De wereld woont hier

Bob Beusekom (47) keerde terug na een poging tot emigratie naar Australië. En vertrok opnieuw. „Voor mij voelt Australië nog steeds nieuw”, zegt hij tegen Dolf de Groot

‘H

uilend zat ik in het vliegtuig. In 2008 was ik samen met mijn vriendin naar Australië geëmigreerd. Twee jaar later gingen we terug: mijn vriendin was niet gelukkig. Ze vond haar werk in Brisbane niet leuk. En ze miste haar moeder, haar zus in Nederland. Ik wilde niet terug. Het voelde niet goed. Maar ik moest wel, vond ik. Mijn vriendin was zwanger.

Er zijn veel boeken geschreven over emigreren. Niet over terugkeren. Terugkeren wordt onderschat. Als je weggaat, begin je aan een spannend avontuur. Dat is het verhaal, tenminste. Maar dan kom je terug. Dan krijg je reacties als ‘Ojee, het is niet gelukt’. Ik snap het wel. Ook wij zijn op de emigratiebeurs geweest. Dan krijg je een grote roze wolk voorgeschoteld: succesvolle, gezonde mensen in een walhalla van kansen. Maar dat is het niet. Je moet achter je werk aan, je sociale contacten. Je moet het zelf doen. Je bent namelijk een immigrant.

Ik vond het moeilijk om weer terug te zijn in Nederland. Ik kon niet vertellen dat ik eigenlijk niet in Nederland wilde zijn. Wie zou me dan inhuren?

Ik ben registeraccountant, kon zo weer aan de slag. We kochten een mooi huis in Rotterdam. Maar ik miste de aansluiting. Mensen zijn één keer benieuwd naar je verhaal, daarna niet meer. Tegelijkertijd kon ik niet meer meepraten over het nieuws. Voetbal, tv-series. Ik had er ook geen belangstelling voor. Ik wilde over mijn gevoelens praten. Maar dat kon niet.

Het kwam erop neer dat ik klaar was met Nederland. Onze emigratie, twee jaar eerder, was een heel bewuste keuze geweest. We wilden allebei graag naar het buitenland. Ik heb altijd veel gereisd. De afgelopen vijftien jaar heb ik elke twee, drie jaar een half jaar vrij genomen om te reizen. Dat was ook de reden dat ik op mijn 31ste bij KPMG ben weggegaan. Ik zat in de molen om partner te worden. Maar ik wilde vrijheid.

Ik heb toen met vier collega’s een bedrijf voor interim-management opgericht. Dat ging goed. Maar na zes jaar werd het ook daar moeilijker om vrij te nemen. Ook daarom wilde ik echt weg. Australië was de keuze van mijn vriendin. We wilden allebei naar de zon, en zij naar een Engelstalig land. Dan kom je al snel op Australië uit.

Anderhalf jaar na onze terugkeer in Nederland hebben we een tweede poging gewaagd. Wéér naar Australië geëmigreerd. Ik heb daar een half jaar niet gewerkt, mijn laatste geld opgenomen, om alles op alles te zetten. We woonden aan de Sunshine Coast, 150 kilometer boven Brisbane. Het weer is daar altijd goed, er zijn schitterende, lege stranden. In het weekeinde kampeerden we aan zee.

Mijn vriendin had aan de Sunshine Coast al snel leuk werk gevonden. Ze maakte ook vrienden. Maar voor mij was er geen aantrekkelijk werk, en ik heb wel een intellectuele uitdaging nodig. In Brisbane kon ik wel aan de slag, als IT-projectmanager. Een geweldige baan, leuke collega’s. Maar dat was zo ver weg van de Sunshine Coast dat ik alleen in het weekeinde thuis kon zijn. Dat ging na een tijdje niet meer. Mijn vriendin stond er doordeweeks alleen voor, met een klein kind. Het leidde tot frictie. Vervolgens kon ik mijn verhalen over mijn belevenissen in de stad thuis niet meer kwijt. Zij is na twee jaar met onze zoon teruggegaan naar Nederland.

Voor mij voelt Australië nog steeds nieuw. Dat maakt het interessant. Ik heb veel variatie nodig. Misschien komt dat doordat ik in mijn leven meer dan veertig keer ben verhuisd. Toen ik tien was, was ik al tien keer verhuisd. Maar ik kan me in een dag ergens thuis voelen.

Toen ik kind was, heeft mijn oma een paar jaar voor mij gezorgd. Op de basisschool heb ik ooit een poppetje voor haar geknutseld, een oud mannetje, omdat mijn oma altijd alleen was. Dat heeft ze altijd in haar huiskamer laten staan. Toen mijn oma overleed, heb ik dat poppetje weer meegenomen. Sindsdien neem ik het altijd mee als ik verhuis.

Ik ontmoet graag nieuwe mensen. De hele wereld woont hier, in Brisbane. Expats, maar ook Canadezen en Zuid-Afrikanen die slechts met een koffer het avontuur aan zijn gegaan. Dat zijn mensen die iets overwonnen hebben, daar voel ik me mee verbonden. Ik heb hier ook de Dutch Business Club opgericht. We hebben nu al honderd leden. Als ik met iemand spreek over een bedrijfsplan, wil ik meteen meedenken, mensen in contact met elkaar brengen. Daar krijg ik energie van.

De afgelopen drie maanden heb ik opnieuw veel gereisd. Het is zeker niet altijd goed voor mijn carrière. Maar om mij heen zie ik mensen snel oud worden. Of plotseling omvallen. Er zijn ook mensen die hun dromen uitstellen tot hun pensioen, maar dan niet meer gezond zijn. Ik zie mijn werk als een onderdeel van mijn leven. Ik heb natuurlijk de luxe dat mijn creditcard het doet. Ik heb een gewild beroep, kan een goed uurtarief vragen en vind materiële dingen niet belangrijk meer. Dat maakt regelmatig reizen makkelijk.

Ik was in november in Chiang Mai, in Thailand. Dat is dé plek in de wereld voor een nieuw soort werknemer: de digitale nomade. Mensen die slechts een internetverbinding nodig hebben om geld te verdienen. Dat is mijn ideaal. Ik zou graag vier maanden per jaar in Australië zijn, vier maanden in Azië en vier maanden in Nederland. Dan kan ik mijn zoon Tom ook vaker zien. Naar die situatie wil ik toe werken.

Ik mis Nederland wel. Ik mis mijn zoon, mijn vrienden. Skype helpt enorm. Amsterdam mis ik ook. Dat gaat soms om kleine dingen: over de gracht fietsen, naar een concert in Paradiso, koffie drinken bij café Tabac. Ik wil ook in Nederland begraven worden, vooral voor mijn nabestaanden, maar ook omdat ik mij Nederlander voel. Als je alleen bent is de wereld zo groot.”