Gekke Henkie speelt echt geen rugby

Rugbyend Nederland is aan een bankroet ontsnapt. Bijna waren er geen nationale mannen- en vrouwenteams meer, bijna waren de competities in één klap ter ziele. Het geld van rugbybond NRB is op, schuldeisers kunnen niet worden terugbetaald, het faillissement dreigde. Maar zaterdag werd de nationale bond gered. Door de leden, de aangesloten verenigingen. Zij namen min of meer een voorstel van het bondsbestuur over om zo’n 688.000 euro op tafel te leggen, een bedrag dat op een of andere manier door de circa 10.000 rugbyers en de 82 clubs die Nederland telt, moet worden bijeengebracht.

Een gift werd het niet, zoals het bondsbestuur had gewild, maar een langlopende lening en dat geld wordt op een aparte rekening gestort, waar de NRB niet direct kan aankomen. Alsof de clubbestuurders, die voor een speciale bondsvergadering waren bijeengeroepen in het Nationaal Rugby Centrum, wilden zeggen: gekke Henkie rugbyt niet.

Maar om alle niet-gekke Henkies de kans te geven dat ze hun sport kunnen blijven beoefenen, moest het geld wel op tafel komen en dus stemde 85 procent met het reddingsplan in. Verzet ertegen was vooral in Noord-Nederland gesitueerd. Als schuldeisers nu ook nog wat aanspraken intrekken, kan de rugbybond in 2017 weer gezond zijn. En intussen verder orde op zaken stellen, want die rode cijfers zijn natuurlijk niet zomaar in een scrum ontstaan. Het zegt wel iets dat de NRB momenteel mede onder leiding staat van een interim-voorzitter en een interim-penningmeester.

Het bijna-bankroet van de NRB mag dan (hopelijk) uitzonderlijk zijn, de deplorabele staat van de financiën is wel symptomatisch voor veel sportbonden. 2014 mag dan een van de meest succesvolle jaren van topsportend Nederland zijn geweest, in de breedte lopen tering en nering steeds vaker uiteen. Van basketbal tot en met badminton, van gymnastiek tot en met handboogschieten, van tennis tot en met volleybal, bij al die bonden lopen penningmeesters met gefronste wenkbrauwen rond. Een onderzoek van het Algemeen Dagblad wees eerder dit jaar uit dat van 26 olympische sportbonden er zeker 20 personeel hebben moeten ontslaan; bezuinigen moesten ze vrijwel allemaal. De oorzaken zijn bekend: de bijdragen van de belangrijkste financier, de Lotto, lopen alsmaar terug, evenals van sportkoepel NOC*NSF – die zelf voor het jaar 2015 een tekort van 9 miljoen euro heeft begroot. De toekomstige Wet op de kansspelen maakt het niet beter: de Lotto zal op de gok- en loterijmarkt concurrenten tegenkomen die niet van plan zijn hun opbrengst aan (onder meer) de sport ten goede te laten komen. De voorgenomen fusie van de Lotto met de Staatsloterij zal enig soelaas bieden, maar niet structureel.

Gezonde bonden bestaan bij de gratie van gezonde sportverenigingen – maar ook zij gaan het moeilijker krijgen. Gemeenten krijgen de komende jaren meer taken en relatief minder geld. Voor de zorg bijvoorbeeld. Ergens zullen ze dat vandaan moeten halen. Zowel NOC*NSF als het Mulier Instituut deed onderzoek naar de voornemens van de gemeenten, die in de collegeprogramma’s van dit jaar waren te lezen. Conclusie: de meeste gemeenten, 70 procent, gaan bezuinigen op de sport. Hogere huren en lagere subsidies, daar komt dat meestal op neer.

NOC*NSF is nu begonnen met de campagne ‘Laat je sportclub niet in zijn hemd staan’. De sportkoepel riep voor de broodnodige propaganda de hulp in van oud-topsporters Minke Booij en Erben Wennemars, en sportjournalist Kees Jansma. Doel: iedereen moet ‘tactieken’ bedenken die geld opleveren. Straks te lezen in een digitaal boek. Misschien helpt dat. Maar wie actief en georganiseerd wil sporten, moet er rekening mee houden dat deze liefhebberij hem/haar bloed, zweet, tranen en meer geld zal kosten.