Nieuwe Parijse concertzaal leidt tot protest in stadshart

Het Orchestre de Paris speelt vanaf 14 januari in een nieuwe zaal aan de ringweg, maar Parijzenaren willen ook klassiek in Salle Pleyel.

FOTO ALUMET

Bouwvakkers lopen af en aan om de nieuwste Franse concertzaal, de immense Philharmonie de Paris van toparchitect Jean Nouvel, op tijd af te krijgen. Op 14 januari moeten 2.500 mensen naar binnen kunnen voor het openingsconcert met het Orchestre de Paris, een dag later zit pianist Lang Lang voor een al maanden uitverkochte zaal.

Met de opening van het geesteskind van componist Pierre Boulez en een trits aan socialistische Franse bestuurders, verplaatst het hart van de Franse klassieke muziek zich vanaf begin volgend jaar van de beaux quartiers rond de Champs-Élysées, waar veel concertbezoekers wonen, naar hier, bij Porte de Pantin aan de boulevard Périphérique, in het gure noordoosten van Parijs.

En dat is voor sommigen nog wat moeilijk voor te stellen. Niet alleen vanwege het gewaagde maakbaarheidsideaal, ook omdat nog geen bestemming is gevonden voor de Salle Pleyel, tot nu de belangrijkste plaats voor klassieke muziek in Parijs. In het chique achtste arrondissement is een strijd losgebarsten over de toekomst van de zaal waar afgelopen vrijdag in bedrukte stemming het voorlopig laatste klassieke concert plaatshad.

Igor Stravinsky en Maurice Ravel stonden op 18 oktober 1927 zelf op de bok bij het openingsconcert in de art-decozaal aan 252 rue du Faubourg Saint-Honoré, gefinancierd door de beroemde (maar sinds vorig jaar failliete) pianobouwer Pleyel. In latere jaren traden alle grote namen van de klassieke muziek (en de jazz) hier op.

Maar om de nieuwe Philharmonie niet in de wielen te rijden, is een klassieke programmering door de nieuwe eigenaar, de Cité de la musique, in de toekomst verboden. Daar proberen buurtbewoners, politici én de voormalige directrice van Salle Pleyel een stokje voor te steken. Die laatste, dirigent Carla Maria Tarditi, voert een verbeten juridische strijd om klassieke muziek voor de zaal te behouden.

Zoals vaker in Frankrijk heeft deze politiek-culturele rel ook nog een persoonlijke component. Tarditi ligt in scheiding met Hubert Martigny, de vorige eigenaar van Salle Pleyel. Martigny, die Tarditi destijds tot directeur benoemde, zou de zaal volgens haar verkwanseld hebben en voor veel te weinig geld hebben overgedaan aan „de bende van Pantin”, zoals ze de Cité de la musique noemt.

Tarditi en de buurtbewoners die een petitie indienden bij het ministerie van Cultuur menen dat de nieuwe Philharmonie en het oude Pleyel prima naast elkaar kunnen blijven bestaan. „Destijds toen in Parijs de nieuwe Opéra Bastille opende, dacht iedereen dat dat het einde van de Opéra Garnier zou worden. Maar beide zalen zijn iedere dag vol”, aldus Tarditi.

Een handelsrechtbank gaf haar in oktober verrassend gelijk en legde de onderhandelingen met potentiële exploitanten voor Pleyel onverwacht stil om ook klassieke overnamekandidaten nog een kans te geven. Tot dan toe werd vooral gesproken met ondernemingen die popmuziek en stand-up comedy aanbieden.

Maar die uitspraak werd vorige week in hoger beroep nietig verklaard en doorverwezen naar een bestuursrechter. Die neemt mogelijk al in januari een definitief besluit.