Een leven tussen motivatie en flegma

Mystiek mens, voortreffelijke turner. Maar Jeffrey Wammes (27) heeft de hoogste top nooit gehaald. Een leven in de schaduw van Epke Zonderland en Yuri van Gelder. „Eerlijk is eerlijk: ik had meer uit mijn carrière moeten uithalen.”

Jeffrey Wammes in actie op het onderdeel vloer tijdens het Univé Gym Gala in Almere. Foto Bastiaan Heus

Zijn ogen glinsteren. Jeffrey Wammes heeft weer plezier in turnen. Motivatie en flegma wisselen elkaar af, zo zit hij in elkaar. Wammes, de stilist die diep van binnen vindt dat hij meer uit zijn carrière had kunnen halen, of eigenlijk: had moeten halen. Maar spijt? No way.

Er zijn periodes dat Wammes, die dit weekeinde optrad in het jaarlijkse Gym Gala, afstand van turnen moet nemen. Monomanie is hem vreemd. Na verloop van tijd komen de muren in de turnhal op hem af en moet hij er uit. Weg van die toestellen en die repeterende oefeningen. Dan moet Wammes de wijde wereld in.

De turner ging gretig in op verzoeken om mee te doen aan televisieprogramma’s. Heerlijk, die andere bezigheden. En hij verdiende er nog een aardig cent mee ook. Nee, bedragen mag hij niet noemen, dat is contractueel vastgelegd. Wammes dook van een toren in het water, waagde zich aan paaldansen, trad op in een kookprogramma en trok naar Engeland voor een horrorachtig spelprogramma.

Zijn uitstapjes pasten niet altijd in het turnprogramma. Integendeel, de Britse bondscoach Mitch Fenner was er bepaald niet blij mee. Of zoals Wammes het met een knipoog verwoordt: „He was totally not amused.” Het verstoorde de voorbereiding van het Nederlands team op grote toernooien. En juist met dat team heeft Fenner ambitieuze plannen. Voor het eerst wil hij Nederland als ploeg naar de Olympisch Spelen brengen. En helse klus waarvoor van de turners absolute loyaliteit wordt verlangd.

Uitgerekend in aanloop naar de eerste grote test, dit voorjaar op de EK in Sofia, verkoos Wammes, vaker dan Fenner lief was, de spotlichten voor de centrale trainingen. „Maar ik had die uitstapjes nodig”, legt Wammes uit. „Ik zat wat minder goed in mijn vel. Turnen was een sleur geworden. Niet dat ik overwoog te stoppen, maar het ging even niet meer zoals ik wilde. Had ook te maken met een blessure die maar niet wilde genezen. Er kwam even iets te veel ellende op me af.”

Fenners waarschuwende woorden dat hij hem bij verminderde prestaties niet zou meenemen naar Sofia, brachten Wammes niet op andere gedachten. Hij keerde herboren van televisieoptredens terug en liet Fenner zien, dat hij aan kwaliteit nauwelijks had ingeboet. Met een veelbetekenende lach: „Ik ben uiteindelijk meegegaan naar de EK. Fenner vond me toch nog altijd beter dan de nummer zes.”

Olympische frustratie

De Olympische Spelen over twee jaar in Rio de Janeiro, Wammes wil er graag bij zijn. Zijn laatste kans na twee mislukte pogingen. Hij geeft toe met die olympische frustratie te willen afrekenen. Openhartig: „Het zou een mooie afronding van mijn loopbaan betekenen. Ik ben tegen die tijd 29 jaar en dan wil ik andere dingen doen.”

Stel dat de Nederlandse turners het huzarenstukje volbrengen en zich als team plaatsen voor ‘Rio’, wat zijn dan de olympische kansen voor Wammes? Met de ploeg heeft hij geen uitzicht op een medaille – daarvoor is de concurrentie vele malen te sterk – en individueel komt hij tekort op toestelspecialisten als Epke Zonderland (rekstok) en Yuri van Gelder (ringen).

De tragiek van Wammes is dat de ploeg hem nodig heeft als allrounder en hij zich daardoor niet kan specialiseren. Wammes moet zich plooien naar het ploegbelang. En dat zit de turner allesbehalve lekker: „Het irritante is: ik heb geen keus. Als ik me ga specialiseren val ik misschien buiten de ploeg, omdat we Epke en Yuri al hebben. Ja, dat is een dilemma.”

Van Wammes wordt op weg naar Rio dienstbaarheid verlangd. Hij weet het en schikt zich, enigszins morrend, in zijn rol. „Ik krijg niet de vrijheid om te kiezen voor een toestel, dat weet ik. Het is een kwestie van aanpassen of thuisblijven. En dat is wel eens moeilijk. Ik moet het hele jaar op zes toestellen trainen, zelf op voltige, waarvan ik eigenlijk al afstand had genomen. Misschien kan ik op de Spelen de finale meerkamp halen. Maar dan weet ik nu al dat het voltigeren mij naar de achterhoede zal werpen. En de finaleplaatsen op de afzonderlijke toestellen zijn normaliter weggelegd voor de specialisten.”

Stiekem trainen

Maar zich neerleggen bij het onvermijdelijke is ook weer niet Wammes’ stijl. Dan wint motivatie het van flegma en traint hij stiekem toch voor een beter programma op met name vloer, zijn beste onderdeel. Getergd: „Nu ik blessurevrij ben kan ik langere periodes op vloer trainen. Als ik moeilijker series aan mijn oefening kan toevoegen, wie weet kan ik wat moois bereiken.”

Plaatsing voor Olympische Spelen resteert vooralsnog als doel. Alleen dat vooruitzicht motiveert Wammes overigens ook. Omdat hij voor de Spelen van Beijing in 2008 tweetiende punt op Zonderland tekort kwam om zich te kwalificeren. En omdat hij in 2012 ‘Londen’ miste na een verbeten selectiestrijd met Zonderland, waarvoor Wammes zelfs de rechter heeft moeten inschakelen om zijn kansen tussentijds overeind te houden.

Zijn olympisch verlangen is na twee echecs een tikje getemperd, erkent Wammes. „Ik wil nog steeds erg graag, daar niet van; het rondt je loopbaan net wat mooier af. Maar de Spelen hebben voor mij ook een smet gekregen. Het is als een schilderij met mooie kleuren, die is besmeurd met een klodder zwarte verf. Die hang je toch minder graag op.”

Waarna zijn instelling ter sprake komt. Een gevoelig thema, want Wammes is vaak verweten te veel op zijn talent te hebben geteerd. Hij geeft schoorvoetend toe, dat hij meer uit zijn carrière had kunnen halen. De twee bronzen medailles op sprong bij EK’s, veel eremetaal bij wereldbekerwedstrijden en de wereldbeker springen weerspiegelen niet helemaal zijn intrinsieke kwaliteiten, vindt ook Wammes. Aarzelend, maar oprecht: „Als ik in de hal ben train ik wel hard, maar eerlijk is eerlijk: het had nog beter gekund.”

Cirque du Soleil

Nu het einde van zijn loopbaan nadert denkt Wammes na over zijn toekomst. Hij zou graag de overstap naar de wereld van de acrobatiek maken. Een show als Cirque du Soleil, dat zou hem wel lijken. Of een vertrek naar het Chinese gokparadijs Macau, waar ook circusachtige voorstellingen worden gegeven. Wammes heeft bij de Amerikaan Paul Zeirt, uitgever van International Gymnast Magazine, geïnformeerd welke weg hij dan moet bewandelen. Diens advies: maak een promotiefilm en kom in 2016 terug, dan kan ik je met de juiste mensen in contact brengen.

Wammes ziet de showwereld helemaal zitten. Past ook wel bij de extravagante kant van zijn leven als homoseksueel. „Als ik die stap maak, moet het onmiddellijk na mijn turncarrière. Als ik wacht tot mijn 35ste hoef ik niet meer bij die shows aan te kloppen. Het lijkt me ontzettend vet om zoiets te doen. En weet je wat ik het allervetst zou vinden: Las Vegas!