juli begint.

De opluchting was gisteren, na meer dan honderd uur koortsachtig overleg, groot. Premier Peter Robinson, partijleider van de Democratic Unionist Party, sprak van „een monumentale beslissing”: „Dit is meer dan we ooit hebben kunnen bereiken”. Vicepremier Martin McGuinness van Sinn Féin zei „trots” te zijn: „Het is opzienbarend dat we, tegen alle verwachtingen in, zijn geslaagd.”