Las Vegas, dat zou vet zijn!

Mystiek mens, voortreffelijke turner. Maar Jeffrey Wammes heeft de hoogste top nooit bereikt. De spotlights wel, in verscheidene tv-programma’s – dat heeft hij nodig. Al is zijn coach daar niet altijd blij mee.

Jeffrey Wammes wil na zijn turncarrière graag de overstap maken naar de wereld van de acrobatiek. Foto Bastiaan Heus

Zijn ogen glanzen. Jeffrey Wammes heeft weer plezier in turnen. Motivatie en flegma wisselen elkaar af, zo zit hij nu eenmaal in elkaar. Wammes, de stilist die diep van binnen vindt dat hij meer uit zijn carrière had kunnen halen, of eigenlijk: had moeten halen. Maar spijt? No way.

Er zijn periodes dat Wammes, die afgelopen weekeinde optrad in het jaarlijkse Gym Gala, even afstand van turnen moet nemen. Monomanie is hem vreemd. Na verloop van tijd komen de muren in de turnhal op hem af en moet hij eruit. Weg van die toestellen en steeds maar weer die repeterende oefeningen. Dan moet Wammes de wijde wereld in. Om bij te tanken.

De turner ging gretig in op verzoeken om mee te doen aan televisieprogramma’s. Heerlijk, die andere bezigheden. En hij verdiende er nog een aardig cent mee ook. Nee, bedragen mag hij niet noemen, dat is contractueel vastgelegd. Wammes dook van een toren in het water, waagde zich aan paaldansen, trad op in een kookprogramma en trok naar Engeland voor een soort horrorspelprogramma.

Zijn uitstapjes pasten niet altijd in het turnprogramma. Integendeel, de Britse bondscoach Mitch Fenner was er bepaald niet blij mee. Of zoals Wammes het met een knipoog verwoordt: „He was totally not amused.” Het verstoorde de voorbereiding van het Nederlands team op grote toernooien. En juist met dat team heeft Fenner ambitieuze plannen. Voor het eerst wil hij Nederland als ploeg naar de Olympisch Spelen brengen. En helse klus waarvoor van de turners absolute loyaliteit wordt verlangd.

Uitgerekend in aanloop naar de EK, dit voorjaar in Sofia, verkoos Wammes, vaker dan Fenner lief was, de spotlichten voor de centrale trainingen. „Maar ik had die uitstapjes nodig”, legt hij uit. „Ik zat wat minder goed in mijn vel. Turnen was een sleur geworden. Niet dat ik overwoog te stoppen, maar het ging even niet meer zoals ik wilde. Had ook te maken met een blessure die maar niet wilde genezen. Er kwam even iets te veel ellende op me af.”

Fenners waarschuwende woorden dat hij hem bij verminderde prestaties niet zou meenemen naar Sofia, brachten Wammes niet op andere gedachten. Hij keerde herboren van televisieoptredens terug en liet Fenner zien, dat hij aan kwaliteit nauwelijks had ingeboet. Met een veelbetekenende lach: „Ik ben uiteindelijk meegegaan naar de EK. Fenner vond me toch nog altijd beter dan de nummer zes.”

Olympische frustratie

De Olympische Spelen over twee jaar in Rio de Janeiro, Wammes wil er graag bij zijn. Zijn laatste kans na twee mislukte pogingen. Hij geeft toe met die olympische frustratie te willen afrekenen. Openhartig: „Het zou een mooie afronding van mijn loopbaan betekenen. Ik ben tegen die tijd 29 jaar en dan wil ik andere dingen doen.”

Stel dat de Nederlandse turners het huzarenstukje volbrengen en zich als team plaatsen voor ‘Rio’, wat dan? Wat zijn dan de olympische kansen voor Wammes, die met de ploeg geen uitzicht heeft op een medaille – daarvoor is de concurrentie vele malen te sterk – en individueel tekortschiet op toestelspecialisten als Epke Zonderland (rekstok) en Yuri van Gelder (ringen).

De tragiek van Wammes is dat de ploeg hem nodig heeft als allrounder en hij zich daardoor niet kan specialiseren. Wammes moet zich schikken naar het ploegbelang. En dat zit de turner allesbehalve lekker: „Het irritante is: ik heb geen keus. Als ik me ga specialiseren val ik misschien buiten de ploeg, omdat we Epke en Yuri al hebben. Ja, dat is een dilemma.”

Van Wammes wordt op weg naar Rio dienstbaarheid verlangd. Hij weet het en schikt zich, enigszins morrend, in zijn rol. „Ik krijg niet de vrijheid om te kiezen voor een toestel, dat weet ik. Ik moet me conformeren aan het ploegbelang of thuisblijven. En dat is wel eens moeilijk. Ik moet het hele jaar op zes toestellen trainen, zelf op voltige, waarvan ik eigenlijk al afstand had genomen. Misschien kan ik op de Spelen de finale meerkamp halen. Maar dan weet ik nu al dat het voltigeren mij naar de achterhoede zal werpen. En de podiumplaatsen op de afzonderlijke toestellen zijn weggelegd voor de specialisten.”

Stiekem trainen

Maar zich neerleggen bij het onvermijdelijke is ook weer niet Wammes’ stijl. Dan wint motivatie het van flegma en traint hij stiekem toch voor een beter programma op met name vloer, zijn beste onderdeel. Getergd: „Nu ik blessurevrij ben kan ik langere periodes op vloer trainen. Als ik moeilijker series aan mijn oefening kan toevoegen, wie weet kan ik dan wat moois bereiken.”

Het halen van de Olympische Spelen, dat doel resteert vooralsnog. Alleen dat vooruitzicht motiveert Wammes overigens ook. Omdat hij voor de Spelen van Beijing in 2008 tweetiende van een punt op Zonderland tekortkwam om zich te kwalificeren. En omdat in 2012 ‘Londen’ aan zijn neus voorbijging na een verbeten tweestrijd met Zonderland, waarvoor Wammes zelfs de rechter heeft moeten inschakelen om zijn kansen overeind te houden.

Zijn olympisch verlangen is na twee echecs wel een beetje getemperd, erkent Wammes. „Ik wil nog steeds erg graag, daar niet van; het rondt je loopbaan net wat mooier af. Maar de Spelen hebben voor mij ook een smet gekregen. Het is als een schilderij met mooie kleuren, die is besmeurd met een klodder zwarte verf. Die hang je toch minder graag op.”

Waarna zijn instelling ter sprake komt. Een gevoelig thema, want Wammes is vaak verweten te veel op zijn talent te hebben geteerd. Hij geeft schoorvoetend toe dat hij meer uit zijn carrière had kunnen halen. De twee bronzen medailles op sprong bij EK’s, veel eremetaal bij wereldbekerwedstrijden en de wereldbeker springen weerspiegelen niet helemaal zijn intrinsieke kwaliteiten, vindt ook Wammes. Aarzelend, maar oprecht: „Als ik in de hal ben train ik wel hard, maar eerlijk is eerlijk: het had nog beter gekund.”

Cirque du Soleil

Nu het einde van zijn loopbaan nadert, denkt Wammes voorzichtig na over zijn toekomst. Hij zou graag de overstap naar de wereld van de acrobatiek willen maken. Een show als Cirque du Soleil, dat zou hem wel lijken. Of een vertrek naar het Chinese gokparadijs Macau, waar ook circusachtige voorstellingen worden gegeven. Wammes heeft bij de Amerikaan Paul Ziert, uitgever van International Gymnast Magazine geïnformeerd welke weg hij dan moet bewandelen. Diens advies: maak een promotiefilm en kom in 2016 terug, dan kan ik je met de juiste mensen in contact brengen.

Wammes ziet de showwereld helemaal zitten. Past ook wel bij de extravagante kant van zijn leven als homoseksueel. „Als ik die stap maak, moet het onmiddellijk na mijn turncarrière. Als ik wacht tot ik 35 jaar ben, hoef ik niet meer bij die shows aan te kloppen. Het lijkt me ontzettend vet om zoiets te doen. En weet je wat ik het allervetst zou vinden: Las Vegas!”