Met Essebsi kiest Tunesië eigen weg

De transitie na de Arabische Lente gaat in Tunesië met minder polarisatie gepaard dan in Egypte of Libië.

Met de 88-jarige Beji Caid Essebsi, de vrijwel zekere winnaar van de tweede ronde van de presidentsverkiezingen gisteren, krijgt Tunesië een leider die een middenweg zoekt tussen secularisme en islam.

Het waren de eerste directe presidentsverkiezingen sinds Zine El Abidine Ben Ali ten val werd gebracht met de revolutie van 2011. Dat was een van de eerste wapenfeiten van de ‘Arabische lente’. Waar in landen als Egypte en Libië de felle botsing tussen secularisme en islam hebben geleid tot geweld en chaos, claimt Essebsi een gematigde, Tunesische islam, een compromis tussen de twee stromingen.

Hoewel Essebsi’s rivaal, interim-president Moncef Marzouki, op de volledige resultaten wilde wachten, claimde Essebsi gisteravond al de overwinning. Drie exit polls gaven hem een ruime voorsprong.

De Tunesiërs moesten kiezen tussen twee min of meer seculiere kandidaten. De fundamentalistische partij Ennahdha, die na de revolutie de grootste partij werd maar sindsdien aan populariteit heeft ingeboet, deed niet mee. Essebsi heeft het monopolie van Ennahdha op de islam in Tunesië, met succes ter discussie gesteld. De strijd tussen fundamentalisten en seculieren was al in oktober beslist toen Essebsi's partij, Nidaa Tounes, de parlementsverkiezingen won.

Essebsi is een oudgediende van de regimes van Ben Ali en dat van Bourguiba voor hem. Hij wordt gezien als onbezoedeld door de excessen van het Ben Ali-regime in zijn laatste jaren. Precies daarom was men hem na de revolutie gaan halen om premier te worden.

Toen zijn mandaat eind december 2011 afliep, stampte Essebsi een nieuwe partij uit de grond. De fundamentalisten hadden in 2011 hun voordeel gedaan met de versplintering van het linkse, seculiere kamp. Essebsi wist met Nidaa Tounes een brede waaier aan politieke krachten te verenigen: van oudgedienden van Ben Ali tot linkse vakbondsmensen. En hij slaagde er ook in om die Tunesiërs aan te spreken die zich noch konden vinden in de politieke islam van Ennahdha, noch in de radicaal seculiere opstelling van sommige linkse partijen.

Door de polarisering tussen die twee kampen dreigde Tunesië in 2013 even de weg van andere landen van de Arabische wereld op te gaan. De moord op twee linkse politici door moslimfundamentalisten leidde tot grote volkswoede tegen Ennahdha, dat uit de regering stapte.

In Essebsi’s voordeel speelde dat zijn partij niet heeft meegedaan aan de moeilijke transitie. Andere partijen, zoals de CPR van Marzouki, werden afgestraft voor zowel hun samenwerking met Ennahdha als de povere resultaten van de opeenvolgende regeringen. In de parlementsverkiezingen van oktober kreeg Marzouki’s CPR slechts twee procent van de stemmen, Nidaa Tounes bijna 38 procent.

In de strijd om het presidentschap ging het er soms heftig aan toe. Essebsi schilderde Marzouki af als een frontman voor de fundamentalisten, terwijl Marzouki Essebsi de man van het oude regime noemde.

Tunesië heeft de transitie volgens waarnemers met meer overleg aangepakt dan andere landen. De eerste verkiezingen voor parlement en president waren voorlopig, in afwachting van een nieuwe grondwet. Daardoor waren correcties mogelijk en is een confrontatie zoals in Egypte en Libië vermeden.

De uitdagingen voor Essebsi zijn er niet minder op geworden. Behalve de hoge werkloosheid onder jongeren zal hij het hoofd moeten bieden aan de chaos in buurland Libië en de dreiging van radicaal islamitische terreurorganisaties in eigen land.