Ook zij keren zich nu af van Poetin

De roebelcrisis in Rusland bedreigt ook Wit-Rusland en Kazachstan. De twee landen zoeken nu toenadering tot Oekraïne.

President Aleksandr Loekasjenko van Wit-Rusland onderdrukt de oppositie in zijn land. Dat doet ook president Noersoeltan Nazarbajev van Kazachstan. In repressie kunnen ze zich meten met Vladimir Poetin.

Maar vanwege de roebelcrisis distantiëren de twee presidenten zich nu van hun Russische collega in het Kremlin. En zoeken ze demonstratief contact met president Petro Porosjenko van Oekraïne.

Loekasjenko, bijvoorbeeld, vloog zondag naar Kiev. Hij sprak met Porosjenko over een bestand, maar ook over de economie. Gisteren was Nazarbajev in Oekraïne voor een gesprek met Porosjenko. Ook zijn agenda was: politiek en handel.

Het motief voor de twee visites aan de Oekraïense president: gebrek aan vertrouwen in de Russische leiding. Loekasjenko en Nazarbajev willen niet dat hun landen economisch worden meegesleurd door de assertieve buitenlandse politiek van Poetin.

Loekasjenko heeft al concrete maatregelen genomen om dit te voorkomen. Vorige week donderdag gaf hij zijn regering opdracht om de handel van Wit-Rusland met Rusland voortaan alleen nog in euro’s en dollars af te rekenen.

De angst van Wit-Rusland en Kazachstan is niet ongefundeerd. De economische verwevenheid is groot. Meer dan de helft van de import in Wit-Rusland komt uit Rusland. In Kazachstan is dat circa 40 procent. Beide landen hebben een negatieve handelsbalans met Rusland. Als de roebel verder wegzakt, wordt die verhouding alleen maar slechter, vrezen de regeringen in Minsk en Astana.

Dat komt slecht uit, nu beide landen profiteren van de westerse sancties tegen het Kremlin en de Russische sancties tegen Europa. Een deel van de goederen die bij wijze van represaille door Poetin zijn verboden – zoals zuivel en vis – komt via Kazachstan en Wit-Rusland toch op de Russische markt.

Geen rooskleurige toekomst meer

En er is meer. De openingen die Loekasjenko en Nazarbajev bij Porosjenko zoeken, zijn ook een signaal voor de Euro-Aziatische Economische Unie. Die is onder auspiciën van Rusland opgezet om de tegenhanger te worden van de Europese Unie. De unie heeft nu drie leden: Rusland, Wit-Rusland en Kazachstan. In de unie, die per 1 januari van start gaat, moet de roebel het dominante betaalmiddel worden.

Door de roebelcrisis ziet de toekomst van de unie er minder rooskleurig uit. Na de pro-Europese omwenteling in Oekraïne (45 miljoen inwoners) viel de in potentie tweede markt van de unie dit jaar al buiten de boot. De associatieverdragen die, na Oekraïne, ook Georgië en Moldavië met de EU sloten, waren de volgende slag.

En nieuwe leden dienen zich amper aan. Alleen Armenië heeft zich voor de unie gemeld. Maar Kirgizië stelde het besluit tot toetreding afgelopen weekeinde juist uit. Het principeakkoord met Kirgizië (met Tadzjikistan de armste satellietstaat van Rusland) zou anders vandaag zijn getekend.

Het gaat Loekasjenko en Nazarbajev trouwens niet alleen om handel. Loekasjenko, de ‘laatste dictator van Europa’, laveert al sinds hij in 1994 aan de macht kwam behendig tussen West en Oost.

In Moskou eist Loekasjenko kortingen op aardgas en andere grondstoffen. Zo niet, dan dreigt hij Rusland met openingen naar Europa. Kritiek op zijn mensenrechtenbeleid vanuit Brussel pareert Loekasjenko met de dreiging dat hij dekking zoekt bij Poetin. Die dubbel gesmeerde boterham is zijn levenslijn.

Nazarbajev heeft zo mogelijk nog meer politieke ervaring dan Loekasjenko. Hij leidt het land al een kwart eeuw (vanaf de zomer van 1989) en is permanent op zijn hoede, met name voor de informele, maar nooit verstomde Russische aanspraken op het noorden. Daar wonen de etnische Russen (een kwart van de bevolking) en staat een raketlanceerbasis.

Vorige week riep Nazarbajev de Kazachen op hun onafhankelijkheid „tot de laatste druppel bloed” te verdedigen. Ten overstaan van de Russische premier Dmitri Medvedev benoemde hij bovendien de „drie kwaden” van de moderne tijd: „separatisme, extremisme en terrorisme”. Tegelijkertijd werd elders in de hoofdstad Astana een Russisch-Kazachstaanse activist veroordeeld tot vijf jaar celstraf, wegens deelname aan pro-Russische en gewapende milities.