Dochter Zoetermeers jihadgezin mag weer naar huis

De rechtbank in Den Haag tijdens een rechtszaak tegen Maher H. Foto ANP / Bas Czerwinski

De dochter van de Zoetermeerse Shukri F., die deze maand werd vrijgesproken van ronselen voor de jihad, mag weer naar huis. Ook wordt ze niet onder toezicht gesteld. Dat heeft de kinderrechter vandaag bepaald, bevestigen de Raad voor de Kinderbescherming en de advocaat van F., Bart Nooitgedagt.

De Raad wilde de uithuisplaatsing met 6 maanden verlengen, maar volgens de rechtbank is daar geen reden voor. De baby van 5 maanden werd anderhalve week geleden uit huis geplaatst. Aanleiding was volgens Nooitgedagt een telefoongesprek tussen de 20-jarige F. en haar man Maher H. (20), een teruggekeerde Syriëganger die een celstraf van 3 jaar uitzit.

Kinderbescherming benieuwd naar onderbouwing

In dat gesprek werden plannen besproken om te verhuizen naar Turkije. De Raad voor de Kinderbescherming was bang dat ze daarmee bedoelden dat ze zich in het kalifaat wilden vestigen. De Raad zegt zelf dat dit niet de enige reden was. Een woordvoerder:

“Wij hebben meerdere zorgen, die we naar ons idee goed onderbouwd hebben naar de rechtbank.”

De Raad voor de Kinderbescherming is “heel benieuwd naar de onderbouwing van de rechtbank”, zegt een woordvoerder. “De rechtbank zei dat ze zag dat het allemaal goed gaat. Maar wij hebben nog steeds zorgen.” Een hoger beroep wordt overwogen.