In 2014 kwam er rotzooi aan het licht – eindelijk

Volgens theoloog Rikko Voorberg kunnen we niet langer in het schemerduister gore zaakjes doen. Laat klokkenluiders ons nog meer licht brengen.

Illustratie Roel Venderbosch

A an de randen van een verlicht Europa huizen donkere schaduwen. Agenten van de Amerikaanse inlichtingendiensten martelen zonder enige vorm van proces bebaarde mannen uit het Midden-Oosten. Niemand die het ziet. Niemand die het weet. Niemand die het hoort. Tot enkele weken geleden. Vlak voor Kerst. Het was alsof de gevangenismuren wegvielen en de ogen van Europa de verschrikte bewakers aanstaarden. Het was even alsof de gevangenen opveerden en naar de krantenlezers kreunden: kijk eens, kijk wat hier gebeurt!

Dat is Kerst. Het licht dat aangaat. En dan geen minuscule zachte lampjes van Chinese makelij, maar een onbarmhartig zoeklicht dat de status quo ontmaskert. Het verlichte Europa schrikt van de dingen die oplichten uit de schaduwen. Want steeds weer blijken mensen uit onze naam gore zaakjes te doen in het donker. En wij weten het niet of willen het niet weten. Er moet een kledingfabriek instorten in Bangladesh om ons te doen realiseren dat er bloed aan onze handen kleeft, aan de vezels van onze kerstjaponnen en aan de stiksels van ons schoeisel. Er moeten talloze klimaatrapporteurs moord en brand schreeuwen voordat we beseffen dat we onze wereld totaal aan het vernielen zijn.

Iemand moet ons vertellen wat de geschiedenis is van de plastic troep onder de kerstboom, die we liefdevol aan onze kinderen geven. Waar dat gebeurt, gebeurt iets van Kerst.

‘s Werelds grootste klokkenluider

De babyjongen die we vertroetelen met kerstliedjes, zachte pasteltinten en een witzacht luiertje om zijn in stro gelegen billetjes, die jongen maakt een hoop rotzooi los. Hij is een jongen die zal uitgroeien tot een spelbreker, een onbarmhartige ontmaskeraar van mensen die het wel met zichzelf hebben getroffen. Hij is de knagende stem van ons geweten. Hij is het die de kerstboom op de Dam komt omhakken en het groen uit de kerken veegt omdat alle kerstrotzooi het zicht belemmert op de realiteit.

Ik hou van dat jochie. Want iemand moest het doen. Iemand moest ons wijzen op onze rotzooi en de ‘straf’ daarvoor dragen. Iemand moest zijn kop op het hakblok leggen als ’s werelds grootste klokkenluider. En wij weten wat er met klokkenluiders gebeurt. Zij betalen de prijs. Het bloedige einde zit al in het kerstverhaal ingebakken. Het is onderdeel van de missie. Licht brengen in een comfortabel duister gaat niet zonder kleerscheuren. Toen de vroege kerk de heidense feesten wilde verchristelijken, besloot men niet voor niets om het Germaanse lichtjesfeest te koppelen aan baby Jezus. Het feest werd al gevierd om het duister te verjagen en het licht te verwelkomen. Dat is precies wat Kerst komt doen. Het duister verjagen. Het comfortabele duister waarmee uitbuitende samenlevingen proberen hun geweten schoon te houden. Het fijne schemer waardoor we niet zeker weten dat de chocola die we eten echt door slaven is geproduceerd. De schaduw die voorkomt dat we kinderhanden zien die onze kleding maken, of de situatie van vluchtelingen aan onze Europese grenzen. Dat duister. Dat hoort met Kerst te worden bedreigd.

Eindelijk gerechtigheid voor slachtoffers

Ik geloof niet in de manier waarop wij Kerst vieren. Ik geloof wel in de kracht van het CIA-rapport. Ik geloof in de kracht van klokkenluiders die ons ontredderd achterlaten omdat we niet meer weten wat we moeten doen om aan het systeem te ontsnappen. Ik geloof dat Kerst werkelijk een feest van het licht is. Een onbarmhartig licht voor iedereen die graag zijn eigen aandeel in onrecht in de schaduw houdt. Een bevrijdend licht voor iedereen die daarvan de dupe is. Eindelijk gerechtigheid, schreeuwen de slachtoffers in de Poolse cellen. Eindelijk verlossing, zucht de CIA-agent die kotsend en huilend van ellende een nieuwe spuit met vloeibaar eten in de anus van een onbekende duwt. Eindelijk wordt het een beetje licht.

Ik constateer dat het een hoopvol jaar was afgelopen jaar, want ‘het licht scheen in de duisternis’ zoals er in de Bijbelse teksten geschreven staat. Er kwam rotzooi aan het licht. Zelfs de machtigste natie van de wereld, die zich na 9/11 zo rechtmatig meende te mogen wreken, ontkomt er niet aan. Kunstenares Tinkebell legt bij Eva Jinek menselijke botten op tafel, afkomstig uit de puinhopen van de ingestorte kledingfabriek in Bangladesh. Ze kreeg ze in haar handen geduwd door de mensen daar met de opdracht: vertel het aan de wereld. Het licht was onbarmhartig. Er is heisa alom als blijkt dat in het verzorgingstehuis de urine langs de enkels loopt van de moeder van staatssecretaris Van Rijn. Er schijnt licht. Het advies en het oordeel van Europese instituten die gaan over mensenrechten zijn onverbiddelijk: Teevens beleid ten opzichte van vluchtelingen is inhumaan. Mensenrechten worden geschonden. Niet langer kan de staatssecretaris in het relatieve schemerdonker opereren. Het licht schijnt in het duister. En de Bijbeltekst vervolgt dat de duisternis het niet heeft begrepen, dat licht. Teeven ook nog niet. Maar dat komt nog wel.

Voorzichtig vieren

Met Kerst 2014 blijkt het een hoopvol jaar te zijn. De rotzooi die aan het licht komt, stemt treurig, maar is reden tot voorzichtig vieren. De kranten koppen dat het treurig is dat de vluchtelingen al twee jaar in kraakpanden verblijven in Amsterdam. Maar het is ook krachtig. Al twee jaar houden zij het vol om hun situatie in het licht te plaatsen. Dat is hoopvol, pijnlijk hoopvol. ‘Wij zijn hier’ is de slogan van de groep. Meer niet. Zie ons, want wij zijn er. Of je het nu wilt weten of niet.

Bas van Abel, de kunstenaar die een fairphone ontwikkelde, verwoordde het dit jaar krachtig in een interview. Hij zei dat hij met zijn product de vervreemding wil tegengaan. De vervreemding ten opzichte van onze producten. Hij wil dat we weten welke geschiedenis de onderdelen daarvan hebben. ‘Donkerte aan het licht brengen’, dat is de fairphone. Volgens Van Abel kun je wat aan het licht is gebracht, veranderen (Nederlands Dagblad, 8 aug. 2014).

En met die gedachte in het achterhoofd krijgt zo’n fijne kerstkraker als hieronder een wat onheilspellend randje.

Daar is uit ’s werelds duist’re wolken een licht der lichten opgegaan.

Komt tot zijn schijnsel, alle volken, en gij, mijn ziele, bid het aan.

Het komt de schaduwen beschijnen, de zwarte schaduw van de dood.

De nacht der zonde zal verdwijnen, genade spreidt haar morgenrood.

De schaduwen worden beschenen. Onze schaduwen. Het is de vraag of we dat willen, een gewetensvraag. Het kan ons weleens duur komen te staan. Ik hoop dat we de moed vinden om het licht te laten schijnen. Over ons eigen aandeel in het onrecht. Ik hoop dat het onrecht wat anderen ons aandoen óók aan het licht komt. Zodat de wereld verandert. Stukje voor stukje.

Laten we Kerst vieren. Met rapporten onder de kerstboom en de veroordelingen van de mensenrechtenrapporteur als kerstballen. Laten we samen als kerstfilm de docu ‘Home’ kijken, uit 2009 – waarin de liefde voor onze planeet van het scherm spat, waarin duidelijk wordt hoe we haar kapotmaken maar vooral: hoe we kunnen veranderen. Laten we kerstmuziek luisteren die schreeuwt om ‘vrede op aarde’.

Door alle rotzooi die aan het licht kwam, was 2014 een hoopvol jaar. Op naar het volgende.