Strijd tegen IS kan lang duren

Met opmerkelijk brede parlementaire steun voert Nederland sinds begin oktober oorlog in het Midden-Oosten. Leidden de missies in Afghanistan tot veel politieke twisten en zelfs tot de val van een kabinet, deelname aan de strijd tegen de extremistische beweging Islamitische Staat (IS) in Irak vonden vrijwel alle partijen een goed idee.

En zo levert Nederland nu met zes F16-gevechtsvliegtuigen en 380 militairen zijn bijdrage aan de anti-IS-coalitie van zo’n zestig landen. Minister Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) kondigde zondag bovendien de komst van honderd Nederlandse militairen aan, die de peshmerga zullen trainen, de Koerdische strijdkrachten die vechten tegen IS. Hij deed dat bij een bezoek aan Erbil, de hoofdstad van de Koerdische Autonome Regio in Irak.

Onder Amerikaanse leiding is de coalitie erin geslaagd de snelle opmars van IS met luchtaanvallen hier en daar tot staan te brengen. Ook de peshmerga melden successen. De interventie was een reactie op de overrompelende snelheid waarmee de beweging het Iraakse leger oprolde en terrein veroverde in Irak en Syrië. Ook de ongeremde wreedheid waarmee IS optrad – die de publieke opinie schokte – speelde een grote rol. Het kalifaat dat IS in juni had uitgeroepen dreigde zich, in een uiteenvallend Irak en op de puinhopen van Syrië, te ontwikkelen tot een bedreiging voor de hele regio.

Dat gevaar is nog zeker niet geweken. En daar komt in het Westen nog de vrees bij voor jihadgangers die zich bij IS of andere groepen aansluiten en als geharde strijders kunnen terugkeren.

Om IS te vernietigen volstaan luchtaanvallen niet. Ook op de grond zal strijd geleverd moeten worden. Shi’itische milities doen dat al, maar zij doen in wreedheid niet onder voor hun sunnitische vijanden van IS – en brengen zo de politieke oplossing die nodig is niet dichterbij. Het Iraakse leger is zwak. De Koerdische troepen zijn weliswaar sterker, maar vormen op hun beurt een bedreiging voor de eenheid van Irak. En de Amerikanen willen niet opnieuw met grondtroepen in een grootschalige operatie in Irak verstrikt raken.

Daarbij komt dat de strijders van IS zonodig een goed heenkomen kunnen zoeken in Syrië. Daar heeft de coalitie in de strijd tegen IS op de grond geen bondgenoten van enige militaire betekenis. IS vindt daar wel president Assad als vijand tegenover zich, maar die zet zijn leger liever in tegen andere groepen. Zo kan het nog heel lang duren voordat deze strijd beslist is.