Column

Cynisch beeld van een konkelend CDA in 2010

Maxime Verhagen in ‘2Doc: Hét congres’.

Drukke boel, dacht Henk Bleker op 2 oktober 2010, toen hij arriveerde bij het CDA-partijcongres in de Arnhemse Rijnhal. Vijfduizend leden kwamen wegens de omstreden gedoogpartner PVV bijeen om zich uit te spreken over de regeringsdeelname aan Rutte-I.

Bleker, destijds interim-partijvoorzitter: „Het leek wel een optreden van Julio Iglesias!”

Lekkere binnenkomer, van de documentaire 2Doc: Hét congres (AVROTROS), gisteravond op NPO2. De documentaire schetst het beeld van een congres dat een mengeling was van spruitjeslucht en grootheidswaan, van retorisch effectbejag en vergane glorie – je zou kunnen zeggen: net als Julio Iglesias. Maar daaraan kleeft iets koddigs, terwijl dit ook een dramatisch congres was van een diep verdeelde partij. Met name dat beeld roept Jaïr Ferwerda fijntjes op in zijn film. Dankzij de interviews, waarin CDA-coryfeeën vileine, soms dodelijke kritiek op elkaar leveren.

Het was veertig minuten smullen. Of kreunen.

Smullen: van de guitige congresorganisator die vertelt dat er nog getwijfeld was of niet toch het Gelredome een betere locatie was.

Ook smullen: van de kolderieke stemming aan het einde, met de onvergetelijke instructie: „Als je voor de samenwerking bent, stem je tegen de resolutie.” En dat gehannes met gekleurde stempapieren! (Dagvoorzitter Jos Houben erkende dat hij destijds moeite met die papieren had, door z’n „beperkte kleuronderscheidingsvermogen”.) En die pathetische, zogenaamd vredige Wilhelmus-samenzang tot slot, ha!

Maar echt pijnlijk werd het toen de hoofdrolspelers van toen becommentarieerd werden door terugkijkende partijprominenten – gemangeld, eigenlijk. Ze zetten hen neer als machtbeluste acteurs. „Hij had zichzelf tot tranen toe bewogen”, aldus Dries van Agt, over de gesnikte hartenkreet vóór regeringsverantwoordelijkheid van partijleider Maxime Verhagen.

Volgende slachtoffer was Camiel Eurlings, die zich theatraal achter de partijtop had geschaard. Hans Hillen, Gerd Leers, Henk Bleker, Herman Wijffels – allemaal hadden ze commentaar. De genadeklap kwam van Van Agt, die meende dat Eurlings’ actie „alleen ietwat te verdedigen valt met het beroep op zijn zeer jonge leeftijd”. Au.

Zei ik Hillen, Bleker, Leers? Maar hè, dat waren toch juist de medestanders van Eurlings?

Wie van de talking heads er destijds voor- en tegenstanders waren, werd in de documentaire niet expliciet benoemd. Dat vestigde het beeld van één giftige bende, en gaf de documentaire iets cynisch. Het ontbreken van de destijds inhoudelijk sterke Ernst Hirsch Ballin voedt de idee dat deze terugblik vooral bedoeld is als een soort politiek sportverslag, om van te smullen. Niet als een inhoudelijke reconstructie, om iets wijzer van te worden. Wél de spannende momenten, niet de opbouw, de inhoud. Niet de vraag aan Maxime Verhagen (die niet geïnterviewd is) of zijn snik nou gespeeld was, maar de eenzijdige aanname dat dat zo was.

Maar misschien is het cynische beeld terecht, en was het een gekonkel van jewelste. Het feit dat er na al die jaren nog zoveel CDA-prominenten zin hadden om venijnig terug te blikken, stemt somber. Nog steeds geen gezellige boel.