‘Carmina’ kleiner en lichter

Hij onderwierp Ravel en zelfs Johann Strauss aan de authentieke benadering. En toch kwam het nieuws dat Jos van Immerseel zich op de Carmina Burana (1936) van Carl Orff zou storten als een verrassing. Orffs cantate mag dan het populairste koorwerk van de twintigste eeuw zijn, het stuk is vatbaar voor negatieve kwalificaties (bombastisch, simpel, stereotiep) en nog altijd moeten de noten zich verdedigen tegen de nazisympathieën van hun bedenker. Op zijn nieuwste cd presenteert de oudemuziekspecialist een uitgeklede versie: kleiner koor, minder violen – want het zijn vooral de blazers en percussie die de Carmina zo briljant maken. Van Immerseel licht de vreemde combinaties uit (celesta en fluiten, tuba en contrafagot) en ineens vallen ook de minimal-achtige pianopartijen in het openingsdeel op. O Fortuna blijft ondanks de kleinere bezetting overrompelend. De strijkers van Anima Eterna (op darmsnaren) glanzen in Tanz, het Collegium Vocale zingt prachtig.