Ombudsman, wat is er toch aan de hand met NRC?

Arjan de Jongh

Het was het jaar dat de wereld terugkeerde, ook in de krant. Het vertrouwde navelstaren over Nederland spatte uiteen door de mokerslagen van oorlogen en internationale crises (eufemistisch soms nog ‘brandhaarden’ genoemd). Oekraïne, MH17, Gaza, IS, u kent de dossiers. Zelfs de nationale farce rond Zwarte Piet kreeg dit jaar een grimmiger én internationaler karakter, tot bij de VN.

Door Sjoerd de Jong

Ook NRC Media gaat de grens over. Vijf jaar na de ontkoppeling uit PCM wordt het bedrijf opnieuw verkocht – aan een Belgisch mediaconcern. Daarmee zou, na de eerdere verkoop van PCM aan de Belgische Persgroep, het leeuwendeel van de Nederlandse dagbladwereld in Vlaamse handen komen. Opmerkelijk.

Maar hoe staat het met de inhoud van krant en site? Over welke thema’s kreeg ik het afgelopen jaar post met vragen, zorgen en kritiek van u? Een klein jaaroverzicht.

Waarom staan er zo veel fouten in de krant?

Ombudsman

Sjoerd de Jong is de NRC Ombudsman. Hij onderzoekt, evalueert en beoordeelt de berichtgeving in de kranten en websites van NRC Media over actuele onderwerpen en kwesties, en opereert onafhankelijk van de (hoofd)redactie. Hij is te bereiken via het contactformulier op nrc.nl.

Dit is, helaas, de evergreen onder lezersklachten. Ook veel van de 1127 e-mails die ik het afgelopen jaar kreeg, gaan over onjuiste cijfers (miljoen in plaats van miljard, of andersom, is een beruchte klassieker), percentages die opgeteld boven de honderd uitkomen, verkeerd gespelde namen, taalfouten of, in uw ogen, misplaatst jofel taalgebruik (ergens “schijt” aan hebben en andere schuttingtaal).

Je kunt erop wijzen dat er ook heel veel goed gaat in de krant, die elke dag tienduizenden woorden bevat, en dat doe ik graag. Maar dat is natuurlijk niet genoeg. Het afgelopen jaar zijn daarom de criteria voor de rubriek Correcties & Aanvullingen verruimd: ook kleine fouten en verschrijvingen moeten daarin nu worden rechtgezet. De redactie is ook bezig met een interne aanpassing van de werkwijze – met vroegere productietijden voor bepaalde ‘tragere’ pagina’s - die zou moeten leiden tot een daling van het aantal fouten.

Die correcties mogen van mij overigens best uitgebreider, in totaal en per stuk. Soms zijn ze zo kort dat ze onbedoeld komisch worden. Zo corrigeerde de krant in november een prematuur doodsbericht. In een onthullende reportage over Chipshol was abusievelijk gemeld dat een projectontwikkelaar was overleden. Dat was onjuist, in een correctie stond betrokkene weer op. ,,De 96-jarige Nefkens verkeert voor zijn leeftijd in goede gezondheid’’, meldde de krant.

Maar hoe heeft die fout gemaakt kunnen worden? In dit geval: de verslaggever had het bericht geprobeerd te verifiëren bij het bewuste bedrijf, dat niet op zijn e-mail reageerde. Les: dan toch maar een slag om de arm houden.

Weet NRC nog wel raad met privacy?

Journalistiek jaarverslag

Dit is het tweede deel van ons Journalistiek Jaarverslag over 2014. Lees ook deel 1: Wat we met uw abonnementsgeld doen en deel 3: De uitdagingen voor 2015

Privacy, het beschermen van de persoonlijke levenssfeer, lijkt anno 2014 soms niets meer waard en tegelijk alles. Moderne burgers hebben geleerd zich, gestileerd, bloot te geven op Facebook en het schoolplein van Twitter, maar bewaken hun reputatie juist daardoor des te scherper. Je bent immers regisseur van je eigen imago, zoniet van je eigen leven.

De krant kan dat merken: mensen willen veel minder snel met hun naam in de krant of online, als ze er niet zelf om hebben gevraagd. Ze staan erop inzage in stukken te krijgen voor publicatie, en eisen soms het verwijderen van hun naam uit het digitale archief, als ze spijt hebben van een uitspraak, of bij nader inzien daar last van vrezen te krijgen. NRC heeft daar regels voor, te vinden in het Stijlboek op de website nrc.nl.

Maar de krant worstelt er zelf ook mee.

Dit jaar was er het incident rond Benno L., de veroordeelde pedoseksueel van wie NRC Handelsblad de woonplaats onthulde. Tot woede van lezers, die verwezen naar de zaak rond prins Friso, toen de krant lelijk uit de bocht vloog (€). Ten onrechte, want niet alleen was deze misstap van een ander kaliber, het was puur een bedrijfsongeval. De redactie meende dat de burgemeester van Leiden toch al van plan was de verblijfplaats van Benno bekend te maken en besefte niet een onthulling in handen te hebben. Een fout van de redactie, niet van de twee freelance journalisten die het nieuws aanboden. Inmiddels zijn er scherpere regels gekomen voor nieuws dat door buitenstaanders wordt aangeboden.

Witte rozen vallen terwijl de colonne van lijkwagens vanuit Eindhoven Airport over de A2 richting Hilversum passeert. De 40 wagens vervoeren de lichamen van slachtoffers die omkwamen bij de ramp met vlucht MH17. ANP/Remko de Waal

Je kunt, van de weeromstuit, ook te veel schroom hebben. Ik vond de krant - hoewel niet veel lezers erover klaagden - juist weer te terughoudend bij de berichtgeving over de catastrofe van vlucht MH17, neergehaald boven Oekraïne. De krant bracht géén namen van slachtoffers (op twee bekendheden na). Argument: we willen sensatiezucht vermijden en gaan uit piëteit geen nabestaanden lastig vallen.

Dat is een respectabele overweging. Maar in dit geval was aandacht voor de omgekomen passagiers, met naam en toenaam, niet per se opdringerig of ongepast geweest. Dit was tenslotte geen verkeersongeluk, maar een nationale tragedie als gevolg van een oorlogshandeling. Dat is voor een krant een moment om te binden, en lezers ook de mogelijkheid te geven tot identificatie en medeleven – op een respectvolle manier. The New York Times, die een portrettengalerij van slachtoffers bracht, liet zien dat zoiets kan: indringend, menselijk, maar gespeend van sensatiezucht of voyeurisme.

Enkele weken later ging NRC Handelsblad alsnog overstag, met een apart katern vol beelden uit woon-, werk- en slaapkamers van enkele slachtoffers, een intiem en bijna kunstzinnig project van een Nederlandse fotografe. En onlangs, vorige week, bracht de krant een indringend interview met de ouders van een 19-jarig slachtoffer (€).

Onbegrijpelijk terughoudend vond ik de krant met het aanvankelijk weglaten van de naam van Trouw-journalist Perdiep Ramesar, toen die door zijn krant werd beticht van het verzinnen van bronnen en citaten. Argument: wat voegt de naam in dit geval toe? Maar die naam is relevant, want deze journalist was de auteur van stukken die leidden tot nationale politieke en maatschappelijke ophef, zoals dat over de ‘sharia-driehoek’ in de Haagse Schilderswijk. Het uitgangspunt moet zijn: de krant noemt namen, tenzij die niet relevant zijn of wanneer het gaat om verdachten van een misdrijf. Inmiddels is dat voorval besproken en is die lijn herbevestigd.

Waarom is de krant zo wit?

2014 was het jaar van de ‘Pietse Twisten’ (€) en aanklachten tegen white privilege en institutioneel racisme. De krant deed er uitgebreid verslag van, maar kreeg zelf ook te maken met kritiek en woede over etnische vooroordelen.

Een reportage in nrc.next en op nrc.nl van drie jonge studenten journalistiek, die naar de Bijlmer waren getrokken om te onderzoeken waarom obesitas onder Ghanezen daar zo vaak voorkomt, leidde al lang vóór Sinterklaas tot een kleine storm van spot en protest.

De drie hadden de opdracht meegekregen hun bevindingen zo ‘transparant’ mogelijk op te schrijven. Dat leidde tot naïeve zinnetjes als: ,,Wij zijn jong, en blank. En o ja, wij zijn slank.’’ Twitteraars en Ghanese betrokkenen namen er aanstoot aan. Kuifje in de Bijlmer.

Roetpieten tijdens de landelijke intocht van Sinterklaas. ANP/Remko de Waal

Heeft de krant een blinde hoek voor etnische kwesties? Dat zou kunnen, want de redactie bestaat voor het overgrote deel uit telgen van de witte middenklasse.

Dat heeft gevolgen voor de inhoud van de krant. Een Surinaamse lezeres klaagde dat ze zo weinig ,,mensen zoals ik’’ in de krant zag. Ze staan er wel in, maar alleen als het ook over hen gáát, en dat is meestal in de context van een probleem – voorop de misdaad onder Marokkanen. Maar zelden of nooit duikt een Surinaamse, Marokkaanse of Turkse Nederlander ‘zomaar’ op in een huis-, tuin- en keukenreportage, lunchrubriek of column.

Dit zit dieper dan de krant beseft, is mijn indruk. Een anonieme lezer stuurde laatst het lifestyle-katern Lux terug, met de woeste tekst “slegs vir blankes?” en getekende cirkels om de tientallen lachende witte gezichten. De klacht geldt zeker niet alleen voor Lux, maar juist dáár, in de luwte van het nieuws, willen mensen zich kennelijk graag herkennen.

Intussen is er op dit vlak jammer genoeg weinig verbeterd. Sinds het recente afscheid van een Nederlands-Marokkaanse verslaggever heeft de krant nog maar één redacteur met een (deels) Marokkaanse achtergrond. Heeft de krant wel voeling met een deel van de Nederlandse samenleving dat anno 2014 wel het object is van (meestal getormenteerde) berichtgeving, maar waarover ervaring en kennis van binnenuit vaak ontbreken?

Ik bedoel maar: pleiten voor een etnisch diverse redactie is geen politiek correcte hobby voor de witte Gutmensch. Het is ook gewoon journalistieke noodzaak.

Waarom is (eigen) nieuws belangrijk?

Bedaagde NRC-lezers storen zich soms aan de heftige, dwingende manier waarop eigen onthullingen in de krant of online worden gepresenteerd. De krant brengt dat vaak groot, want het is – als het goed is – maatschappelijk relevant én onderscheidend.

Soms is die kritiek van lezers niet terecht. Aan de berichtgeving over misstanden bij de NZa, een van de scoops van de krant in 2014, kleefde in mijn ogen bijvoorbeeld geen sensatiezucht. Maar soms denk je: inderdaad, hier moet de krant lering uit trekken. Ontwikkelde lezers houden er niet van om iets ingepeperd te krijgen, wél om iets uitgelegd te krijgen.

Daar schortte het bijvoorbeeld aan bij de onthulling over ‘zelfplagiaat’ door VU-econoom Peter Nijkamp (€). Er steeg een koor van kritiek op: zelfplagiaat bestaat niet, de krant zocht weer eens een schandaal waar dat niet bestond.

Zelfplagiaat (of recycling) is een bekend, zij het omstreden begrip. Maar de krant legde het niet goed uit, weggestopt in een piepklein kader. Bovendien, dit was maar een onderdeel van wat de krant had ontdekt: het artikel maakte ook melding van plagiaat. De VU is een onderzoek gestart.

Lesgeld: de krant doet er goed aan de tijd en ruimte nemen om uit te leggen waaróm iets groot nieuws is.

De recensie van Anne op de voorpagina van 9 mei. NRC

Of slecht nieuws – zoals bij de negatieve recensie van het toneelstuk ‘Anne’ op de voorpagina, wat tot veel kritiek leidde. Maar waarom zou daar geen recensie mogen staan? Alleen, als de krant een voorstelling dan zó slecht vindt, en kritische afstand wil houden tot een blockbuster, ligt die plaats minder voor de hand – tenzij je de diepte ingaat en goed uitlegt waarom je dit doet.

De krant heeft daar een begin mee gemaakt door bij onderzoeksstukken een kader met ‘verantwoording’ te plaatsen – maar er kan nog wel een schepje bovenop. Het gaat niet alleen om verantwoording van de gekozen aanpak, maar ook – zelfs vooral - om de vraag wat het resultaat nu eigenlijk betekent.

Hier speelt nog iets mee: journalisten hanteren een bondige vaktaal, waar lezers lang niet altijd in thuis zijn. Zij ruiken bij formuleringen als ,,wist al eerder’’, ,,wist wel degelijk’’ of ,,staat haaks op’’, al een schandaal, of zien koppen rollen. Terwijl een lezer zich dan nog kan afvragen: nou èn? Kortom, leg (nog) meer en (nog) beter uit waarom iets belangrijk is.

Is niet-eigen nieuws ook géén nieuws?

Een ander stokpaardje: doet de krant wel genoeg aan verslaggeving? Eigentijds gezegd, hebben we genoeg boots on the ground?

Bij eigen nieuws spaart de krant tijd noch moeite. Het opzienbarende dossier over de NZa, waar twee redacteuren weken aan werkten, is er een voorbeeld van, net als het werk van een eerder duo bij de bank SNS Reaal. Of de berichtgeving over de afluisterpraktijken van de NSA en Nederlandse inlichtingendiensten, waarmee al in 2013 werd begonnen.

Maar een stuk moeilijker lijkt het soms wel bij nieuws van de dag dat zich elders aandient en waar de krant in meegaat, maar weinig aan toevoegt.

Zo was er de ophef rond de nieuwe Nationale Ombudsman, die de baan aan zich voorbij zag gaan omdat hij een slechte grap had gemaakt over Marokkaanse taxichauffeurs en een vertrekbonus had meegekregen van zijn vorige werkgever. NRC Handelsblad volgde de zaak, maar deed weinig meer dan dat. Terwijl dit een onderwerp is dat raakt aan wat van oudsher de kern is van NRC-journalistiek: openbaar bestuur en de publieke zaak.

En dan was er bedrog. Zoals het bericht van een aparte wijk voor homo’s in Tilburg, dat later op de dag een hoax bleek (€). Een nieuw bewijs dat sommige mensen, zelfs autoriteiten, er geen been in zien de media voor te liegen, om een punt te maken. Dat onderstreept nog eens het belang van check en dubbelcheck, en eigen nieuwsgaring.

En dat betekent ook: ergens heen gaan. NRC doet anno 2014 heel erg veel, maar een mooie, informatieve reportage ter plaatse (€), zoals de krant die had over Syrische vluchtelingen in Zwolle, blijft goud waard. Een krant moet ergens bij willen zijn.

Ook als het geen ‘eigen’ nieuws is.

In de IJsselhallen in Zwolle worden de laatste voorbereidingen getroffen voor het opvangen van vluchtelingen. ANP/Vincent Jannink