De glazen bol van Teeven

Staatssecretaris Teeven zei in mei dat hij dit jaar mogelijk 65.000 asielzoekers verwachtte. Het blijken er veel minder: bijna 26.000.

Vluchtelingen arriveren eerder dit jaar in het nieuw geopende asielzoekerscentrum in Zeist. Foto ANP

Is het bangmakerij geweest? Overdreven paniekzaaierij, partijpolitiek, verkiezingsretoriek? Of bedient staatssecretaris Fred Teeven (Veiligheid en Justitie, VVD) zich gewoon van nogal slechte prognosemodellen?

Het aantal vluchtelingen dat dit jaar in Nederland asiel heeft aangevraagd, valt veel lager uit dan waar Teeven in mei voor waarschuwde. Het kunnen er zomaar 65.000 worden, voorspelde hij toen. „Volstrekt niet te behappen voor Nederland.”

Gisteren bleek dat 25.863 vluchtelingen dit jaar asiel hebben aangevraagd in Nederland. Dat zijn er zeker meer dan in 2013, toen 17.189 mensen asiel aanvroegen. En in 2012 waren het er nog minder, 13.170.

Onder die 25.863 van dit jaar zijn 22.690 ‘eerste’ asielaanvragen, plus 3.173 aanvragen van nareizende gezinsleden van de mensen die hier al waren. Alleen december ontbreekt nog aan de cijfers – met zekerheid is nu dus wel te zeggen dat de voorspelling van Teeven uit mei niet uitkomt.

„Áls het aantal in dit tempo blijft doorgaan”, zei de staatssecretaris er toen bij. Dat zinnetje is iedereen vergeten, zei Teeven gisteren op Radio 1 in een toelichting op de cijfers. Want dat gebeurde niet. April en mei bleken de twee maanden met de hoogste aantallen asielaanvragen van het jaar, met in april 2.670 en in mei 3.441 aanvragen.

Vooral het aantal Eritreeërs dat asiel aanvroeg, trok toen de aandacht en was in die maanden veel hoger dan ervoor. Eritreeërs kwamen met hulp van mensensmokkelaars naar Nederland; ze hadden bijna allemaal hetzelfde reisverhaal en dezelfde hoeveelheid zakgeld bij zich.

Teeven heeft het ‘succes’ van het weer afnemen van het aantal Eritrese aanvragen nooit geclaimd. Terwijl dat in mei wél als zijn motief werd genoemd om te waarschuwen: als het er minder zouden worden, kon hij zijn beleid tot geslaagd verklaren. Het is overigens wel logisch om aan te nemen dat de intensievere opsporing en de grote media-aandacht voor de aanpak van de smokkel inderdaad invloed hadden op de route en het land van bestemming die de mensensmokkelaars voor hun klanten kozen.

De migratiestromen naar Europese landen laten zich moeilijk voorspellen; ze zijn grillig. Het weer speelt een rol, schrijft Teeven in zijn brief aan de Tweede Kamer. Afgelopen oktober en november nam de instroom van asiel af ten opzichte van de maanden ervoor. In het winterseizoen wagen minder mensen zich aan een oversteek van de Middellandse Zee.

Om toch prognoses van de instroom van asielzoekers te kunnen maken, gebruikt het ministerie van Veiligheid en Justitie cijfers en voorspellingen van onder andere het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken en Frontex, het agentschap dat de buitengrenzen van Europa bewaakt. Zij kijken naar de cijfers van het afgelopen half jaar, naar de spreiding van asielzoekers over de Europese landen en naar de toestand in de wereld. Als in Syrië vredesonderhandelingen gaande zouden zijn, zou dat leiden tot een lagere instroom.

Met hulp van die schattingen komt Teeven voor volgend jaar uit op een voorspelling van tussen de 33.000 en 40.000 asielzoekers. Van wie de meesten Syriërs zullen zijn.

Feit blijft dat nooit is opgehelderd hoe staatssecretaris Teeven aan het cijfer van 65.000 kwam – dat was in elk geval niet afkomstig van die Europese bureaus. Functioneel was zijn alarm wel. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) had bij hem erop aangedrongen om landelijk aandacht te vragen voor de hoge instroom. Het COA had moeite om opvangruimte bij gemeenten te regelen en ervoer een gebrek aan urgentie. Dat is na maanden vol verhalen over asielzoekers die moesten worden ondergebracht in vakantieparken en tentenpaviljoens niet meer voor te stellen, maar tóén was de waarschuwing nodig.