Halverwege is mijn thuis

Ze woont en werkt in Londen maar is ook nog vaak in Hongarije. Ze zou niet meer op slechts één plek kunnen aarden, vertelt fotograaf Orsolya Luca aan Roeland Termote.

Orsolya Luca met haar camera, een Leica M6, model 1986, die ze meenam naar Londen. Foto Justin Griffiths-Williams

‘Ik ben gewend geraakt aan het gevoel van thuis als een plaats die in mezelf zit. Maar een kindertijd achter het IJzeren Gordijn, leven in Canada en Londen: het geeft wel diepgang aan mijn leven. Nu ben ik fotografe en leef ik halverwege tussen Londen en Boedapest.

Ik groeide op in een klein Hongaars stadje: Tatabánya. Toen ik op de lagere school zat, zeiden we „veel geluk” tegen elkaar in plaats van „tot ziens” omdat we in een stad van mijnwerkers leefden. Het was fijn om deel uit te maken van die gemeenschap waar we voor elkaar zorgden.

Toen ik 19 was, verhuisde ik naar Toronto. Ik trouwde met een half-Hongaarse, half-Canadese man. Dat was een uitweg uit die kleine gemeenschap. Ik was jong, net afgestudeerd van de middelbare school. Ik was verliefd, nieuwsgierig. Ik verwachtte niets. Ik dacht gewoon: Ik moet de wereld zien.

In 2002 ging ik twee weken terug naar Hongarije. Net in die periode veranderde de immigratiewetgeving, waardoor ik anderhalf jaar vastzat in Hongarije. Zo eindigde mijn huwelijk. We konden het niet: hij was in Canada, ik in Tatabánya. Een deel van mij stierf daar want ik hield van Canada. Ik ben er nooit meer teruggeweest.

Ik was opgeleid tot kapster, maar had nooit echt gewerkt als kapster. Na een paar cursussen in Hongarije besloot ik fotografie te gaan studeren in Londen. Wat ik meenam was mijn camera. Een Leica M6 uit 1986, gemaakt in Duitsland. Ik had die gekocht omdat mijn grootvader een gelijksoortige Russische versie had. Ook al was hij een amateurfotograaf: hij inspireert me het meest.

Het eerste jaar in Londen was een worsteling. Ik was geïsoleerd, had geen vrienden. Ik had het koud, was de hele tijd ziek.

Na dat eerste jaar ging ik een jaartje terug naar Hongarije om de ontknoping van een relatie af te handelen. Dat was het moment waarop de politieke omstandigheden echt ontstellend werden. Het kabinet-Orbán had net de grondwet en de kieswet aangepast en een nieuwe mediawet ingevoerd: fundamentele, onverantwoordelijke, onomkeerbare veranderingen voor de Hongaarse democratie.

Ik praatte er voortdurend over en ging de straat op. Normaal in een westerse samenleving. Als je ergens niet van houdt, dan doe je iets, je zwijgt niet gewoon. Maar iedereen gedroeg zich als vissen in een school. Ik begreep dat ik mijn eigen toekomst moest creëren. Als ik thuis gebleven was, zou ik vastgeroest zijn en een treurig, ongelukkig leven gehad hebben.

Naar Londen komen vind ik nu de verstandigste keuze die ik ooit gemaakt heb. Ik heb hier zoveel geleerd over mezelf. Ik geef er inmiddels zelf les. Toch voel ik me nog steeds verbonden met Hongarije. Ik ga er elke drie maanden heen, of zodra ik een opdracht vind die mijn kosten dekt. Ik vind dat ik de plicht heb om daar informatie te verspreiden over hoe de westerse democratie functioneert en hoe het individu daarbinnen verantwoordelijkheid neemt voor de eigen daden. En omdat ik het gevoel heb dat ik daar belastingen moet betalen. Ik voel me verantwoordelijk voor mijn land en mijn ouders. Maar ik voel ook een kloof. Mensen begrijpen niet hoe democratie echt werkt. Mijn vader denkt nog steeds dat we een sterke leider nodig hebben die begrijpt wat wij nodig hebben.

Ik haat ook dat er thuis altijd gezeurd wordt. Het is deprimerend. En dat je altijd geacht wordt iemand anders de schuld te geven als er iets misgaat in jouw leven. Soms is het een opluchting om terug te gaan naar Londen. Weg van de problemen, de armoede. Op de weg naar de luchthaven zie je mensen die in de struiken leven. Ik voel me zo nutteloos, dat ik niet kan helpen.

Hier heb ik andere problemen. Thuis hoef je niet veel geld te verdienen om een gemiddeld goed leven te leiden. In Londen moet je echt dingen opofferen. Het is een probleem om mijn openbare vervoerspas te betalen. Vreselijk ook om geen boek te kunnen kopen voor jezelf. Soms moet je drie banen tegelijk hebben. Met lesgeven kan ik niet eens de huur betalen.

Ik kan hier moeilijk vrij praten met mensen. In het Westen hou je gevoelens en meningen in het algemeen verborgen, openheid wordt vaak niet gewaardeerd. Wij Hongaren zeggen gewoon wat we denken.

Dat is dus iets wat ik echt mis van thuis. Ik heb twee huisgenoten, Hongaren. Misschien is het niet goed om thuis Hongaars te spreken. Maar het werkt voor ons.

Een flat kopen en me op één plaats vestigen: dat zou ik niet kunnen. Mijn persoonlijke geschiedenis leerde me het niet te doen: je weet nooit wat er zal gebeuren. Misschien later. Maar ik heb alles zo vaak verloren: bezittingen, echtgenoot, vriendjes. Ik ben wat bang geworden om banden op te bouwen met welke plek ook.

Mijn ex-man stierf twee maanden geleden. De helft van zijn as werd uitgestrooid in Canada, de andere helft wordt in de lente uitgestrooid in Hongarije. Hij was een trotse Canadees en een trotse Hongaar. Ik wil niet begraven worden. Gooi me gewoon in de lucht.”