Op zoek naar de mensen die Ramesar in een artikel citeert

Een van de mensen die Ramesar citeert heet Hendrik Suurhorst. Bestaat deze persoon? Bewijzen dat hij niet bestaat kan niet.

Dan maar naar Den Haag om te kijken of hij wél bestaat.

Bij de voetbalkooi aan de Delftselaan. Foto Boudewijn Bollmann

Hoe bewijs je dat iemand niet bestaat? Vrijwel onmogelijk – ook voor de onderzoekscommissie die Trouw aanstelde. Je kunt de premisse hoogstens omdraaien en zoveel mogelijk doen om te bewijzen dat iemand wél bestaat.

In een groot artikel in Trouw vertelde Hendrik Suurhorst (63 jaar oud, ex-machinebankwerker) in januari van dit jaar dat hij op een woensdagochtend wakker werd van geschreeuw en harde bonken. De politie was binnengevallen op tien adressen in zijn buurt in de Gaarden, in Den Haag Zuidwest, om een jeugdbende te ontmantelen. „Ik sta vaak vroeg op, maar deze keer werd ik naar mijn zin toch iets te vroeg gewekt”, liet Trouw-journalist Perdiep Ramesar hem zeggen. De politieactie was desondanks welkom: „Die vandalen vervuilden en vernielden de boel, ze joegen mensen angst aan.”

Maar Hendrik Suurhorst is – zoals veel van Ramesars bronnen – nergens te vinden. Op internet levert de naam geen resultaten op. Hij staat niet in het telefoonboek. In de achternamendatabank van het Meertens Instituut, die gebaseerd is op de gemeentelijke basisadministratie van 2007, komt de achternaam Suurhorst (of anders gespelde varianten) zelfs helemaal niet voor. Hetzelfde geldt voor de namen van drie andere buurtbewoners die door Ramesar werden opgevoerd in het artikel, Farah Shinoui (34), Henk Sardjoenandan (44) en Eric Sandgoed (38).

Zo onderzocht nrc.next de afgelopen weken tientallen namen uit stukken van Ramesar, steeds met hetzelfde resultaat. De onderzoekscommissie, zo bleek dit weekend uit de verantwoording van het rapport, ging op dezelfde manier te werk.

Betekent dat dat al die mensen verzonnen zijn? Nee, dat kun je niet met zekerheid zeggen.

Er is nog één andere manier om het te controleren. Op naar de wijk, om Hendrik Suurhorst te zoeken. Suurhorst woont volgens Ramesar al tien jaar in een flatje in de Gaarden. Te beginnen in het kleine winkelcentrum. Een Albert Heijn, een Kruidvat. Buurtbewoners en winkelmedewerkers schudden hun hoofd: geen Suurhorst.

Niemand kent Hendrik Suurhorst

Verderop: een man die zijn hond uitlaat, een vrouw met hoofddoek die net uit de auto stapt, twee oudere mannen die tussen de flats door lopen, een jonger stel, een folderbezorger, een agente: niemand kent Hendrik Suurhorst. „Op zich bijzonder dat het een Nederlandse naam is”, zegt een man die buiten staat te roken.

Dat is overdreven: juist de mengeling van nationaliteiten valt op. Op de naambordjes bij de deur van de flats staan overal Nederlands en buitenlands klinkende namen onder elkaar: Nieuwendijk en Baksoellah, Varkevisser en Aboulbarakat, Zoutendijk en Benhajar. Suurhorst? Nee, die niet.

Een moslima geeft een tip vanachter het stuur van haar stilstaande auto. Ga terug naar het winkelcentrum, zegt ze, daar zit een buurtwinkel. Daar kennen ze iedereen.

Achter de balie van de bakkerij staat toevallig een man die al twaalf jaar vrijwilligerswerk doet in de buurt, en zegt in elke straat mensen te kennen. Van de arrestaties in januari weet hij uiteraard.

Maar Hendrik Suurhorst? Nee, die naam heeft hij nog nooit gehoord.