Ging die donderpreek van de paus ook over de Nederlandse kerk?

De paus waste maandag in Rome de curie de oren. Voelen Nederlandse geestelijken zich aangesproken? „Ik heb liever troost dan een donderpreek.”

Het was een donderende kersttoespraak van paus Franciscus, maar de Scheveningse pastoor Dolf Langerhuizen was blij verrast. De woorden bevestigden voor hem vooral de maatschappelijke rol van zijn parochie – van hulp aan de Voedselbank tot taalcursussen voor minderbedeelden. „Kerst is een feest van solidariteit. Dat kwam goed tot uiting.”

De paus las maandag in het Vaticaan de curie de les, in aanwezigheid van kardinalen en bisschoppen die dit kerkbestuur vormen. Hij noemde vijftien ‘ziektes’ waar het bestuurlijke apparaat van de Katholieke Kerk volgens hem aan lijdt, zoals „mentale en spirituele verstening” die mensen tot gevoelloze bureaucraten maakt. Hij vroeg de priesters in aanloop naar Kerstmis gewetensonderzoek te doen.

Richtte de paus zich alleen op de curie, of moeten geestelijken tot in Nederland zich aangesproken voelen? Dat laatste, vindt bisschop Jos Punt van het bisdom Haarlem-Amsterdam. „De toon is fors, maar geldt niet alleen de medewerkers van de paus, maar allen die werkzaam zijn in de Kerk”, laat hij via een woordvoerder weten. „Het is goed je bewust te zijn van waarom je werkelijk geroepen bent: geen carrièredrift, maar het dienen van de mens naast je.”

Volgens Punt heeft iedere christen die evangelische opdracht. „In het bijzonder degenen die binnen de Kerk werkzaam zijn. Soms wordt daarin geblunderd, dat maakt het menselijk. Maar dat de paus daar nu op wijst, stemt tot nadenken en handelen.”

Kardinaal zwijgt

Kardinaal Wim Eijk, voorzitter van de Nederlandse Bisschoppenconferentie, wil niet reageren op de toespraak van de paus. Een woordvoerder van de bisschoppenconferentie laat weten dat dit is omdat de paus slechts heeft gesproken over het functioneren van diens eigen medewerkers. „Het zijn dus niet de bisschoppen wereldwijd die hier worden toegesproken, maar de directe medewerkers van de paus. Daar zitten geen Nederlanders bij.”

Ook pastoors interpreteren de toespraak wisselend. Zo wil Rob Merkx, pastoor-deken in Roermond, niet reageren. „De paus heeft een kersttoespraak gehouden voor de kardinalen en bisschoppen. Ik zou het ongepast vinden dat ik daar als lagere geestelijke iets van moet vinden.”

Pastoor Langerhuizen uit Scheveningen, die in het nieuwe jaar naar een Haagse gecombineerde parochie gaat, prijst juist de boodschap van de paus. „Deze paus zorgt steeds voor een positieve verrassing. Ik probeer mijn functie gestalte te geven zonder pretenties of hoogmoed. Dat zou ik mensen hoger in de Kerk van harte toewensen. Ongeacht de hoogte van je ambt, vind ik dat je je nederig en menselijk moet opstellen.”

De in Rome wonende Nederlandse priester Antoine Bodar denkt ook dat de boodschap van de paus breder moet worden opgevat. „Enkele van de benoemde problemen reiken verder dan de curie”, zegt hij. „Maar ik denk dat een priester van een basispastoraat nu meer geholpen is met bemoediging dan een draai om de oren.”

Want hoe hard de woorden van de paus ook waren, hij zei eigenlijk niets nieuws, zegt Bodar. Hij verbaasde zich over het moment dat Franciscus koos voor diens „donderpreek”. „Ik had zoiets eerder verwacht op Aswoensdag, voor het vasten. Voor Kerst zou ik hebben gekozen voor een boodschap van troost. De paus roept op tot humor en collegialiteit, maar beide heb ik in zijn toespraak niet kunnen opmerken.”

Vanuit Rome constateert Bodar na een ronde langs Nederlandse nieuwssites dat de meeste reacties „zeer verheugd” van toon waren. „Maar ik weet dat veel mensen van de curie gewoon hard werken. Het is een kleine, dienstbare groep die veel te doen heeft. De toespraak beïnvloedt de beeldvorming, maar ik betwijfel of er tot in Nederland gevolg aan wordt gegeven.”