Oerschreeuw met stem van kolengruis

Joe Cocker (1944-2014)

Rockzanger

Ontsnapt aan een baan in de staalindustrie werd hij de belichaming van classic rock.

De soulzanger Joe Cocker was de meester van de interpretatie van andermans nummers. De zanger uit het Engelse Sheffield, gisteren op 70-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van longkanker, vestigde tijdens het Woodstockfestival in 1969 zijn naam met zijn vertolking van het nummer With a Little Help from my Friends van The Beatles. Met zijn rauwe vertolking en het langgerekte gitaararrangement werd het een nooit ontbrekend baken van bezieling bij zijn concerten. De schijnbaar ongecontroleerde handbewegingen die hij erbij maakte waren zijn handelsmerk.

John Robert ‘Joe’ Cocker ontsnapte begin jaren zestig aan een baan in de staalindustrie van Sheffield door zijn zangtalent in beat- en rhythm & bluesbands. Zijn ruige soulstem ontwikkelde hij onder invloed van zijn idool Ray Charles. Met pianist Chris Stainton formeerde hij The Grease Band en zocht hij zijn geluk in de VS, waar hun zelfgeschreven Marjorine een bescheiden hit werd.

Joe Cockers reputatie als showman bezorgde hem een plek op Woodstock, waar hij regen en bliksem trotseerde met een overrompelend optreden.

Roem na verfilmde tour in VS

Nadat zijn Engelse nummer-1-notering met With a Little Help from my Friends hem de lof van Paul McCartney had opgeleverd, zette Cocker door met zijn hoogst eigen vertolkingen van Feeling Alright (Traffic), The Letter (The Box Tops), Delta Lady (Leon Russell) en de liveversie van Ray Charles’ Let’s Go Get Stoned tijdens de Mad Dogs & Englishmen-tournee in 1970. De Amerikaanse tour werd verfilmd en bracht hem internationale roem, samen met de filmbeelden van Woodstock die pas ruim na het festival in de bioscoop te zien waren.

Zijn grootste hits scoorde Cocker met betrekkelijk slome nummers: het aan romantische vrouwenharten appellerende You Are So Beautiful van Billy Preston en het duet Up Where We Belong met Jennifer Warnes, de themasong van de succesfilm An Officer and a Gentleman. Op het hoog aangeschreven album Sheffield Steel (1982) werd hij door het ritmetandem Sly Dunbar en Robbie Shakespeare meegevoerd naar tropische funk- en reggaesferen. Met songs van Bob Dylan en Randy Newman werd het een hoogtepunt in zijn 22 albums tellende oeuvre.

Woodstock 2

In 1994 deed Joe Cocker mee aan Woodstock 2 waar zijn setlist op veel punten overeenkwam met die van 25 jaar eerder. De bescheiden Brit bleef altijd dankbaar voor de kans die festivalorganisator Michael Lang hem had gegeven, hoewel hij zich het optreden zelf herinnerde als „een zonsverduistering”. Eind jaren zeventig verhuisde Cocker naar Amerika. De laatste jaren bracht hij door met echtgenote Pam Baker op zijn Mad Dog Ranch in Colorado.

Joe Cocker overwon alcoholisme, drugsverslaving en podiumvrees met wereldtournees waarbij Randy Newmans You Can Leave Your Hat On en Ray Charles’ Unchain My Heart nieuwe publieksfavorieten werden. Altijd leidden zijn concerten naar de oerschreeuw aan het eind van With A Little Help, die bands als The Black Crowes op het spoor zette van de classic rock die Joe Cocker belichaamde. In 2007 ontving hij de Order of the British Empire van de Britse koningin, nadat prins Philip bij een eerder koninklijk concert zijn verbazing had uitgesproken over het feit dat Cocker nog kon praten na een avond zingen met díé stem van kolengruis.