Column

De kakkerlak als vehikel voor hemelse vervoering

Zijn wormen en kakkerlakken een goede keuze voor een feestmenu? Vraagt u dat aan mij? Gaat het u om het mondgevoel en om de vette, kipachtige smaak van de zwarte tor, dan moet u mij niet hebben. Informatie over mineralen in de meelworm? Veel van mijn collega’s zijn beter op de hoogte. Maar de spirituele aspecten van de kakkerlak, ja, daar wil ik best iets over kwijt.

Bladerend door boeken over het goddelijke stuitte ik per toeval op een aantekening over de Portugese schrijfster Clarice Lispector. Haar werk ken ik helaas niet. Je kunt niet alles lezen. Maar ooit heb ik met smaak ergens genoteerd dat in een van haar romans een kakkerlak wordt opgegeten. Het beest komt klem te zitten tussen deur en deurpost van een kleerkast en dan duwt Lispectors romanpersonage een beetje door.

Kleurloos bloed sijpelt uit pantser en schild, en hier is het dat de mystiek aanvangt. In het proces van eenwording dat zo kenmerkend is voor de mystieke ervaring besluit de vrouw namelijk de kakkerlak op te eten. De witte massa die uit hem stroomt te proeven. Nu is dit natuurlijk een beslissing die regelrecht ingaat tegen de spijswetten, want zo’n kakkerlak is niet kosher. Maar in dit geval is wetsgetrouwheid wel een heel gemakkelijk excuus om geen hapje te hoeven nemen en vanwege die gemakkelijkheid wordt juist het brave gedrag zondig. Likt mevrouw daarentegen aan de kakkerlak, dan begaat ze de anti-zonde. Dus vandaar.

Ach, wat een gedoe, u wilde alleen maar weten wat u de komende dagen moet koken! Natuurlijk moest ik de boel weer veel te serieus aanpakken en nu zat ik daar met de smaak van kakkerlak op de lippen. Was ik een kookboekenschrijver geweest, dan was ik met ingredienten aan de slag gegaan om er nog wat van te maken. Want hoewel kookboeken neigen tot letterlijkheid (schrijven ze over een tor, ga er dan maar vanuit dat je geacht wordt een tor op te dienen), ze weten het gelukkig altijd wel zo in te kleden dat je niets torrigs proeft.

Hoe dan ook, ik ben geen kookboek, en de smaak van kakkerlak liet zich in mijn wereld alleen verdrijven door te rommelen met tekstinterpretatie. Metaforen. Zinnebeelden en zo. De kakkerlak als vehikel voor hemelse vervoering. Dat soort dingen. Daarbij begon ik me allereerst af te vragen welke winst dat nu eigenlijk oplevert: eenwording met een kakkerlak. Het mag dan aanlokkelijk klinken, het mystieke streven om het onderscheid op te heffen tussen het zelf en de ander, er bleken toch ook praktische bezwaren.

Gregor Samsa, hoofdpersoon van Kafka’s boek Die Verwandlung, diende zich hier aan als belangrijke getuige, want die was nota bene na een nacht vol onrustige dromen zelf in een kakkerlak veranderd. Althans in ‘ein ungeheures Ungeziefer’, in de Nederlandse vertaling ‘een reusachtig eng beest’, met een pantserachtige rug en vele dunne pootjes.

Ik verklap niets als ik zeg dat zijn familie er niet gelukkig mee was: nu hij een ondier was, zei zijn zuster, was hij zichzelf niet meer. „Je moet alleen maar van de gedachte af zien te komen dat het Gregor is.”

Daar hadden we het gevaar van mystieke eenwording en transsubstantiatie te pakken. Mocht Lispectors personage, door kakkerlak te eten, zelf kakkerlak worden, dan zou ze haar oorspronkelijke zelf verliezen. Zit je niet aan tafel, dan sta je op het menu, zeggen politieke onderhandelaars tegenwoordig. Zit je wel aan tafel, dan sta je ook op het menu, zou je daar aan toe kunnen voegen. Lichaam wordt brood. Eter wordt voedsel. Tafelgast wordt maaltijd.

Via deze invalshoek kon ik meteen het maatschappelijk taboe verklaren op het eten van insecten. „Ik wil niet publiekelijk geassocieerd worden met het eten van wormen”, schreef de auteur van een stuk over wormen in de Petits Propos Culinaires. En in Seattle maakte ene Archie McPhee reclame voor wormlollies met de uitroep dat het eten van torren niet bon ton is. „We hebben allemaal het sociale stigma ervaren wanneer we betrapt werden op het eten van insecten in het openbaar”, schreef Archie.

Voorkom de schande en de hoon, riep hij daarom in zijn reclame voor de Worm Sucker Lollipop. Eet je insecten liever discreet opgeborgen in een lollie met de smaak van crème de menthe.

Wat konden we hieruit nu concluderen? Dat een taboe niet voor niets een taboe is? U wilde weten of u de laatste dagen van december uw gasten met goed fatsoen kakkerlakken en wormen kunt voorzetten en mijn antwoord ligt zoals altijd ergens in het midden. Schreef ik een kookboek, dan zou ik zeggen, ga vooral uw gang. Schreef ik de bijbel, dan zou ik u waarschuwen voor dat moment halverwege de avond waarop uw tafelgasten met hun poten gaan wriemelen. Maar de krant is een genre tussen kookboek en bijbel in. En dus zeg ik: geniet. Maar geniet met mate.