Net een kakkerlak. Wow, wat lelijk!

In Villa Zebra leren kinderen op een nieuwe expositie het werk van tien kunstenaars kennen. En ze maken zelf dingen.

„Iew, echt goor”, vinden Loeki Prins (9), Vera Kruiswijk (9) en Noor Oosterhuis (10) de kunst van Jeroen Kuster in Villa Zebra. Maar ze krijgen er geen genoeg van. Kuster prutst zelfbedachte insecten, parasieten, neteldiertjes en andere griezelige beestjes in elkaar. Daarna classificeert hij ze wetenschappelijk.

De kinderen trekken de houten laden in het ouderwetse verzamelaarskabinet van Kuster open en leveren commentaar. Vera: „Dit lijkt wel een kakkerlak.” Noor: „Wow, wat lelijk!”

Villa Zebra, de kinderkunsthal in Rotterdam, toont in Labyrint het werk van tien kunstenaars. De opzet is om kinderen van 7-12 jaar te laten ontdekken wat de fascinatie van de kunstenaars is en hoe zij werken.

Villa Zebra gaat volgend jaar ateliers inrichten waar kunstenaars live te zien zijn. Expositiemaker Jolanda Bouman: „We gaan nu onderzoeken hoe dicht je op de huid van de kunstenaar kunt komen. En wat het effect is op kinderen én kunstenaars.”

Bouman leidt de kinderen rond. Ze legt af en toe iets uit, maar stelt vooral vragen. „Wat denken jullie, zouden deze beestjes ook in het echt kunnen leven?” „Ja”, zegt Loeki, „in de oertijd.” De drie zitten in een kinderpanel dat de workshops van Villa Zebra test. Ze hebben zelf ook rare beestjes geknutseld. „Ik heb een blarp gemaakt, van een spons”, zegt Loeki.

Elke kunstenaar heeft een minizaaltje. Daarin vinden de kinderen naast kunst een bladzijde met foto’s, uitspraken, vragen en opdrachten.

Loeki en Noor zijn het meest gecharmeerd van het werk van Hillegon Brunt, die al sinds 2007 elke avond voor het slapengaan een tekeningetje maakt in een boekje. Vera raakt niet uitgekeken op de zelfportretten van Isabelle Wenzel. Die drukt de zelfontspanner van haar fototoestel in en neemt dan binnen tien seconden een acrobatische pose aan, waarbij ze balanceert met serviesgoed.

Van Navid Nuur zijn er lichtkunstwerken, gekleurde vloeistoffen die op elkaar drijven en een tuinkabouter die On the Origin of Species van Darwin voorleest. Het conceptuele van zijn kunst is geen belemmering. Noor kijkt rond en concludeert: „Hij maakt kunst van dagelijkse dingen.”