Deze ‘Cyrano’ is dolle mix van ontroering en meligheid

Kies een klassieker, vraag Arjan Ederveen er wat poep- en piemelgrappen en een happy end bij te verzinnen, laat Pieter Kramer regisseren en ziedaar: de jaarlijkse familievoorstelling van het Ro Theater.

Dit jaar is Edmond Rostands Cyrano de Bergerac aan de beurt. De degens kruisen vurig, de rijmelarijen strelen harten en uiteraard loopt er een hoop faliekant in de soep.

Het dramatische verhaal over de lelijke Cyrano die zijn hartstochtelijke woorden leent aan de bloedmooie maar dommige Christian, wordt omlijst door een verhaal over een feeënorde die wordt aangevallen door trollen. Het meisje om wie de liefde van de kadetten Cyrano en Christian draait, is stagiairefee Roxanne. Zij assisteert het kibbelende feeënduo Ada (Arjen Ederveen) en Gemma (Ellen Pieters) bij de opdracht om de veel te grote neus van Bergerac te verkleinen. Die opdracht mislukt jammerlijk om triviale redenen als niet opgeladen batterijen en het ontbreken van wifi. En daarmee is de woede van de oppertrol (Jack Wouterse) gewekt.

Hoewel het verhaal compleet over the top is, blijft alles geweldig bij elkaar. Meligheid en ontroering wisselen elkaar in rap tempo af, er zijn verbluffende special effects, sprookjesachtige decors en alle nummers (bekende Franse chansons met treffende liedteksten van Alex Klaassen) kunnen rekenen op open doekjes. Het langste applaus is voor Sylvia Poorta die als opperfee op la vie en rose haar vulgaire gevoelens voor de kwijlende en schetende oppertrol opbiecht. Maar bovenal is Wart Kamps met zijn kleine postuur en hoge stramme schoudertjes een innemende Cyrano: even stuntelig als virtuoos, boordevol geestige terzijdes, verteerd door onbeantwoorde liefde, maar strijdlustig tot het einde.