Column

De cirkel is rond

Mijn oudtante werd begraven. Haar laatste woorden waren: ‘Hoef ik nu niets meer te doen, mag ik gewoon slapen?’ Ze kuste de handen van de dokter, prees hem, de engel met morfine. Op de Voorstraat geboren, op de Voorstraat gestorven. ‘De cirkel is rond’, meldde haar rouwkaart.

Goed kende ik mijn oudtante niet. Ze woonde een tijdje in het Friese dorp Sexbierum en dat vond ik als kind om begrijpelijke redenen fascinerend. Bovendien noemden we haar ‘Tiets’. Ik wist dat ze was opgeleid tot psycholoog, maar ik was het ook een beetje vergeten. Want toen haar kinderen kwamen, moest ze het werken opgeven. Dat betreurde ze later, vertelde haar dochter tijdens de uitvaart. Wel nam zij het stokje over: ze is psycholoog – en daarnaast moeder van twee jongens. „Tiets was een people’s person, zoals je het nu zou noemen.”

De kleindochter, de dochter van de zoon, nam ook het woord en zei dat ze psychologie wil gaan studeren. Tiets had haar gewaarschuwd dat ze er wel voor moest zorgen dat ze de juiste vakken koos. Want een beetje dwingend was ze wel, een ‘controlfreak’ zoals je het nu zou noemen. Net als haar moeder.

Er werden lijntjes getrokken. Grillige vleugen van een lang leven die zonder adem ineens strak en helder staan.

Afgelopen zaterdag publiceerde deze krant een gesprek met de ouders van MH17-slachtoffer Régis. Hij moest nog beginnen met zijn studie aan de Hogeschool. Als jongen hield hij van paardrijden; een hobby die gedurende de tweede helft van zijn tienerjaren gesmoord werd door sigarettenrook en uitgaansdrang.

Na zijn dood kregen zijn negentien geleefde jaren meer kleur. Nieuwe verhalen en perspectieven kwamen aan het licht: zijn ouders wisten niet alles – zoals het hoort.

Hij had veel vrienden. Bijna te veel misschien. Hij keek voortdurend op zijn telefoon. Moeder Paula: „Hij had FOMO, Fear Of Missing Out.”

Ik heb al vaker vol berouw op een uitvaart gestaan. Wanneer het ouderen betrof, zoals bij Tiets, huilde ik niet omdat het leven nog langer had moeten duren (‘mag ik – nu eindelijk – slapen?’). Ik huilde omdat het lange leven pas gekend werd na de dood. Dan pas komen verschillende perspectieven aan het woord en wordt helder waar iemand vandaan komt. Dat afsluitend ritueel zou een tussendoortje moeten zijn. Het vitale inzicht dat bij terugkijken hoort, krijgt dan ook actuele kracht.

We zouden begrafenisje moeten spelen bij leven. Met speeches en familiegeschiedenissen. Vrienden die inkleuren. Met alleen voorlopig laatste woorden.

In memoriams moeten niet ná het overlijden, maar tijdens het leven worden gepubliceerd.

Want FOMO is zo gek nog niet. En om meerdere cirkels kun je uiteindelijk ook één grote tekenen.