Iedereen kan doelwit zijn

De cijfers zeggen wat anders, maar het voelde dit jaar alsof de wereld er erger aan toe was dan ooit. En dat gevoel is niet misplaatst, vindt oorlogshistoricus Peter Romijn.

In 2014 stond de wereld in brand. Rusland viel Oekraïne binnen en de MH17 stortte neer, IS maakte een opmars en er kwamen genadeloze filmpjes van onthoofdingen online. Het geweld laaide weer op in Israël en Palestina. In Nigeria ontvoerde Boko Haram onschuldige schoolmeisjes. We zijn er nog niet. Want er waren ook conflicten in Afghanistan, Zuid-Soedan en de Centraal-Afrikaanse Republiek. Moeten we verder gaan? Het voelde dit jaar even alsof de wereld er erger aan toe was dan ooit. Alsof er nog nooit zoveel conflicten tegelijk hadden gespeeld. Maar klopt dat gevoel ook?

Want vreemd genoeg blijkt uit de nieuwste cijfers van het gerenommeerde onderzoekscentrum Uppsala Conflict Data Program (UCDP) juist dat het aantal zware conflicten, waarbij meer dan duizend mensen omkwamen, is afgenomen.

Hoe is die schijnbare tegenstrijd tussen gevoel en ratio te verklaren? Statistieken zeggen niet alles, zegt oorlogshistoricus Peter Romijn, verbonden aan NIOD en UvA. „Uit alle cijfers blijkt dat er minder slachtoffers vallen, maar de conflicten van nu treffen de samenlevingen misschien wel veel ernstiger dan vroeger.”

Het gaat dus om de effecten van een conflict?

„Ja, en om naar de effecten van een conflict te kijken, moet je niet alleen dodelijke slachtoffers tellen. Massaal geweld leidt er immers ook toe dat miljoenen mensen hun huis verliezen, in een permanente staat van beleg moeten leven, geen toegang hebben tot voedsel, hun buren moeten wantrouwen of hun woonplaats en land moeten verlaten. Mensen kunnen door een conflict wel in leven blijven, maar als hun bestaanszekerheid wordt weggeslagen, zoals in Syrië het geval is, dan zijn de gevolgen van het conflict evengoed vreselijk.”

U denkt dus dat ons gevoel klopt?

„Ja, het gevoel dat wij hebben is niet misplaatst, het is beredeneerd gevoel. Als je zegt dat 2014 een vreedzaam jaar is geweest omdat er minder slachtoffers vielen dan tien of honderd jaar geleden, ga je voorbij aan wat een conflict met mensen doet. Denk aan de enorme omvang van de vluchtelingenproblematiek. Miljoenen mensen in Afrika en het Midden-Oosten kunnen niet in veiligheid leven en vluchten naar het buitenland, een deel komt naar Europa. Wij vangen vluchtelingen op in Nederlandse dorpen, op grotere schaal dan vroeger. Zo merken we dat lokale conflicten een wereldwijde uitstraling hebben. Alleen al daardoor zijn we dus veel directer betrokken bij de gevolgen van conflicten, ook als ze aan de andere kant van de wereld plaatsvinden. Maar ook onze identificatie met mensen buiten onze grenzen verandert.”

Wat bedoelt u daarmee?

„We zijn mobieler geworden, reizen meer, kunnen steeds beter communiceren met mensen in het buitenland. We voelen meer empathie voor mensen buiten de grenzen van ons land. De kans dat je iemand kent die buiten onze grenzen bij een conflict is betrokken, is veel groter. Dat zorgt er ook voor dat de impact van zo’n conflict op onze samenleving toeneemt. En dan kun je ook nog waarnemen dat ‘we’ of ‘de Nederlanders’ minder dan voorheen allemaal met dezelfde blik naar conflicten kijken en dezelfde emoties delen.”

Welke rol spelen de media hierin?

„Vroeger bepaalden de kranten en het NOS-journaal voor een groot deel ons wereldbeeld. Terwijl Joegoslavië uiteenviel waren er ook nog andere conflicten gaande die vreselijke moordpartijen als gevolg hadden zoals de Rwandese genocide en de oorlog tussen Irak en Iran, maar dat bleef meer op de achtergrond. Joegoslavië was twee uur vliegen van Amsterdam en een vakantieoord voor Nederlanders, wij voelden ons daar vooral mee verbonden, het was Europa en daarom schokte die oorlog ons ook zo. De berichtgeving was tamelijk eendimensionaal, het was een schande en de grootste schurken waren de Serven. Maar nu, 20 jaar later, hebben de nationale media geen monopolie meer op de framing en de interpretatie van het nieuws. Individuele burgers hebben meer gratis toegang tot internationaal nieuws. De beelden van slachtoffers komen binnen op onze telefoon. Mensen kunnen nu ook hun eigen bronnen zoeken en hun eigen contacten gebruiken om aan informatie komen. Wij kunnen daardoor zelf selecteren wat we wel en niet interessant vinden. Door wifi kun jij zelf contact leggen met mensen in Syrië om van ze te horen wat ze meemaken.”

Is de aard van een conflict ook veranderd?

„Ja, absoluut. Er vinden minder conflicten plaats tussen vaste groepen, zoals landen, die met elkaar kunnen onderhandelen om een probleem op te lossen of om vrede te sluiten. Meer non-statelijke actoren spelen mee op het wereldtoneel en hebben veel invloed op internationale verhoudingen en conflicten. Denk aan Al Qaeda, Boko Haram en de Talibaan, om van internationaal georganiseerde misdaad nog maar te zwijgen. IS profileert zich nu wel als religieuze staat, maar niet als het soort staat dat zich aan de internationale rechtsorde wil houden. De recente conflicten roepen ook een ander soort partijkeuze op dan voorheen. Die is minder gericht op loyaliteit jegens de natie of een politieke ideologie, en meer etnisch, religieus of sektarisch georiënteerd. Dat raakt ook de gewone burger.”

En hoe raakt het ons?

„We vragen Nederlanders, in het bijzonder nieuwe Nederlanders, om zich uit te spreken tegen IS. Als mensen daar naartoe gaan om voor IS te vechten lopen ze het risico om hun staatsburgerschap te verliezen en niet meer in Nederland te worden toegelaten.

„De conflicten van nu zijn zo destructief omdat ze een samenleving compleet uit elkaar kunnen slaan, kijk naar Syrië en naar Oekraïne. En zo’n conflict in Oekraïne heeft dan ook weer een directe invloed op ons leven. De MH17-ramp is daar een goed voorbeeld van. Toen het vliegtuig neerstortte wilde ik weten wie erin zaten. Door een conflict in Oekraïne gingen Nederlandse slachtoffers dood, iedereen was een of twee omarmingen verwijderd van een slachtoffer, het kwam ineens zo dichtbij. Onschuldige burgers uit een ander deel van de wereld worden zo steeds meer betrokken bij een conflict. Dat voedt de onrust nog eens extra.”

Maar er sterven toch juist minder mensen door conflicten?

„Ja, maar het geweld blijft grootschalig en destructief. Burgers en hun samenleving zijn vaak het eerste doelwit. De Eerste Wereldoorlog werd grotendeels door legers uitgevochten en verreweg de meeste slachtoffers waren militairen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verschoof dit: hij werd met militaire middelen uitgevochten, maar het was ook een ideologisch conflict waarin burgers doelwit werden van vervolging, vernietigingsoorlog en genocide. Na de Tweede Wereldoorlog draaide het steeds meer om nationale, etnische of religieuze bevrijdingsbewegingen die probeerden hun eigen idealen te verwezenlijken.

„In hedendaagse conflicten, zoals we nu in Syrië zien, is het onderscheid tussen strijders en burgers verloren gegaan. Iedereen is partij, iedereen kan een doelwit zijn. Etnische zuivering en vernietiging van tegenstanders is een instrument en een doel geworden.

„In hedendaagse oorlogen is iedereen partij. Daarom is het ook steeds moeilijker om buitenstaander te blijven, ook op afstand. En daarom ervaren we op allerlei manieren de impact van conflicten elders, zeker in 2014.”