Voetbal: zorgen na de euforie

Het Nederlands voetbalelftal sportploeg van het jaar, Arjen Robben sportman van het jaar, Louis van Gaal coach van het jaar 2014. Het kon vorige week niet op voor het Nederlandse voetbal op het nationale sportgala. Opmerkelijk, omdat deze sport bij deze verkiezingen in Nederland niet in de prijzen pleegt te vallen. De sportman/vrouw van het jaar is meestal iemand die uitblinkt in een individuele sport en de sportploeg van het jaar heeft dikwijls een wereld- of Europese titel op haar naam. Van Gaal was op het gala dan ook de eerste die vraagtekens plaatste bij zijn eigen uitverkiezing. Het Nederlands elftal was toch ‘maar’ derde geworden op het WK in Brazilië?

Net als in de fruitteelt is vergelijken in de topsport een kwestieuze aangelegenheid. Maar het lage verwachtingspatroon rond het Nederlands elftal, de onverwachte prestaties die het in juni leverde in een sport die mondiaal de grootste is en de impact die voetbal heeft, zullen hebben bijgedragen aan de drievoudige overwinning van het voetbal op het sportgala. Niets trekt op tv zoveel kijkers als voetbal, in het bijzonder als het Nederlands elftal een wedstrijd speelt die ertoe doet. Dan staat half Nederland op zijn kop.

Een half jaar na de euforie over het WK was de KNVB gastheer van een zorgelijk gestemd congres over ‘De toekomst van het Nederlandse voetbal’. Coaches, oud-topspelers en andere insiders kwamen vorige week in beslotenheid bijeen. Dat leverde elf ‘speerpunten’ op; aanbevelingen die menigeen waarschijnlijk ook wel zonder congres had kunnen bedenken. Feit is dat Nederlandse clubs op Europees topniveau niet meer mee kunnen en dat de prestaties van nationale jeugdteams de laatste tijd tegenvallen. Dat laatste is vermoedelijk tijdelijk. De ene generatie presteert beter of komt eerder tot ontplooiing dan de andere; gelukkig is niet alles regelbaar in voetbal. De grootste talenten worden geboren, niet later gemaakt.

Structureler is de achterstand die clubs internationaal hebben opgelopen. Dat heeft alles te maken met geld; vooral veroorzaakt door het financiële wangedrocht dat Champions League heet.

Maar anders dan vaak gedacht en door coaches hardnekkig wordt beweerd, is Nederland bij het voetbal letterlijk géén ‘klein landje’. Wat betreft het aantal in georganiseerd verband spelende voetballers (m/v) is Nederland het achtste land ter wereld en het vijfde van Europa. Het telt meer voetballers dan, pakweg, Spanje en Rusland. Organisatorisch zit de sport hier goed in elkaar. Dus wie hoopt dat het Nederlands elftal ooit wereldkampioen wordt: het kan.