Bronnenaffaire bij Trouw is zaak voor alle journalisten

Met gevoel voor understatement schreef de hoofdredacteur van dagblad Trouw afgelopen zaterdag in zijn krant dat momenten denkbaar zijn dat het „beslist niet leuk is om hoofdredacteur te zijn”. Het was zijn begeleidend schrijven bij een even onthutsend als onthullend rapport van een externe onderzoekscommissie onder leiding van oud-rechter Egbert Myjer naar het brongebruik van Trouw-redacteur Perdiep Ramesar die vorige maand op staande voet werd ontslagen.

De redacteur, die in 2007 bij het dagblad in dienst trad, publiceerde de voorbije zeven jaar 1.224 artikelen onder naam. Voor de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van ruim 10 procent van deze artikelen wil Trouw niet langer instaan. Het externe maar ook het eigen onderzoek naar de artikelen van Ramesar had talloze niet traceerbare en gefingeerde bronnen opgeleverd.

Niet alleen het vergrijp, ook de omvang ervan is schokkend. Ramesar was niet alleen een veelschrijver, maar ook een veelpleger. Althans, naar het zich laat aanzien. Ramesar heeft namelijk consequent geweigerd te reageren op de bevindingen van de commissie. Maar de grondigheid waarmee de onderzoekers te werk zijn gegaan en de aangevoerde bewijsvoering zijn tamelijk overtuigend. Zo blijkt een flink aantal namen van bronnen die hij had opgevoerd onvindbaar.

Nog pijnlijker is dat Ramesar enkele spraakmakende en tot ophef leidende stukken scheef zoals het bestaan van een ‘sharia-driehoek’ in de Haagse Schilderwijk, die zich zou hebben ontwikkeld tot een klein kalifaat. Het leidde zelfs tot debatten in de Haagse gemeenteraad en de Tweede Kamer. Vanuit het gemeentebestuur werden overigens toen al direct vraagtekens gezet bij de bevindingen van de Trouw-journalist.

Een groot aantal artikelen blijkt dus gebaseerd op niet bestaande bronnen. Dat is een journalistieke doodzonde waarmee de verslaggever niet alleen zichzelf in diskrediet heeft gebracht, maar ook zijn krant. Ramesar is ontslagen, maar zijn krant zit nog met een groot aantal vragen voor zichzelf. De belangrijkste is hoe het kan dat eerdere kritische signalen vanuit de redactie over de werkwijze van Ramesar door de leiding niet zijn opgepikt en zelfs genegeerd.

Het is nu de redactie van Trouw die is getroffen. Maar het kan eveneens elders gebeuren. Vertrouwen is goed, maar een onwrikbaar systeem van checks and balances met volop ruimte voor vragen is beter. Het zou dan ook goed zijn als het rapport van de commissie-Myjer leidt tot kritische zelfreflectie. Niet alleen bij Trouw, maar bij de totale journalistieke beroepsgroep.