Schaatsen in het huis van God

Sinds zondag kun je schaatsen in de voormalige Franciscuskerk in Weert. In andere Limburgse kerken komen buurthuizen, carnavalsvieringen of kinderopvang. Anders worden ze gesloopt.

Bij het verwijderen van de banken uit de voormalige Franciscuskerk in Weert dit voorjaar dachten Thijs Hendrix en Rian Schonkeren-Hendrix na over wat ze met de kerk konden. Sinds afgelopen zondag ligt er een ijsbaan van twaalf bij twintig meter. ’s Ochtends schaatsen er bedrijven, scholen en Syrische vluchtelingenkinderen, ’s middags is het voor iedereen. Op het voormalige altaar wordt koek en zopie verkocht.

Schonkeren-Hendrix is bedrijfsleider in wat nu het Franciscus Huis heet. Haar broer Thijs, eigenaar van een groot veefokbedrijf met ruim 2.400 medewerkers, had zoiets in gedachten toen hij kort geleden als sociaal ondernemer actief werd. De katholiek kocht twee wederopbouwkerken in Weert met het idee ze als sociaal-culturele ontmoetingsplekken te behouden.

‘Dit is het huis van God en toegang tot de hemel’, staat op de eerste steen van de Franciscuskerk die eind 1962 gelegd werd. Cor Lambers was een tiener toen zijn wijk een nieuwe kerk kreeg. De opening viel zo’n beetje samen met het begin van de secularisatie van Nederland. Lambers kwam nog wekelijks, veel anderen bleven weg. De laatste tien jaar was hij koster. In 2011 viel het doek. Toen hij tijdens de laatste dienst naar voren werd geroepen, schoot hij vol.

Nu is hij weer een beetje koster van een kerk die geen kerk meer is, maar wel weer het hart van de wijk. Vandaag de schaatsers, de rest van het jaar verenigingen, muziekgezelschappen, het schuttersgilde, maar ook de schrijfmarathon van Amnesty International.

Verkopen of slopen

De verwachting van het bisdom Roermond is dat het kerkbezoek in een decennium zal halveren. Limburg telde op het hoogtepunt 359 parochiekerken, één voor elke drieduizend Limburgers. Nu zijn dat er nog 315. Het komende decennium kan dat best eens zakken tot onder de 250.

„Je kunt alles cijfermatig berekenen, maar uiteindelijk gaat het om draagvlak”, zegt Frank Hamers, algemeen econoom bij het bisdom. In zijn werkkamer in een voormalig kartuizerklooster legt hij uit wanneer kerken gesloten worden. „Geld kan een reden zijn om een kerk aan de eredienst te onttrekken. Net als een teruglopend aantal parochianen of de bouwkundige staat van een gebouw.” Niet het bisdom besluit, maar het plaatselijke kerkbestuur. Hamers: „Soms komt net een trein voorbij die niet te missen is. In de Kerkraadse wijk Heilust bestonden plannen om achter de kerk een nieuw buurthuis te bouwen. Op langere termijn zou die kerk niet blijven. Het buurthuis komt nu in die kerk.”

Als het niet anders kan, worden kerken in de steden, met name in de buitenwijken, gesloopt of herbestemd.

Een andere situatie geldt in de dorpen, wat bisschop Frans Wiertz betreft. „Hier willen we heel zeker de kerkelijke aanwezigheid in stand houden”, schreef hij eerder dit jaar aan de gelovige Limburgers. „Niet voor niets spreken we van ‘kerkdorpen’. De kerktoren vormt een oriëntatiepunt.” Een dorp zonder kerk is volgens hem ook een beetje een dorp zonder God.

De wekelijkse mis kan verdwijnen, maar de kerk moet blijven. Hamers: „Die wordt dan ‘slapend’ gemaakt. Soms zijn er dan nog uitvaarten en doop- en huwelijksdiensten. In het ergste geval pakt een dorp zich samen om het gebouw in elk geval nog wind- en waterdicht te houden.”

Of je deelt de kerk in tweeën

In Vredepeel, een dorp met 250 inwoners in het dunbevolktste deel van Noord-Limburg, wordt de kerk uit 1963 in tweeën gedeeld. De ene helft blijft godshuis, de andere helft wordt gemeenschapshuis. Daar komt een kinderopvang, maar kan ook een carnavalsviering plaatsvinden. Aanvaardbaar voor het bisdom. Carnaval is tenslotte van oorsprong een katholiek feest.

Niet elke herbestemming is aanvaardbaar. Het bisdom is „door schade en schande wijs geworden”, zegt Hamers. Licht traumatisch waren de ervaringen met een voormalige Augustijnenkerk in Maastricht. Het gebouw werd verkocht aan het mannenkoor Mastreechter Staar. Dat verhuurde het pand na verloop van tijd aan een ondernemer die er een rocktempel van maakte. Toen de liveconcerten te weinig publiek trokken, kwamen de draaitafels en dienden de achtergebleven heiligenbeelden als lollige decoratie tijdens housefeesten.

Dat wil het bisdom niet nog eens. „Bij het verkopen van kerken spreken we voorwaarden af, die op zijn minst voor tien jaar en liefst langer gelden. Het liefst hebben we dat een gebouw een sociaal-culturele of medische bestemming krijgt.”