Ramesar ging al eerder in de fout

Een verslaggever van Trouw voerde op grote schaal niet-bestaande bronnen op in zijn artikelen. Dat deed hij ook bij het AD, zo blijkt.

Wilders bezoekt de Haagse Schilderswijk, als reactie op het stuk van Ramesar over de shariadriehoek. Radicale moslims zouden de dienst uitmaken in de wijk. Veel bronnen uit het artikel zijn niet traceerbaar. Foto Robin Utrecht

Fouzia K. (26) is een Marokkaanse prostituee. Journalist Perdiep Ramesar schrijft begin 2006 over haar in AD/ Haagsche Courant. Ramesar, die daar sinds 2003 werkt als stadsverslaggever, beschrijft hoe Fouzia luistert met haar walkman naar het liedje The man who sold the world van Nirvana. Zanger Kurt Cobain vangt haar gevoel perfect, zegt ze. De tippelzone aan de Waldorpstraat moet dicht van de Haagse burgemeester Wim Deetman en zij weet niet waar ze terecht komt. Fouzia is wanhopig. „Cobain had gelijk. Ik sta face to face met hem die m’n wereld verkocht: Deetman.”

Een citaat waar elke journalist op hoopt. Je zou kunnen zeggen: te mooi om waar te zijn. En dat is het vermoedelijk ook.

Ruim een jaar later vertrok Ramesar naar Trouw, waar hij vorige maand ontslagen werd nadat bronnen uit zijn verhalen niet te traceren bleken. Ramesar voerde anonieme bronnen op, of namen die niet lijken te bestaan. Een extern onderzoek legde afgelopen weekend de omvang van zijn bedrog bloot: Trouw trok 126 artikelen van Ramesar terug. De hoofdredactie sloeg jarenlang signalen van redacteuren over zijn brongebruik in de wind.

Ramesar was niet zomaar een journalist: hij was een gezicht. Hij won prijzen, trad vaak op in de media en had invloed met zijn artikelen. Een geruchtmakend stuk over de shariadriehoek in de Schilderswijk, vol niet-traceerbare bronnen blijkt nu, leidde tot debatten in de gemeenteraad en de Tweede Kamer. Het maakt de zaak-Ramesar tot het grootste journalistieke schandaal in Nederland ooit.

En NRC en het AD?

Het onderzoek roept ook nieuwe vragen op. Want hoe zit het met de artikelen die Ramesar schreef vóór hij bij Trouw begon? Hij liep in de zomer van 2002 stage bij NRC Handelsblad. Ramesar werkte jarenlang voor de Haagsche Courant (vanaf 2005, na een fusie, AD/Haagsche Courant), waar hij in 2003 als 25-jarige journalist in dienst trad. En hoe zit het met het boek Slaven in de Polder over vrouwenhandel, dat hij schreef samen met Trouw-collega Martijn Roessingh? Met het boek, grotendeels gebaseerd op artikelen uit Trouw en vol anonieme bronnen, ontving het duo een nominatie voor de Loep, een prijs voor onderzoeksjournalistiek.

In de stukken die in NRC verschenen onder naam, zes stuks, komen twee anonieme bronnen voor: ‘een medewerker’ en ‘een consultant’. Het gaat in beide gevallen om bronnen bij bestaande instanties: stichting Vipassana en het werving- en selectiebureau Robberts uit Purmerend, dat in augustus 2011 werd opgeheven. De instanties bestaan of hebben bestaan: het lijkt om die reden niet onaannemelijk dat Ramesar hen echt gesproken heeft.

Tijdens zijn stage bij NRC had Ramesar nog een bureaubaan – hij voerde in zijn artikelen vooral Kamerleden, wethouders en raadsleden op. Vanaf het moment dat hij de straat op ging, bij de Haagse Courant, stapelden de dubieuze stukken zich op. In zijn tijd bij de regionale krant schreef Ramesar ongeveer achthonderd artikelen. Een groot deel daarvan is niet verdacht, omdat het korte nieuwsberichten zijn of omdat hij een aantoonbaar bestaand persoon opvoert – een politicus, een woordvoerder of een wetenschapper. Ook bij de korte portretjes die hij in juni 2003 van vier Hindoestaanse meisjes maakte ging het goed: alle vier zijn terug te vinden via LinkedIn en Facebook.

De eerste naam die niet te vinden is: Girbaran Gurupersad, die op 7 juni 2003 – zo’n vier maanden na Ramesars indiensttreding – vertelt over 130 jaar Hindoestaanse immigratie. De databank van het Meertens Instituut kent geen Gurupersad, terwijl alle in Nederland geregistreerde achternamen tot 2007 daarin staan.

De voornamen of volledig anonieme bronnen duiken dat jaar steeds vaker op in Ramesars stukken. Een handvol Britse jongeren (Steve, Ryan, Carrie) in augustus, anonieme V&D-medewerkers een maand later. Dat zou nog kunnen. Maar op 12 september 2003 publiceert de Haagsche Courant een stuk over een Surinaams-Hindoestaanse en een Turkse familie die de Schilderswijk en het Laakkwartier „ontvluchtten” en zich in een Vinexwijk vestigden. Twee bronnen, Varesh Janamsing en Okan Gyomur zijn onvindbaar online. De achternamen bestaan in Nederland niet.

Er zijn meer voorbeelden. Najaar 2003: Farukh Viriade over vieze lucht op de Amsterdamse Veerkade. Juli 2004: Frits Ronder en Hanneke Sommers over het Haagse Bos. Augustus 2004: rechtenstudent Erik Muyssen. Augustus 2005: de op haar twaalfde besneden Ainaa Zhira.

Dan zijn er nog de anonieme bronnen die Ramesar opvoert om een opmerkelijk verhaal over een groepsverkrachting in Lloret de Mar (en de zelfmoord van het dertienjarige Hindoestaanse slachtoffer) te vertellen. Hij kiest ook veelvuldig voor anonieme bronnen als hij over de Haagse prostitutie schrijft. Zoals bij Fouzia K., die 2,5 maand later weer door Ramesar wordt opgevoerd omdat ze via zijn artikel werk in de bediening zou hebben gevonden.

Ramesar werkt hier niet meer

Het AD zegt in een reactie „uit voorzorg” alle vindbare artikelen van Ramesar uit het archief te verwijderen, laat hoofdredacteur Christiaan Ruesink weten. De stukken worden van de website gehaald en uit andere archieven gewist. Voor een onderzoek voelt Ruesink niets. „Wij zien dit als iets uit het verleden. Ramesar werkt niet meer bij ons en al zijn leidinggevenden van toen ook niet meer. Een eigen onderzoek doen we niet. Het is te lang geleden.”

Slaven in de Polder van Ramesar en Roessingh is uit productie gehaald, laat uitgeverij Atlas Contact weten. Het boek is nog wel tweedehands verkrijgbaar. Roessingh zegt in een reactie niet meer voor zijn boek in te kunnen staan. „Ik sta achter de stukken die ik zelf heb geschreven. Maar ik kan het waarheidsgehalte van sommige delen niet verifiëren.”