Boompatrijs

Het populaire kerstliedje The Twelve Days of Christmas verhaalt over de geschenken die iemand krijgt van zijn of haar liefde op elk van de ‘twaalf dagen van Kerstmis’. Dankzij een kettingrefrein wordt de lijst van geschenken elk couplet langer: behalve het nieuwe geschenk, worden ook alle geschenken en hun aantallen uit de vorige coupletten weer opgenoemd. Er komt geen eind aan: trommelaars, doedelzakspelers, ruiters, dansende vrouwen, huishoudsters, zwanen, ganzen, gouden ringen, zangvogels, Franse hennen, tortelduiven en een patrijs in een perenboom.

Het lied (uit het Engeland van 1780) inspireert zelfs wiskundigen om er rekenkundige progressie en driehoeksgetallen mee uit te leggen. Berekenen hoeveel cadeaus er in totaal gegeven worden, is met die methode een eitje. Mij interesseren de vogelcadeaus uit het lied, en dan met name de steeds terugkerende partridge in a pear tree – de patrijs in de perenboom. Dat men deze hoenderachtige vogel hoog in een boom tussen de peren situeert, is een verregaande vogelkundige dwaling. De patrijs is namelijk een strikte grondbewoner die zelfs hoog gras in zijn leefgebied mijdt. Ik hou het op een grote lijster (Turdus viscivorus), die houdt van boomgaarden en fruit.