Het is eng om dicht bij de dood te zijn

Tien jaar geleden was kunstenaar Erik de Haan op Thailand en werd getroffen door de tsunami. Hij overleefde de zeebeving, en reisde door.

Stel: de vloer onder je begint ineens te trillen. Een paar seconden later stroomt de ruimte waarin je bent vol met water, tot aan het plafond. Je kunt er nog net je hoofd bovenuit steken, naar adem snakken. Je hoort overal geschreeuw. In een mum van tijd overspoelt een enorme golf het gebied om je heen. Tien jaar geleden op Tweede Kerstdag, overkwam het Erik de Haan en zijn toenmalige vriendin tijdens hun vakantie in Thailand. Een tsunami veegde een heel gebied van de kaart. Hierbij kwamen bijna 230.000 mensen om het leven – zij kunnen dat moment niet navertellen. De Haan wel, hier in de tattooshop waar hij werkt, aan de Weimarstraat in Den Haag.

Links aan de muur hangen tientallen tekeningen en schilderijen van Aziatische symbolen, dieren, maskers. „De Aziatische mythologie vind ik heel vet. Ik begrijp er niets van, maar die vormen vind ik heel mooi.” Rechts staat een lichttafel waarop hij zijn tattoo’s tekent. De Haan (40) heeft een jonge kop en een nog jongere stem. Hij praat heel rustig, alsof hij alle tijd van de wereld heeft.

De Haan was tien jaar geleden dertig jaar oud, kunstenaar, net afgestudeerd aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. Hij reisde met zijn toenmalige vriendin door Azië, nam altijd zijn schetsboek mee, raakte geïnspireerd door de natuur. Vlak voor Kerst bezocht hij de Thaise Phi Phi-eilanden en sliep in een krakkemikkig bamboehutje met zijn ex. „We lagen ’s ochtends vroeg nog te slapen toen ik wakker werd door het geschreeuw van mensen. Ons hutje begon te trillen, de deur klapte open en ineens kwam er een golf van water naar binnen. Ik zag in mijn herinnering, ik weet niet zeker of het waar is, van dat mooie turquoise water binnenstromen. Het zat ook meteen tot tegen mijn keel. Het water drukte ons in een hoek, maar ik kon nog net mijn ex bij haar voeten pakken en door de deur naar buiten duwen, en het zakte snel weer naar beneden. Toen dacht ik: what the fuck is dit ineens?”

Wat doe je dan?

„Het eerste wat ik dacht, was: help, onze spullen, ons paspoort. Het hutje was gebroken, maar een tasje met al onze papieren hing nog net uit mijn backpack. Die heb ik nog gepakt. Mensen schreeuwden dat er nog een golf aankwam. We renden zo hard mogelijk het strand af, een berg op en waren net op tijd boven. Ik heb spijt dat ik niet even heb omgekeken naar die golf, ik ben wel benieuwd hoe die eruit had gezien. Maar goed, ik zag waarschijnlijk toch niets, want ik had mijn lenzen niet in.”

Besefte je wat er was gebeurd?

„Nee, nee. Op de berg was een resort met een televisie die ’s avonds beelden liet zien van de tsunami. Het nieuws was natuurlijk al de hele wereld overgegaan. Toen besefte ik pas wat er was gebeurd. Mijn vriendin leende een telefoon van iemand en wist gelukkig het telefoonnummer van haar moeder uit haar hoofd. Haar moeder was helemaal in de war – ze dacht dat ze ons niet echt had gesproken, maar een oud voicemailbericht hoorde. Thuis was iedereen in shock. Voor hen is het denk ik nog het moeilijkst geweest die dag.

„Alle mensen op de berg waren in paniek, iedereen zat onder de modder. We hadden nog wat geld bij ons en konden in het resort eten kopen. De volgende dag werden we opgehaald door twee boten die ons naar het plaatsje Krabi vervoerden. Onze boot kwam amper vooruit omdat er zo veel mensen opstonden.

„Vanaf daar gingen we naar het vasteland en hebben we onze ouders gerustgesteld. We vlogen gratis naar Bangkok. Omdat we pas op de helft van onze reis waren – en dachten: als we nu teruggaan naar Nederland hebben we echt een shitvakantie gehad – besloten we door te reizen naar een klein eiland in de Mekongrivier bij Laos. Hadden we beter niet kunnen doen.”

Want?

„De eerste nacht in ons bamboehutje sliep ik buiten in de hangmat toen mijn ex ’s nachts schreeuwde: ‘Erik, pak snel je spullen!’ Ik schrok wakker. Onze hele hut was in brand gevlogen. Onze buurman had zijn kaars niet uitgeblazen, was in slaap gevallen, de kaars viel om en binnen vijf minuten stond de hut in de fik. Toen dachten we: dit is toch te fucking bizar. De volgende dag hebben we het eiland verlaten.”

En zijn jullie meteen naar huis gegaan.

„Nee, we zijn toen nog olifanten gaan trainen in de jungle voor een week, daarna zijn we naar huis gegaan.”

Jouw ervaringen met de natuur zullen anders zijn dan die van veel anderen.

„Ze waren vooral bizar op die momenten, maar ik heb er geen trauma aan overgehouden. Ik ga nog steeds vaak naar het strand. Ik had alleen één keer, vlak na de tsunami, dat ik in de zee een spiegeling zag van de zon en dacht dat er een golf op me afkwam. Wat ik wel heb geleerd, is dat je geen controle hebt over wat je overkomt. Het is bizar hoe sterk de natuur kan zijn. Je bent heel klein, je stelt niets voor.”

Hoe kijk je er nu op terug?

„Ik heb gewoon geluk gehad. Ik ben er zonder kleerscheuren van afgekomen. Maar als ik bijna was verdronken had ik er anders ingestaan, denk ik. Het idee dat je zo dicht bij de dood kan zijn, is wel beangstigend. Wij liepen de nacht voor de tsunami aan de kant van het eiland die het hardst werd getroffen, gezinnen met kinderen liepen daar rond. Holy shit, al die mensen die wij daar zagen zijn waarschijnlijk gewoon dood.

Ik ben vier jaar later teruggegaan naar het eiland. Een vreemde ervaring – van god los. Toen ik aankwam en van het bootje afstapte, kwam er meteen een man naar me toe: ‘You want cocaïne, heroïne or morfine?’ vroeg hij. Het eiland was volgebouwd, iedereen was aan het feesten, alsof er helemaal niets was gebeurd. De prijzen van een overnachting waren vertienvoudigd. Ik vond het een nare sfeer, ik ben de volgende dag weer weggegaan.”

Na de tsunami keerde De Haan weer terug naar Den Haag. Hij werkte toen parttime in de Cremers, een bekende Haagse coffeeshop waar zijn schilderijen hingen. Zijn oog viel daar op een van zijn schilderijen: twee grote golven die de lucht ingaan met daartussen maskers die op doodshoofden lijken. Het was zijn laatste schilderij voordat hij de tsunami meemaakte. „Dat was best wel gek. Mijn pa heeft het van me gekocht. Dit werk moest bij ons blijven, ik mocht het niet verkopen van hem.”