‘Ik ben een gezegende bofkont’

Een gevecht tegen de dood wil hij het niet noemen. Maar iets van een competitie is er wel nu Peter Pontiac weet dat zijn dagen geteld zijn en hij zijn stripboek ‘Styx (of: de zesplankenkoorts)’ over zijn ziekte en dood nog moet voltooien.

Tekening Stoïcijnentrofee. Zelfportret met jeuk (2014)

Dat zijn lever kapot is, is zijn eigen schuld. Dat hij afziet van een transplantatie is zijn eigen beslissing. Stoppen met de behandeling ook. Niet dat hij zich overgeeft aan de dood, die nu binnen een paar maanden, of een paar jaar, zal komen. Peter Pontiac (Peter Pollmann, 63) werkt aan een beeldverhaal waarin hij zijn ziektegeschiedenis als een strip weergeeft. Als het lukt dat boek af te maken, heeft hij gewonnen van de dood. Of minstens gelijkgespeeld, zegt Pontiac.

Het is goed. De dokter zegt, net als Bob Dylan, dat het goed is, wat hij ook kiest. (Potloodschets voor Styx)

Het boek zal Styx heten, naar de rivier die in de Griekse mythologie de wereld van de doden van die van de levenden scheidt. De zesplankenkoorts is de ondertitel. Tachtig pagina’s zijn af. Sommige als potloodschets, andere in inkt getekend. Het worden er zo’n honderdzestig, schat Pontiac. Zijn uitgever Joost Nijsen van Podium vindt dat hij snel met potlood het verhaal moet tekenen, daarna kan het altijd nog in inkt uitgewerkt worden.

Pagina 19 uit Styx.

Styx is anders dan het succesvolle Kraut (2000) geen graphic novel met veel tekst, maar een echt stripverhaal. Van wat er af is geeft deze paginagrote tekening de sfeer goed weer: de Dood als geraamte en Peter in een hemdje zijn aan het armworstelen. „It’s fun to compete”, staat er met grote letters boven. „Or not.” Zweet spat van de schedel van de dood. Peter kijkt verbeten terwijl in een zandloper op de voorgrond het bovenste glas flink leeg raakt.

De tekeningen in Styx zitten vol details, zoals altijd bij Peter Pontiac. Er is een hoofdelement dat perfect in een omgeving is geplaatst. Daar omheen subplots die zorgen dat langer kijken altijd wordt beloond. Ook in Styx verbergt Pontiac zijn humor en belezenheid niet. Evenmin als zijn romantische inborst, die ook aan de wieg stond van zijn heroïnegebruik, de oorzaak van zijn kapotte lever.

Hij weet dat hij bij zijn volle verstand ooit de keuze voor die drug maakte, maar hij begrijpt ook de man of vrouw die ergens op Google een pamflet heeft gezet waarop rockmuzikant Lou Reed ‘wanted’ is voor de dood van velen. Want wat is er aantrekkelijker voor een artistieke jongen van een jaar of achttien dan als zo veel kunstenaars voor hem de zelfkant te verkennen? Zeker als eind jaren zestig Lou Reed met de Velvet Underground in I’m waiting for the man zo verleidelijk vertelt over het wachten op de dealer die altijd laat komt. En na het scoren zingt Reed: „I’m feeling good, I’m feeling oh so fine. Until tomorrow, but that’s just some other time.”

Zich overgeven aan de zalige lethargie van heroïne heeft voor Pontiac alle aantrekkelijkheid verloren. Hij snakt naar energie om hard te werken. Maar aan het scoren op de Zeedijk bij de Surinaamse dealers denkt hij met genoegen terug.

Het is zo’n dertig jaar geleden dat Peter Pontiac heroïne gebruikte – met de geboorte van zijn dochter stopte hij – maar voor zijn lever was het te laat. Het gerommel met vieze spuiten maakte hem ziek. De afgelopen jaren werd hij behandeld voor hepatitis C en levercirrose, bracht vele maanden in ziekenhuizen of thuis in bed door en wachtte op een levertransplantatie. Als bijwerking zwol zijn buik soms op met meer dan tien liter vocht.

Pagina 43 uit Styx. De laatste keer dat Pontiac zijn aan levercirrose bezweken vriend Philip Fermin zag, droeg die dit gedicht voor.

Hij is niet boos op zijn lever, zoals veel zieken. Zijn lichaam heeft hem altijd zonder veel problemen gediend en hij heeft het zijn lever ook niet gemakkelijk gemaakt. Sinds de diagnose in 2010 is alcohol vervangen door maltbier. Hij is blij dat zijn longen nog goed zijn en rookt met genot de additievenvrije sigaretten van American Spirit (het logo van een vredespijp rokende indiaan lijkt door hem zelf getekend).

Peter Pontiac waardeert wat dokters en verplegers voor hem hebben gedaan. Hij heeft in ziekenhuizen tal van aardige mensen ontmoet, maar mist er de ruimte voor alternatieven. De erkenning dat lichaam en geest niet twee gescheiden zaken zijn. Dat de medische wetenschap niet alles kan verklaren, dat hun methoden soms grof zijn en ernstige bijwerkingen hebben. Toen hij nee zei tegen verdere behandeling, en daarmee ook tegen de levensverlengende levertransplantatie, was dat allemaal niet de reden. Wat hij echt onverdraaglijk vond was het vooruitzicht door complicaties maanden en misschien wel de rest van zijn leven tegen systeemplafonnetjes in ziekenhuizen te moeten aankijken. Die extra dagen leven zouden daar nooit tegenop kunnen wegen. Hij koos voor kwaliteit, de relatieve kwaliteit van zijn bestaan. Verzorgd door zijn vrouw in zijn vertrouwde huis en werkkamer in Amsterdam-West.

Pagina 68 uit Styx.

Peter Pontiac bewondert Pieter Steinz die in NRC wekelijks literair verslag doet van zijn aftakeling als gevolg van de terminale ziekte ALS, zonder zijn humor te verliezen. Ook Styx zal veel scènes bevatten uit het leven van een zieke. Zoals een ligstoelenkring bij een arts in Friesland waar Pontiac aan het infuus ligt samen met dames uit de betere kringen die babbelen over hun auto’s.

De opbouw van zijn stripboek leent Pontiac van de beroemdste lijdensweg en doodstrijd uit de westerse beschaving, de kruisgang van Jezus. De 14 ‘staties’ of ‘stappen’ van de veroordeling en kruisdraging tot de dood van Jezus aan het kruis en zijn graflegging. In zijn boek laat Pontiac niet Jezus maar de dood de gang maken, en die draagt geen kruis maar een kist. Ook verder gaat hij vrij om met de uit iedere katholieke kerk bekende taferelen. Stap 4, ‘Jezus ontmoet Zijn Heilige Moeder’, betrekt hij op de dood van zijn eigen moeder in 1997.

Pagina 72 'Statie' uit Styx.

Het boek Styx is een verslag van zijn weg naar de hopelijk nog even wegblijvende dood en een race tegen de deadline. Het afgelopen jaar heeft hij door zijn ziekte minder kunnen werken dan hij hoopte. Om verlost te zijn van de noodzaak om geld te verdienen met opdrachtillustraties, suggereerde zijn dochter crowdfunding. Voor de site Voordekunst.nl filmde ze hem naast zijn terphut in Friesland, terwijl hij uitlegt waarom hij 17.500 euro nodig heeft. Dat bedrag was deze maand snel bereikt (298 donateurs gaven vooral via Facebook samen al 24.000 euro). Er kan tot eind december gegeven worden. Hoe minder zorgen over geld, hoe beter hij kan werken. Geld is tijd, zegt Pontiac.

Na Kerst en Nieuwjaar, als het leven weer rustig wordt, wil hij terug naar Friesland en hard aan de slag met Styx. Hij mag daar van zijn vrienden zolang het in zijn houten huisje te koud is werken in de boerderij ernaast. Van een weldoener kreeg hij een auto, een tweedehands Toyota Starlet, zodat zijn vrouw Ippie weer boodschappen kan doen en hem naar het noorden kan rijden. „Ik ben een gezegende bofkont.”

Hoeveel tijd hij heeft, weet Pontiac niet. Wel dat hij moet doorwerken aan het boek dat hij inzet heeft gemaakt van zijn gevecht met de dood. „Als hij mij komt halen, heb ik hem al gehad. 1-1. Maar dan moet het boek wel af zijn. Anders wordt het 2-0 en dat gun ik de dood niet.”