God als baas

De Kerk vergrijst, de gemiddelde priester of dominee is een man van vijftig. Toch zijn er nog jonge mensen die kiezen voor een carrière in de Kerk. „Je wordt er niet stinkend rijk van.”

De Nederlandse kerken mogen dan wel leeglopen, met Kerst moeten er doorgaans extra stoeltjes naast de kerkbanken worden gezet. Priesters en predikanten draaien dezer dagen overuren – iets wat ze wel vaker doen trouwens, want geestelijke zijn, dat is meer dan op zondag een praatje houden in de kerk.

Vooral priesters krijgen het steeds drukker. De Rooms-Katholieke Kerk kampt al jaren met een sterke terugloop in het aantal ‘roepingen’. Steeds vaker worden daarom priesterstudenten uit het buitenland toegelaten, veelal uit Latijns-Amerika of India. Van de priesters in opleiding die in augustus aan de seminaries studeerden, waren 49 van de 76 geen Nederlander. De bisschoppen vinden dat jammer, maar zeggen dat er door de grootschalige parochiefusies in toekomst ook minder priesters nodig zijn; niet alleen het aantal priesters, ook het kerkbezoek loopt terug.

De protestanten hebben ondertussen weer andere problemen. Ook zij zien het aantal gelovigen dalen, maar daar blijven de theologiestudenten maar komen. Er dreigt zelfs een overschot. Vooral jonge dominees komen soms niet aan de bak. Gemeenten hebben het voor het kiezen en geven de voorkeur aan meer ervaren predikanten van tussen de 35 en de 45 jaar. Vanaf januari organiseert de Protestantse Kerk in Nederland daarom speeddates om gemeenten te koppelen aan beginnende predikanten.

Zowel priesters als dominees zijn vaak de vijftig gepasseerd, toch maken ook jongen mensen de keuze om in dienst te treden van de kerk. Drie jonge geestelijken vertellen over hun werk, hun beweegreden en over hoe dat voelt, God als baas.