Blokfluitconcert van Jeths is toegankelijk en elegisch

Als ‘Componist des Vaderlands’ is Willem Jeths nog nauwelijks begonnen. Maar na de wereldpremière van zijn Blokfluitconcert in de ZaterdagMatinee kan worden geconcludeerd dat Jeths de titel mede verdient dankzij de sterk tot de verbeelding sprekende toegankelijkheid van zijn werk.

Vooraf sprak Jeths over de verwaarloosde status van componisten in Nederland, die steeds minder werk krijgen en zich weinig gerespecteerd voelen. Over de vraag of de modernistische erfenis daaraan mede debet is, liet Jeths zich niet uit. Maar dat hijzelf grote gebaren niet schuwt, bleek al eerder uit zijn succesvolle ode aan Mahler, Scale – le tombeau de Mahler.

Ook het Blokfluitconcert toont Mahlers invloed: zuchtende motiefjes uit het Kindertotenlied Wenn dein Mutterlein nam Jeths mede als vertrekpunt. Mahleriaans is eveneens het biografische gehalte van de compositie, met de blokfluit als symbool van de pure kinderziel – Jeths goede band met zijn moeder en een moeizame met zijn vader geven het concert mede vorm.

Dat verklaart wellicht ook het elegische karakter: na heftige openingsklappen van het Radio Filharmonisch o.l.v. Markus Stenz heft de solist een oriëntaalse melodie aan, die af en toe aanzwelt tot een schrille jammerklacht. Kristallen glazen en speeldoosje-slagwerk geven de melancholie een magische glans. Maar de poging om de muziek te elfder ure in een versnelling te krijgen, is halfslachtig.

Wie dacht dat blokfluit een ‘soft’ instrument is, weet nu beter. Erik Bosgraafs renaissanceblokfluit klinkt zo penetrant dat de orkestpartij zelfs nog minder terughoudend had kunnen zijn. De benadering van Bosgraaf, voor wie Jeths speciaal schreef, was bijna over-the-top: uithalen met theatrale zwaai, de fluit soms dempend op het bovenbeen, balancerend als een reiger.