Column

Kerstcrisis

De politieke kerstcrisis werd de afgelopen dagen ook in huize Abrahams pijnlijk aan den lijve gevoeld. Er heerste verwarring, onzekerheid, angst, af en toe zelfs paniek, zozeer dat vragen opdoemden als: kon je met een gebroken been nog wel in het naburige ziekenhuis terecht of moest je dan zelf naar een ziekenhuis twintig kilometer verderop lópen omdat je verzekering dat eiste?

„Zoek het eens op in onze polis”, riep ik de hele dag naar mijn vrouw, maar het antwoord dat ik steeds kreeg was: „Alles gaat nu toch veranderen.”

Er kwam een gewijzigde tekst voor de nieuwe zorgwet, legde ze uit, en dan moesten we nog maar afwachten of Adri, Guusje en Marijke dit keer wél akkoord gingen. Deden ze dat niet, dan zou de regering het via een kunstgreep op een andere manier proberen – niet „linksom of rechtsom”, zoals ze altijd zo suggestief zeiden, maar achterom, begreep ik; en daar waren Alexander, Arie en Van der Staaij (zijn voornaam weet ik niet en wil ik ook niet weten) dan weer op voorhand tegen.

Kortom, de afgrond was nabij en wij waren de lemmingen.

Ik nam een beslissing die me bijna noodlottig werd: ik besloot zoveel mogelijk Kamerdebat en commentaren in de media te volgen. Het resultaat was een zonderlinge vorm van buikgriep die weliswaar – de naam zegt het al – in de onderste regionen begon, maar al spoedig in de hoogste eindigde met een laaiende koppijn. Het leek erop alsof mijn hele lichaam in één grote kramp verkeerde en ik vroeg me al angstig af of mijn zorgverzekeraar de ernst ervan zou willen beseffen.

Wat maakte mij zo van streek? Het moest aan de tegenstrijdigheden in de informatiestroom liggen. Dan weer waren Adri, Guusje en Marijke de grote helden die voorop gingen in het verzet tegen de barbaarse regeringsplannen, dan weer – het kon een pagina verder zijn in dezelfde krant – werden hun hoofden afgehakt omdat ze rancuneuze opportunisten zouden zijn.

Wie kon ik nog geloven? Ik besloot maar af te gaan op de enige in wie ik nog altijd geloof, zij het soms met enige moeite: mijn vrouw. Zij heeft, zoals bekend, nogal strong opinions over haar partijgenoten in de PvdA.

„Ik steun Adri’’, zei ze, vooral nadat ze het interview van Coen Verbraak met hem in deze krant gelezen had. „En Guusje natuurlijk, al was het alleen maar omdat het een schande is dat zij en Ruud van hun partij niet in de Eerste Kamer mogen terugkomen.”

„Zo hebben Spek en Sam het kennelijk gewild’’, zei ik.

„Niet alles wat die willen is goed”, zei ze. „Zij stonden ook achter de zorgwet. Adri legt in dat interview goed uit waarom die wet niet deugt en ook wat er nog meer in de partij niet klopt.” Ze pakte de krant erbij en las voor: „Het is vooral een VVD-regeerakkoord. Waarschijnlijk ook omdat de sociaal-liberale vleugel nogal sterk vertegenwoordigd is in de partijtop. Die standpunten staan misschien niet ver van henzelf af, maar wel van de klassieke sociaal-democratie. Ideologisch is de PvdA sterk verwaterd, misschien ook wel liberaler geworden.”

Dat was op zaterdag. Een dag later kwam een ander PvdA-lid, Marcel Levi, bestuursvoorzitter van het AMC, in Buitenhof uitleggen, wat er in het zorgverzekeringsdebat ontbreekt: solidariteit. Het gaat alleen maar over geld en polissen, de premies moeten zo laag mogelijk blijven.

Ik keek voorzichtig opzij naar mijn vrouw. Zij straalde.