Waarom toch die verheerlijking?

Bij Twente was hij de clubjongen met dat hoge aaibaarheidsgehalte. Altijd vriendelijk, hoewel soms niet van harte.

Wout Brama afgelopen zondag tijdens zijn afscheid van FC Twente. Nu speelt hij op amateurbasis bij PEC Zwolle. Foto ANP

Als supporters hem aanschieten tijdens een etentje met zijn vriendin, heeft Wout Brama twee opties. Eén: zeggen dat hij toch echt aan het eten is. Twee: vriendelijk lachen als hij wordt gevraagd te poseren voor een foto. Een keuze? Niet voor een nuchtere Tukker die waakt voor een imago van arrogante, pedante prof. „Ik ben bang dat mensen me onaardig vinden. Maar soms wil je graag privé zijn.”

Een eerlijke bekentenis van de man die zondag na zestien jaar afscheid nam als speler van FC Twente. Wout Brama, de jongen uit de streek met dat hoge aaibaarheidsgehalte. Geboren in het nabije Almelo, maar vanaf zijn twaalfde spelend in Enschede. De enige Tukker in de ploeg toen Twente voor het eerst in de historie kampioen van Nederland werd. In 2011 kwam daar nog de KNVB-beker bij, evenals deelname aan de Champions League.

Brama (28) kan er nog om glunderen als hij erover praat in het spelershome van PEC Zwolle. PEC? Ja, dat is het nieuwe hoofdstuk na het tijdperk Twente. Eind vorig seizoen voelde hij dat het tijd werd voor iets anders. Een nieuwe cultuur, een andere taal.

„Niks ten nadele van Twente, want ik vind het een geweldige club. Ik had voor veiligheid kunnen kiezen en voor tien jaar kunnen tekenen, maar ik wil meer van de wereld zien dan alleen Twente. Als voetballer krijg je daar makkelijker de kans voor.”

Dat dit streven uitliep op een avontuur in de eigen provincie, 73 kilometer ten noordwesten van Enschede, is opmerkelijk. Helemaal in de wetenschap dat Brama tegenwoordig voor nop voetbalt. Een onkostenvergoeding; daar moet hij het mee doen bij PEC Zwolle. Brama: „Ik snap dat dat voor mensen vreemd kan klinken. Ik ben toch altijd basisspeler geweest bij Twente. Maar je moet het in de context zien. Ik wilde niet koste wat het kost naar het buitenland.”

De context is dat de juiste buitenlandse club niet kwam. Daarna hoopte hij alsnog bij Twente te blijven, maar de club zat toen al aan zijn budget. Hij ging drie dagen op stage bij Huddersfield Town, een club op het tweede niveau in Engeland, maar daar was het voetbal net als de streek: ruig, met lange halen naar voren. Doe Brama maar het verfijnde combinatiespel waarmee PEC Zwolle een verrassende vierde plek in de eredivisie heeft bereikt.

Spelend in zo’n voetballende ploeg denkt Brama sneller de oude te worden. Vorig seizoen leed hij bijna een heel seizoen onder een mysterieuze hielblessure, opgelopen na de aankoop van sneakers. Zelfs dokter Müller-Wohlfahrt, de bekende clubarts van Bayern München, had niet de oplossing. Sommige fans wel. Die kwamen naar de receptie van de Grolsch Veste om Brama te adviseren. Zoveel tips, chargeerde hij eens, dat hij de rest van zijn leven elke dag een andere therapeut had kunnen bezoeken.

De uiteindelijke kwaal: een botirritatie aan de hiel. Te verhelpen met een operatie waarbij de arts het geïrriteerde deel weg schaaft. Brama moest wel onder het mes, hoewel hij een operatie aanvankelijk wilde mijden.

De betrokkenheid die supporters ondertussen toonden tekent zijn populariteit in Enschede. Eervol vindt Brama dat, maar het heeft ook een keerzijde. Telkens weer stond zijn naam in de krant. Waarom? Hij voetbalde toch niet. „Ik heb er soms moeite mee dat ik een publiek figuur ben” erkent Brama. „Wanneer dat is? Als ik graag privé wil zijn. Als je met je vriendin rustig wilt eten en niet constant wilt worden aangesproken. Ja, we leven in een nuchter land, maar Nederlanders kunnen ook lomp zijn.”

„Zeker toen we goed presteerden met Twente was boodschappen doen niet leuk. Ik werd schuchter, keek bijna niemand meer aan. Ik heb zelfs eens een kwartier in mijn auto gezeten op de parkeerplaats van de supermarkt. Ik zag het niet zitten, de gesprekken die zouden komen. Ik heb ook meegemaakt dat ik een bloemkool afrekende en iemand een foto maakte. Daar sta je dan met die bloemkool. Heb ik geen zin in.”

Voorbeeldfunctie

Hij wil wel benadrukken dat het beslist niet moet lijken alsof hij zich alleen maar ergert, en continu wordt aangesproken. Het valt mee. Hij is immers geen ster als Cristiano Ronaldo die meisjes laat gillen van opwinding. Daarbij heeft hij veel waardering voor fans. Zij zijn het die het mogelijk maken dat hij in volle stadions speelt, en financieel niks te kort komt.

Wie met Brama over diens vak praat, concludeert vroeg of laat dat de moderne voetbalwereld niet helemaal de zijne is. Die verheerlijking, waarom toch? Brama: „Ik hoor vaak dat wij een voorbeeldfunctie hebben. Ik snap die gedachte wel, maar aan de andere kant lijkt het me niet prettig als je de gemiddelde voetballer als voorbeeld beschouwt. Docenten, mensen in de gezondheidszorg, dat zijn voorbeelden. Wij maken goals. Als wij gewoon normaal gedrag vertonen, hebben we dan een voorbeeldfunctie?”

Hij kent de vooroordelen over voetballers. Arrogant, simpel, verwend. „Dat stoort me soms, dat we op één hoop worden gegooid. Vaak heb ik het gehoord: dat ik eigenlijk best een leuke gast ben voor een voetballer. Dan blijk ik toch niet arrogant. Mensen die je voor het eerst ontmoet beginnen daar dan over, blijkbaar zijn dat vooroordelen. Maar eigenlijk is het de grootst mogelijke belediging.”

Omdat er meer is dan voetbal, is Brama dit jaar een HBO-studie begonnen bij de VVCS, de beroepsvereniging van voetballers. Topsport en management. Zijn ambitie: misschien wel een baan zoals Gerard Nijkamp heeft bij PEC, als technisch directeur. Voetbal vermengd met het bedrijfsleven. Ideaal. Want alleen praten over voetbal, zou Brama vervelen. Uren praten over tactiek? Niks voor hem.

Krachttraining

Met de studie wil hij ook voorkomen dat hij afhankelijk wordt van anderen als hij over pakweg een jaar of zes stopt met voetballen. „Ik heb heel veel om me heen gezien dat je alleen maar voetballer bent. Als je dan stopt, wordt je trainer of je wordt... ja zeg het maar. Teammanager? Allemaal taken die jou worden gegund omdat je voetballer bent. Kijk, ik ben nu nog zes jaar voetballer, maar daarna nog heel lang mens.” Daarom wil hij zichzelf ontplooien, nieuwe ervaringen opdoen, liefst in het buitenland.

Laatst at hij met zijn voormalige teamgenoot Peter Wisgerhof, die tegenwoordig met vrienden voetbalt bij een amateurclub. Brama: „Hij mist het voetballen niet echt. Ja, het hoge niveau en het ouwehoeren in de kleedkamer, maar niet de wereld eromheen. Ik begrijp dat gevoel. Als prof moet je soms dingen doen die je niet leuk vindt. Krachttraining bijvoorbeeld. Vind ik drie keer niks. Dat mensen naar de sportschool gaan om dan binnen te gaan hardlopen op een loopband en fietsen op de hometrainer, dat vind ik de zieligheid van de mens. Ga naar buiten.”

Voordat er wordt gedacht dat hij ontevreden is over zijn werk – dat is hij zeker niet. Zelfs onbetaald blijft voetballen een droombaan. Alleen verlangt hij soms gewoon naar het pure voetbal zonder opsmuk en glitter. Mag dat?