Ik ben hier geen vreemde

Aslan Kurt wilde altijd al vanuit Nederland terugkeren naar Turkije, vertelt hij aan Marloes de Koning. Maar de crisis forceerde zijn beslissing. Turkije biedt kansen. Én spanning. „Het salaris is de helft lager dan in Nederland, maar ik kan me goed redden.”

De van geboorte Turkse Aslan Kurt met zijn Nederlandse paspoort. „Ik ben er trots op dat ik een Nederlands paspoort heb en Hollander ben. Trots op onze koning. Ik voel me boven de normale Turk staan.” foto agata skowronek

‘M

ijn vader is in 1969 naar Nederland gegaan. Ik ben verwekt toen hij terug in Turkije was voor zijn militaire dienst. Hij liet iedereen achter om gastarbeider te worden. We waren een soort wezen die hun opa ‘vader’ noemden. Toen ik vijf was, zijn we ook naar Soest gegaan.

Het getuigt van groot lef om te gaan. Je verlaat je gezin en je dorp. Je gaat naar een land met een ander geloof, waar je de taal niet kent. Dat is die VOC-mentaliteit waar Hollanders het over hebben.

Doordat ik me Turkije nog kan herinneren ben ik als het ware tweede generatie. Voor mijn broertjes die in Nederland zijn geboren is het anders. Genetisch zijn ze Turk, maar ze zouden hier in Istanbul moeilijker kunnen wennen dan ik.

Elke Turk die nog een beetje binding heeft wil zijn laatste dagen in Turkije doorbrengen. Ik ook. Je hoort altijd van je ouders: „Ik ben oud en moe, ik ga terug”. Daar begint het mee. Dat was een beeld voor de verre toekomst. De echte beslissing om naar Turkije te gaan, kwam bij mij door de economische crisis. Daardoor is het allemaal versneld.

Tot 2009 werkte ik als financial controler bij Kodak. Toen werden systemen samengevoegd en moest ik kiezen tussen verhuizen naar Zwitserland of exit. Mijn gezin wilde niet naar Zwitserland. En er was een goede afvloeiingsregeling.

Dat was in september 2009. Op dat moment kon je echt nergens terecht. Ik ben meteen met een partner voor mezelf begonnen, financiële dienstverlening aan particulieren. Het was erg lastig. Dat heeft me ook gepusht om buiten Nederland te gaan kijken. Laatst belde die partner me. „Ik wil ook weg”, zei hij.

Je hebt zoveel verplichtingen in Nederland. Zoveel blauwe envelopjes. Ik zit hier nu drie maanden en ik heb nog geen envelop gezien. Als ik dat aan mijn compagnon vertel, wordt hij gek.

Om hier te zijn moet je uiterlijk op de eerste dag van je 39ste levensjaar de militaire dienst afgekocht of gediend hebben. Zodra ik de vrijstellingsbrief had, heb ik gesolliciteerd. Nu ben ik senior financieel analist bij Xerox in Istanbul. Dit appartement is tijdelijk. Ik richt het niet in. Mijn vrouw en dochters komen na het einde van het schooljaar en dan kopen we een huis.

Het salaris is de helft lager dan in Nederland, maar ik kan me goed redden. Je moet goed onderhandelen. De wegen vinden. Dat is ook het leuke. In Nederland wordt je meer geleefd dan dat je leeft. De regels zijn duidelijk. Alles is stabieler en van tevoren bekend. Hier moet je echt strijden. Pluk de dag, noem je dat in Nederland. Bijvoorbeeld als ik naar de markt ga om iets te kopen. De man zegt: het kost 3 Turkse lira. Ik zeg: 2. Dat is spanning, leuk, onderhandelen.

Je moet wel oppassen dat je niet wordt beduveld. Vraag het eerst tien keer na voor je iets onderneemt. De meeste mensen zijn eerlijk, maar er zijn ook hyena’s. Ik heb me in Nederland veel met non-profitorganisaties bezig gehouden. Activiteiten van moskee-organisaties en koffiehuizen. Daardoor ben ik niet vreemd hier en heb ik overal connecties. Ook bij de overheid. Binnen een week heb ik een woning weten te regelen.

Ik ben er trots op dat ik een Nederlands paspoort heb en Hollander ben. Trots op onze koning. Ik voel me boven de normale Turk staan. Ik heb hun waarden en normen en nog iets extra’s. In de jaren tachtig en ook tien jaar geleden nog zou ik er niet over peinzen Nederland te verlaten.

De christelijke basisschool in Soest zal ik nooit vergeten. Twee leraren begeleidden mij en mijn broertje. Dat deden ze zo goed dat we na een jaar compleet ingeschoold waren. Juffrouw Ada. Als ik daaraan denk word ik een beetje emotioneel. Mijn kinderen, meisjes van 12, 17 en 18, gaan nu naar een islamitische school in Amersfoort, maar als die er niet was geweest zou ik ze naar een christelijke school hebben gestuurd. Het fundament, respect voor geloof, zit daar ook in.

Maar mijn Nederland verandert echt. De mentaliteit van de Nederlanders ten opzichte van migranten is omgeslagen. Van de zorg en opvang is veel misbruik gemaakt en dat hebben Hollanders ook gezien. En dan de laatste tijd de economische situatie. Het is extremer geworden.

Dat komt ook door Wilders. Die wil moskeeën weg. Het is niet dat ik hem helemaal niet begrijp. Hij is geen fascist. Het gaat om de manier waarop hij schoffeert en beledigt. En het gegeven dat een kwart van de Nederlanders op hem stemt. Dan vraag je je wel af waar dat heen gaat.

Turkije is de laatste tien jaar juist op een positieve manier extreem veranderd. Er was zoveel kapitaalinstroom. Je kunt hier overal aan de bak. Knowhow van buiten, ook door mensen zoals ik, geeft een extra impuls. Als het slechter was gegaan, was ik natuurlijk niet gekomen.

Door de drukte worden de sociale contacten minder. Dat heeft denk ik ook met globalisering te maken. Een proces dat in Nederland al is voltooid, zie ik nu hier beginnen. Mijn vrouw maakt in Soest schoon bij ouderen. Die komen zelfs bij ons thuis. Dan beginnen ze te huilen. Soms hebben ze hun kinderen twee jaar niet gezien. Alleen af en toe een telefoontje.

Het komt denk ik door de ontkerkelijking. Of het nu hindoeïsme, christendom of islam is, maakt niet uit. Als je geloof zegt: je moet goed voor je ouders zorgen dan mag je dat niet negeren. Die mensen hebben jouw luiers verschoond, je opleiding betaald en dan zou jij ze verwaarlozen?

De keuze om te gaan heb ik niet alleen gemaakt. We hebben met het hele gezin besloten. De kinderen waren erg enthousiast. Ze willen internationaal leven. Elke Hollander heeft een binding met het buitenland. Die VOC-mentaliteit hebben ze ook meegekregen. Verken de wereld. Grijp je kansen. Dat Hollandse karakter stuwt ze.

Doordat mijn vader in Nederland zat, had ik een heel goede band met mijn opa. Eigenlijk zag ik hem als vader. Mijn opa en oma liggen in Trabzon begraven. Bij de moskee in ons dorp. Daar wil ik naast liggen. Dan kunnen de mensen zien ‘daar is de familie Kurt’. Daar ligt Turgut Temel, daar ligt Aslan. Dan zijn we niet over de hele wereld verspreid’.”