Je huis uitgezet. Dan lach je niet

NRC-lezers helpen mensen in nood. Libanonveteraan Ernst Jan Knol heeft er baat bij. „Het gaat steeds beter.”

Ernst Jan Knol (54): „Door te drinken, hoopte ik de stress te onderdrukken. Maar de drank maakte eerder méér los.” Foto Robin Utrecht

Het zijn zware tijden geweest voor Ernst Jan Knol. De Libanonveteraan kampte tientallen jaren met een posttraumatisch stresssyndroom (PTSS) en raakte na een scheiding aan de drank. Inmiddels is hij opgekrabbeld. Hij verhuist binnenkort naar een woning waar hij rust hoopt te vinden. Met financiële steun van de lezers van NRC Handelsblad. „Prettig dat die steun bestaat.” Hij krijgt 1.186 euro om onder meer een verhuisbusje te huren en gordijnen en vloerbedekking te kopen.

Ernst Jan Knol (54) is een van de veteranen die, meestal via hun maatschappelijk werker, hebben aangeklopt bij de Prins Bernhard Stichting. Deze heeft als doel „het maatschappelijk functioneren en het maatschappelijk welzijn te bevorderen van hen die wezenlijk financieel in nood zijn komen te verkeren en van overheidswege geen toereikende hulp (kunnen) ontvangen”. Dit jaar kreeg de stichting 7.500 euro van het lezersfonds van deze krant. „Die gift was méér dan welkom”, zegt voorzitter Aart Vos, commandeur b.d. bij de Koninklijke Marine.

Wat de Prins Bernhard Stichting doet, kun je beschouwen als „kameradenhulp”, vertelt Vos. „Veteranen hebben iets voor het land gedaan en zijn daarna in moeilijkheden geraak. Zelf hulp zoeken doen ze meestal niet. Ze willen vaak niks meer met Defensie te maken hebben. En ze zijn er ook te trots of te eigenwijs voor. Intussen stapelen de moeilijkheden zich op. Daar kan iedereen in terechtkomen, al of niet door eigen schuld. Werkgevers zeggen dat er niet met je te werken valt omdat je ruzie zoekt en een kort lontje hebt. Je wordt ontslagen. Je huis uitgezet. Je doet iets doms. En ineens zit je in de schuldhulpverlening. Dan valt er niks te lachen.”

Stille armoede neemt ook onder veteranen toe. De Prins Bernhard Stichting schiet jaarlijks zo’n dertig gevallen te hulp met „acute financiële problemen van hen die doorgaans toch al onder kommervolle omstandigheden verkeren”, zo heet het. Vorig jaar kreeg een Irakveteraan die op een oude matras op de grond sliep 750 euro voor een bed en matras. Andere veteranen kregen een bijdrage voor reparatie van een centrale verwarming, voor een bril, een wasmachine en steunzolen. Ook werd een verzoek voor de aanschaf van babyvoeding toegewezen.

Ernst Jan Knol ging in 1979 „min of meer onvoorbereid” als soldaat op vredesmissie naar Libanon. Hij verbleef er acht maanden. Liep patrouilles. „In oorlogsgebied. Ik maakte dingen mee die niet normaal zijn. Het contrast met Nederland was zó groot!”

Slechte jaren

Ruim twintig jaar later ontdekte zijn ex-vrouw dat hem iets mankeerde. „Zij voelde dat er iets niet goed zat bij mij.” Knol had al die jaren gewoon hard gewerkt. „Ik draaide zestig uur of meer bij de overslag van groenten en fruit in de Rotterdamse haven.” Toen hij minder begon te werken en meer vrije tijd kreeg, begonnen de moeilijkheden. „Toen brak het los.”

Na zijn scheiding liet hij zich vrijwillig opnemen in een kliniek. „Daar zeiden ze tot mijn verbazing dat ze niets voor me konden doen, want ik had PTSS en had daarvoor specifieke hulp nodig.”

Therapie liet op zich wachten. De herbelevingen, vooral ’s nachts, werden erger. „Je wordt badend in het zweet wakker. Je bent de hele dag alert, altijd op je hoede.” Een nieuwe baan bij een transportbedrijf mislukte. „Ik liep tegen allerlei muren op.” Daarna volgde de drank. „Door te drinken, hoopte ik de stress te onderdrukken. Als ik niet kon slapen, dacht ik: ik giet er wel wat in. Maar de drank maakte eerder méér los dan minder.” Hij maakte enkele „slechte jaren” door. Raakte vier keer zijn huis kwijt.

Twee jaar geleden zette de ommekeer in. „Ik heb twee zoons en die hebben me wakker gemaakt.” Hij kreeg bovendien, via het Veteraneninstituut, een maatschappelijk werker die hem goed ligt. „Een geweldige kerel.” Hij zat twee maanden in een afkickkliniek. Hij voert gesprekken met hulpverleners en krijgt nu agressietherapie. „Het gaat steeds beter.”

Ernst Jan Knol heeft geaarzeld of hij in alle openheid zijn verhaal zou doen. „Maar ik wéét hoe veel veteranen er volkomen aan de grond zitten. Hun wil ik wijzen op de mogelijkheid van steun.”